dinsdag 6 oktober 2015

Ik had een boze droom.

Ik was weer redacteur van Automobiel Klassiek en ik kreeg een drukproef in handen van pagina vijf, de inhoudsopgave. Anita en Jan keken over mijn schouder mee.
Op die pagina was een kolossale fout gemaakt: onder de kop 'Boudewijns Porsche' stond een foto van Boudewijn … bij een Peugeot 304 Cabriolet. De emoties knalden over elkaar heen. Angst: was de pagina al gedrukt? Schaamte: dit had ik moeten zien. Vernedering: iedereen zou me nu uitlachen! Woede: wie heeft die pagina goedgekeurd?

Patricia maakte me wakker.

Iedereen kan het verschil zien tussen een Peugeot en een Porsche. Maar er waren meer gekke dingen in die droom.
Boudewijn was mijn chef, maar drie banen later, toen ik de overstap van journalistiek naar persvoorlichting had gemaakt. Hij hield van klassieke auto’s, dat wel. Hij had zelf een oud lijk van een Jaguar.
Mijn hoofdredacteur bij Automobiel Klassiek was Gert, en die had wel een Porsche. Een 912 weliswaar, de armeluis-variant met een vier- in plaats van een zescilinder boxermotor.
En Anita was een collega in de Automobiel Klassiek-tijd, maar Jan in de Boudewijn-tijd.

Kortom, een zootje. Ik ben een paar uur van slag geweest.

Porsche 912

Peugeot 304 Cabriolet
Naschrift: ik neusde even rond op de interwebs en vond deze. Mijn eerste omslagverhaal, over de Rover van Tom:


Een van de leukste reportages, Fiat Abarth contra Mini Cooper:


En een lekker studio-verhaal, over de Jaguar E-Type:



vrijdag 11 september 2015

Een twitter-gesprek.







Gelukkig voor MediqCombiCare is @Klantsupport een parodie-account.

woensdag 5 augustus 2015

Het was even schrikken toen ik mijn kamer in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis (vanaf nu: SLAZ) in ogenschouw nam. Een eenpersoonskamer, prima, maar waar was de televisie?
'We verstrekken geen televisies op deze afdeling. Patiënten slaan die te vaak kapot.'
Mon Dieu, waar was ik beland?
'Als je wilt kan je zelf een toestel neerzetten.'

Het uitzicht vanuit mijn bed in SLAZ. Geen televisie!
Dat was een telefoontje naar de familie dat ik niet ging plegen: 'Zeg, kan je bij je volgende bezoek een teevee meenemen? Een beelddiameter van minimaal 40 cm graag. Met een Digitenne, want ze hebben hier geen kabelaansluiting op de kamers. En iets om 'm op te zetten.'
Echt niet. Ik besloot het zonder televisie te doen.

Er zijn ook andere manieren om aan nieuws te komen. Via twitter volg ik veel journalisten en nieuwsbureaux, er is Teletekst (de app) en AT5, NOS, BBC en CNN (ook de apps).

En er is radio.

Ik had al een tijdje niet meer naar radio geluisterd. In mijn tijd als forens stond Radio 1 of BNR in de auto aan, maar dat kon me nu absoluut niet meer boeien. Op Radio 1 werd het weinige nieuws iedere keer hinderlijk onderbroken door dom gefiets in Frankrijk en BNR heeft te weinig buitenland en te veel beurs en reclame.
Ook qua radio was ik aangewezen op de onvolprezen BBC. BBC World Service heeft ieder uur uitgebreid nieuws, en veel achtergrond. Het interviewprogramma HardTalk (met de voortreffelijke interviewer Stephen Sackur) wordt één op één overgenomen van televisie, evenals reportages van Newsnight. Er wordt veel aandacht aan wetenschap besteed.
BBC Radio 4 is briljant. 's Morgens is er Today met al het nieuws en messcherpe interviews, 's middags The world at one (met de heerlijke stem van Martha Kearney), en 's avonds The world tonight. In de ochtend gooien ze er een uurtje A history of ideas tegenaan (met de multi-inzetbare Melvyn Bragg) en op de zaterdagavond laat doen ze een muziekkwisje (Counterpoint) met vragen die variëren van Mud tot Mozart. En verder programma’s over boeken, kunst &c.

Radio is helemaal terug in mijn leven. Dankzij het internet haal je de hele wereld binnen, maar ik heb voorlopig genoeg aan de BBC. En nu op BBC 3: de Proms!

vrijdag 31 juli 2015

Een van de kenmerken van mijn depressie was dat ik steeds minder zin in boeken lezen had. Korte berichtjes van internet lezen ging nog wel, een niet te lang tijdschriftartikel ook, maar een boek? Ik kon me er niet toe zetten. De nieuwsgierigheid was weg, de energie ontbrak.

Toen ik in de mpu (medisch psychiatrische unit) van het VUmc naar het plafond lag te staren was ik bang om niet alleen depressief maar ook om gek te worden. Ik had niets om te lezen! Ik wist niet eens of ik zin had of de concentratie kon opbrengen om te lezen, maar dat ik geen boek onder handbereik had maakte me onrustig.

Mijn broertje begreep me feilloos toen ik vroeg om een boek met moeilijke woorden en lange zinnen, bij voorkeur over politiek, geschiedenis of filosofie. Hij gaf me Liberalisme van Edmund Fawcett: 'Alsjeblieft. Dit is het enige boek hier in het ziekenhuiswinkeltje dat aan je eisen voldoet.'

Het viel niet mee en dat lag niet aan het boek (een aanrader, hoewel de vertaling enigszins rammelt). Ik kon geen drie pagina’s lezen zonder de draad kwijt te raken of in slaap te vallen. Toen ik twee weken later naar de paaz (psychiatrische afdeling algemeen ziekenhuis) van het SLAZ (Sint Lucas Andreas Ziekenhuis) werd overgeplaatst was ik nog niet halverwege.

Naarmate mijn herstel vorderde nam mijn leesplezier en -tempo weer toe. Van de ongeveer twintig 'inmates' in de paaz was ik de enige die met een boek gesignaleerd kon worden. Dat ik las was één ding, maar men vond het soort boeken al genoeg reden voor opname.


Ik vind het wel meevallen. In die vijf weken las ik wat ideeëngeschiedenis (Liberalisme van Edmund Fawcett), een verkenning van hedendaags links-populistische bewegingen als Occupy, Syriza en Podemos (Why it’s kicking off everywhere van Paul Mason - Mason is een buitengewoon goed ingevoerde journalist die schrijft voor The Guardian en reportages maakt voor Channel 4 News; volg hem via @paulmasonnews), het eerste en laatste deel van een reeks over de recente geschiedenis gezien door een marxistische politiek-economische bril (The age of revolution en Age of extremes van Eric Hobsbawm), een links tractaat (One-dimensional man van Herbert Marcuse), een communistisch standaardwerk (Terrorism and communism van Leon Trostky - met een inleiding van Slavoj Žižek), een van de klassieken (The annals of imperial Rome van Tacitus - in vertaling want mijn Latijn is niet meer wat het geweest is), een biografie (Wilfred Thesiger-The life of the great explorer van Alexander Maitland) en twee detectiefjes/thrillers (Uncommon danger en The mask of Dimitrios van Eric Ambler - Ambler is een van de grondleggers van het genre).

Ik ben nog bezig in Ill met by moonlight van W. Stanley Moss. Daar ga ik u een andere keer over lastigvallen.

Ik heb geleerd dat een verminderde leeshonger voor mij een indicatie is voor een opkomende depressie. Als ik hier dus niet meer over boeken aan het zeuren ben, wilt u dan mijn behandelaars waarschuwen?

woensdag 29 juli 2015

De psychiatrie was een onderdeel van de gezondheidszorg dat ik nog niet van binnen kende. Dat veranderde na een door een depressie gedreven zelfmoordpoging.

De precieze details van die poging laat ik hier liever onbesproken. Ik ben hersteld.

Na die poging ben ik voortreffelijk opgevangen en begeleid, eerst in het VUmc en vervolgens op de afdeling psychiatrie van het Sint Lucas Andreas. En natuurlijk door mijn familie en een heel klein kringetje van naasten. Ik ben weer thuis.

Ik had me nooit gerealiseerd dat ik aan een depressie leed, totdat ik met een psychiater in het VUmc de afgelopen twee jaar onder de loep nam. Ik bleek een depressie uit het boekje te hebben, ik vertoonde alle kenmerken. Ik had steeds minder interesse in dingen die ik altijd leuk vond (lekker eten, muziek, boeken), ik maakte me steeds minder druk om dingen die ik belangrijk vond (de toestand in de wereld, politiek, de zorg), ik durfde steeds minder naar de toekomst te kijken, ik sloot me steeds meer af van iedereen die belangrijk voor me was en ik zorgde steeds slechter voor mezelf.

Mijn wereldje werd steeds kleiner.

Gelukkig ben ik nu op de weg terug, gesteund door niet alleen naasten en professionals, maar ook door een (geringe) dosis dagelijkse pretpillen (psychofarmaca). Ik heb me in tijden niet zo goed gevoeld en daar bedoel ik mee: ik ben weer redelijk mezelf en ik merk nu hoe ik mezelf de afgelopen periode ben ik kwijtgeraakt. En dat ik mezelf weer aan het worden ben, voelt goed.

Dit blogje is een eerste stap om mijn sociale en maatschappelijke leven weer op te pakken. Iedereen die me gemist heeft: laat wat van je horen. En als ik niets van je hoor, dan neem ik te zijner tijd zelf weer contact op. Want ik mis jullie wel.

maandag 30 maart 2015

De vorige keren dat ik in het Concertgebouw op een gastenlijst stond was toen de gemeente er de nieuwjaarsrecepties organiseerde. De hele hut werd afgehuurd, overal muziek, hapjes en drankjes en bobo's werden van alle kanten ingevlogen. Je moest even door de speech van een Schelto Patijn of Job Cohen heenbijten en er is was wat verplicht multicultureel entertainment maar daarna kon je los, lekker netwerken. Het was altijd een sport een raadslid of wethouder die iets te diep in het glaasje had gekeken tot uitspraken te verleiden die ze in het koude daglicht nooit zouden doen.

Maar dat waren de hoog rollende jaren negentig. Gistermiddag was ik uitgenodigd voor een verjaardagsfeestje in de Kleine Zaal. Ik schreef er al eerder over. De schoonmoeder van een getalenteerde maar nog niet doorgebroken klassiek pianist werd 65 en huurde daarom de Kleine Zaal af. Zij nodigde familie, vrienden en kennissen uit voor een feestje en hij speelde op het mooiste podium ter wereld. Succes verzekerd.
Risicoloos was het echter niet. Er waren 200 kaarten uitgedeeld aan familie, vrienden &c. maar de overige 237 moesten gewoon worden verkocht. Als er te weinig verkocht zou worden, had het Concertgebouw het recht het optreden af te gelasten. Ze houden daar niet van halflege zalen.

De gok pakte gelukkig goed uit. De zaal zat vol. Later hoorde ik dat er maar 33 kaarten niet waren verkocht. 26 van die 33 waren klapstoeltjes, die zo beroerd zitten dat je bijna liever thuisblijft. Maar dan zou je iets gemist hebben.
Voor de pauze speelde Luís Rabello twee sonates van Beethoven: Sonate opus 27 nr 2 'Mondschein' en Sonate opus 111, na de pauze 3 ijdele walsen van de Braziliaanse componist Radamés Gnattali, Ballade nr 4 opus 52 van Frédéric Chopin, Gaspard de la nuit van Maurice Ravel en als uitsmijter zijn eigen Paganini-variaties in Braziliaanse stijl. Toegiften konden niet uitblijven: Odeon van Ernesto Nazareth en Valse de la Douleur van Heitor Villa-Lobos.

Over het concert kan ik kort zijn: Luís Rabello kan spelen. Ik vond zijn Beethoven wat stroef maar met Chopin en Ravel deed hij voor niemand onder en zijn Gnattali was letterlijk onvergelijkbaar. Heerlijke muziek. Zijn Paganini-variaties waren vuurwerk.
Rabello mag vaker in Amsterdam komen spelen.






vrijdag 27 februari 2015

De Canto Ostinato. Je houdt ervan of je haat het. Ik behoor tot de eerste categorie. Maar ik weet niet goed waarom. Ik ben niet zo'n pianoliefhebber. In het klassieke repertoire luister ik eigenlijk alleen graag naar de Goldberg-variaties (de Glenn Gould-opname uit 1981, maar Ivo Janssen doet het ook erg goed). 


Ook buiten het klassieke repertoire ben ik geen enorme pianoliefhebber, op een paar uitzonderingen na: The Köln Concert van Keith Jarrett en het album An Evening with Chick Corea & Herbie Hancock: In Concert.

Eerst maar even luisteren naar dit fragment van The Köln Concert.


En dan Chick en Herbie.


Past de Canto Ostinato in dit rijtje? Maakt ook niet uit. Toen Kees Wieringa en Polo de Haas in 1996 hun versie voor twee piano's uitbrachten was ik verkocht. Ik had wel eens wat eerder van Simeon ten Holt gehoord (ik ben een geboren Bergenaar) maar was daar niet echt van gecharmeerd. De Canto was andere koek.

Waarom de Canto me zo pakt weet ik nog steeds niet, maar het heeft iets hypnotiserends met z'n herhalingen, minimale veranderingen en eenvoudige melodietjes. Je kan er heel geconcentreerd naar luisteren en in de structuur verdrinken of het aanzetten en de krant gaan lezen: in beide gevallen nestelt de muziek zich onder je schedeldak.

De Canto is geen tot op de laatste noot uitgeschreven compositie en kan in diverse bezettingen en lengtes worden uitgevoerd. Afgelopen woensdagavond in het Concertgebouw bezocht ik met M. een volvette versie van de Canto: natuurlijk Kees Wieringa en Polo de Haas achter de vleugels, aangevuld met Arielle Vernède en Gerard Bouwhuis, het Mondriaan Kwartet en Lotte Bovi (mezzosopraan). En in plaats van ruim een uur duurde het maar liefst twee uur en een kwartier.

Gelukkig bleef ook in deze uitvoering de magie van de Canto intact. Het klonk fantastisch. Het samenspel was ijzersterk, de klanken van de vleugels, de strijkers en die ene stem mengden schitterend. Toch wrong er iets. Het was soms te zwaar, te dik aangezet. Als ik deze uitvoering mag vergelijken met die voor twee piano's dan is het de blokkwast versus de penseel.
De magie van de uitvoering voor twee piano's ontstaat mede doordat er met minimale middelen een rijk klanktapijt wordt geweven waar je zelf ook mee aan de slag moet; in een uitgebreide bezetting als  die van woensdag klinkt het vaak te makkelijk, te mooi. Ik had af en toe zelfs associaties met Morricones Once Upon A Time In The West.

U merkt het, ik zal nooit muziekrecensent worden. Geeft niks. Ik heb andere kwaliteiten. Gelukkig kunt u zelf oordelen over deze uitvoering: Kees Wieringa meldt op zijn Facebook-pagina dat er een cd van uitgebracht gaat worden en dat het concert 8 maart as. op televisie te zien is. Mag ik u tot die tijd deze versie voor vier piano's aanbevelen?


vrijdag 6 februari 2015

Syriza won de verkiezingen in Griekenland en zet nu de EU het mes op de keel: stop met het kapotbezuinigen van de Grieken. In Spanje zegt Podemos de corrupte politici van de PP en PSOE de wacht aan: op 24 mei zijn er gemeenteraadsverkiezingen en in 13 regio's verkiezingen voor een nieuw parlement. In november of december wordt een nieuwe 'tweede kamer' (Congreso de los Diputados) gekozen.

Links is terug in Europa. Voor de goede orde: niet 'extreem' of 'radicaal' links zoals onze vaderlandsche media iedere keer roepen (en niet alleen de rabiaat rechtse maar ook het 'neutrale' NOS Journaal) maar gewoon links. In deze column legt Ewald Engelen kort uit hoe links Syriza en Podemos echt zijn en hoe het journaille daarover rapporteert.

In Nederland wil het met links niet echt lukken. Voornoemde Ewald Engelen riep in een tweet op tot een grote demonstratie ter ondersteuning van Syriza; afgaande op de reacties mag hij blij zijn als hij een telefooncel weet te vullen.


Dat ligt niet aan Engelen, maar aan het gebrek aan links in Nederland. Even recapituleren: D66 was vroeger links maar is tegenwoordig VVD-light; de PvdA was een bolwerk van de sociaaldemocratie maar heeft zich overgeleverd aan de neoliberale agenda; GroenLinks lijkt na een flirt met het liberalisme voorzichtig op de weg terug en de SP heeft zich laten inkapselen door de parlementaire democratie.
Natuurlijk is de SP ook in de buurten en op de werkvloer actief. Ze hebben de Abvakabo FNV overgenomen van de PvdA en daarmee behalen ze resultaten voor de onderkant van de arbeidsmarkt (schoonmakers, zorgpersoneel). Prima. Het lukt de SP echter niet het buitenparlementaire werk te vertalen naar verkiezingswinst.

Is er dan geen echte buitenparlementaire linkse beweging? Natuurlijk, meer dan één zelfs. Ik geef u de Internationale Socialisten (IST), het Socialistisch Alternatief (CWI), de NCPN, de Groep Marxisten-Leninisten/Rode Morgen, Vonk (IMT), de Socialistische Alternatieve Politiek (de Vierde Internationale) en PSP'92. Veel van deze versplintering komt overigens voort uit de desintegratie van de trotskistische beweging. En laat ik de anarchisten niet vergeten, die zich keurig hebben georganiseerd in de Vrije Bond.  Helaas is de kwalificatie 'marginaal' voor al deze groepen nog een vriendelijke.

Waarom komt er in Nederland geen brede, linkse beweging van de grond? Gaat het nog niet slecht genoeg? Ik kan het me niet voorstellen. Zijn we niet links genoeg? Kan zijn, maar dat is een kwestie van heropvoeden. Spreekt het linkse verhaal onvoldoende aan? Zeker, maar dat ligt niet aan het verhaal maar aan de wijze waarop het verteld wordt. En door wie.

Want laten we eerlijk zijn: hebben we een begeesterd orator op links? Een Alexis Tsipras, die een verdeeld Griekenland achter zijn beweging weet te krijgen? Een Yanis Varoufakis, die in interviews soeverein het marktgeile Angelsaksische journaille de oren wast en de Duitsers een geschiedenislesje geeft? Een Pablo Iglesias die in Madrid de Puerta del Sol weet vol te pakken?

Alexis Tsipras.
Yanis Varoufakis.
Pablo Iglesias.
Nee, wij hebben Emile Roemer.


maandag 26 januari 2015

De portier vroeg: 'Is dit uw eerste bezoek?'
'Nee,' antwoordde ik, 'maar de vorige keer is denk ik dertig jaar geleden.'

Het zal geen dertig jaar zijn geweest, maar vijfentwintig toch wel. Net als het Frans Hals Museum had ik Teylers voor het laatst bezocht in het gezelschap van mijn Haarlemse Mafiamaatjes. Opnieuw was ik veel te lang weggebleven. Gelukkig staat de tijd in Teylers stil. Bijna althans.

De Instrumentenzaal.
De Instrumentenzaal leek ongewijzigd. Hier staan de Large Hadron Colliders uit de achttiende en negentiende eeuw. Wetenschap was toen al een avontuur.
Ook de Eerste en Tweede Schilderijenzaal leken niets veranderd, hoewel ik me heb laten vertellen dat de muren vroeger wit waren. Ik kan het me niet herinneren.

De Tweede Schilderijenzaal.
De mooiste ruimte in Teylers is en blijft de Ovale Zaal. Ook deze 'boek- en konstzael' - opengesteld in 1784 - heeft net als de andere zalen aan daglicht genoeg.

De Ovale Zaal.
De collectie van Teylers is nog altijd een bijzondere combinatie van wetenschappelijke instrumenten, stenen en mineralen, fossielen, schilderijen en prenten, en boeken. Teylers is goed in - helaas vaak kleine - tijdelijke tentoonstellingen. Op dit moment wordt een selectie schitterende natuurdrukken geëxposeerd maar ik verheug me nu al op Drawn from the Antique: Artists and the Classical Ideal, samengesteld in samenwerking met mijn favoriete Londense museum: Sir John Soane's Museum. Vanaf 11 maart.

maandag 19 januari 2015

Je hebt kadoos en cadeaux. Van de een krijg je een ceedeetje, van de ander een optreden in het Concertgebouw. En dan niet aanschuiven bij een concert van iemand anders, nee, je krijgt de zaal helemaal voor jezelf, voor je eigen recital. De Kleine Zaal weliswaar, maar toch.

Luís Fabiano Rabello is een pianist van Braziliaanse komaf die hier ten lande probeert een carrière van de grond te krijgen. Ik schreef al eerder over Luís, zijn eveneens muzikale vrouw Agnes, en zijn schoonmoeder. En schoonmoeder Marleen is van de cadeaux. Omdat ze 65 wordt, organiseert ze een concert. Ze heeft de Kleine Zaal afgehuurd, haar schoonzoon treedt op en haar familie en vrienden genieten van de muziek. Wat een fantastisch plan.


Marleen neemt wel een risico. Niet met de muziek, want Luís kan echt wel spelen, maar met de zaalbezetting. Marleen heeft zo'n 200 familieleden en vrienden uitgenodigd, maar daarmee zit de Kleine Zaal nog lang niet vol - zelfs in die 'kleine' zaal gaat nog 437 man. In het contract met het Concertgebouw staat dat ook die overige 237 plaatsen verkocht moeten worden, anders wordt het optreden geannuleerd. Dat zou een drama zijn.

Dit blogje is dus een oproep. Kom met mij naar de recital van Luís Fabiano Rabello, zondagmiddag 29 maart in het Concertgebouw. Het programma:
Beethoven - Veertiende sonate in cis, op. 27, nr. 2 'Mondschein'
Beethoven - Sonate nr. 32 in c, op. 111
Gnattali - 10 Waltzes
Ravel - Gaspard de la nuit 
Rabello - Paganini Variations in Brazilian Style

Kaartjes kopen kan hier. En als je gaat, laat dat dan even hier weten. Om alvast in de stemming te komen speelt Luís een stukje Beethoven.

maandag 29 december 2014

'Als we op tweede Kerstdag bij je langs komen, dan willen we graag met de kinderen iets ondernemen. Er is in Amsterdam vast wel iets voor ze te beleven,' aldus mijn broertje.
Natuurlijk. Hoewel ik de boodschap in eerste aanleg begrijp als 'we hebben geen zin in een weer zo'n eindeloze kerstlunch' vind ik het prima; belangrijk is dat neef (drie jaar oud) en nicht (zeven alweer) het leuk hebben. Die christmas pudding eet ik zelf wel op.

Maar wat gaan we doen? Ik wil iets cultureels en in overleg met de ouders besluiten we naar Een Wintersprookje van Het Kleine Theater te gaan, 's middags om drie uur in het Ostadetheater. Vooraf doen we dan een lichte lunch daar ergens in de buurt. Met de culinaire verhipping die de Van Woustraat op dit moment doormaakt moet het geen probleem zijn daar ergens een hapje te eten.
Helaas, na wat telefoontjes wordt duidelijk dat de meeste al dan niet hippe tenten, zoals de Stadskantine, op tweede Kerstdag gewoon dicht zijn. Uiteindelijk blijkt Bistro Zuid wel open, en ze hebben een kleine maar acceptabele lunchkaart met diverse pasta's. Dat moet goed komen. Ik reserveer voor twaalf uur.

Dus niet. (Foto: Bistro Zuid.)
Ik tref de familie in een zonovergoten Van Woustraat om kwart over twaalf voor de deur van Bistro Zuid. De gesloten deur van Bistro Zuid. Binnen staan de stoelen nog op de tafels. De telefoon wordt niet opgenomen. Het is dus echt kerst: we komen de herberg niet in. Gelukkig is er even verderop wel een stal in de vorm van de lokale Coffee Company en daar worden we gastvrij ontvangen met koffie, warme chocolademelk en prima tosti's. De kinderen vermaken zich uitstekend.

De stal. (Foto: Coffee Company.)
Het is maar een korte wandeling naar de Ostadestraat en Ostade A'dam (zoals het eigenlijk heet) blijkt een lief, klein vlakkevloertheatertje te zijn. Dat ook hier de verhipping heeft toegeslagen blijkt uit de drankjes die ze schenken, zoals de verantwoorde frisdrank van Bionade. Mijn melkzuur gaat acuut rechtsdraaien.

(Foto: Ostadetheater.)
Het zaaltje (nog geen 100 stoelen) zit vol; het kleine grut zit vooraan. Nu wordt het lastig: iets verstandigs zeggen over een theatervoorstelling voor kinderen, als je niet verder dan Shakespeare bent gekomen. En mijn schoonzus, die met Katkids zelf kindertheater maakt, leest mee.
Nu dan. Het is een mooi verhaal over vriendschap en trouw, in een effectief decor en Anke Engels en Vimala Nijenhuis krijgen de zaal helemaal mee. Maar ik zit me de hele tijd af te vragen: waar ken ik die Anke Engels toch van?
Engels en Nijenhuis. (Foto: Het Kleine
Theater.)
Eenmaal thuis biedt het interweb uitkomst. Engels speelde in 2002 in de Nederlandse krimi Ernstige Delicten. Aangezien ik een gereputeerd krimiliefhebber en -kenner ben, heb ik ook van Ernstige Delicten kennis genomen. Het was echter niet te teren, zoals de meeste Nederlandse krimi's.
Maar dit terzijde: in Een Wintersprookje levert Engels prima werk af. Wie wil zien hoe slecht Ernstige Delicten was, kan hier terecht. Het is echter veel leuker om naar Een Wintersprookje te gaan.  De speellijst staat hier.

maandag 22 december 2014

Laat ik ook nog eens iets over de kerstcrisis schrijven. Ik zal proberen het kort te houden.

1.
Het nieuwe zorgstelsel is al een drama, en met de voorgestelde wijzigingen wordt het alleen maar slechter. De discussie gaat nu vooral over de inperking van de vrije artsenkeuze en de macht van de verzekeraars.
Het kabinet beweert dat de inperking van de vrije artsenkeuze een miljard euro aan kosten bespaart, maar onderbouwt dit bedrag niet. Daarentegen kosten de voorstellen van het kabinet juist extra geld, betoogt Sweder van Wijnbergen in het Handelsblad.


De voorstellen van het kabinet versterken vooral de macht van de verzekeraars, waarbij het nu al onduidelijk is hoe die macht ten gunste van patiënten wordt aangewend. Het inkoopbeleid is ondoorzichtig, er zijn enorme financiële reserves (om nog niet te spreken van luxe huisvesting en schandalige salarissen) en er worden bakken geld weggesmeten aan marketing om nieuwe klanten te lokken (waarbij een oerwoud aan polissen wordt gecreëerd om vooral maar niet op inhoud van de polis te concurreren).

2.
Het doordrukken van de plannen levert dus geen beleidsverbetering op. Maar met welke al dan niet rationele argumenten die plannen ooit zijn bedacht doet eigenlijk niet eens meer ter zake. Het is afgesproken en het zal dus hoe dan ook worden uitgevoerd. De minister en de regeringspartijen hebben zich ingegraven en terugtrekken is niet meer mogelijk. Dat de kiezer dit niet pruimt blijkt uit de peilingen van Maurice de Hond dit weekeinde.



3.
De woede die zich richtte op de 'dissidente drie' PvdA-senatoren is volkomen onterecht. Guusje ter Horst c.s. hebben geen politieke spelletjes gespeeld of uit rancune gehandeld; ze hebben de voorstellen van het kabinet getoetst aan het programma waarop ze verkozen zijn en vervolgens geconcludeerd dat tegenstemmen de enige optie was. Politiek zeer zuiver. (Bij Nieuwsuur en bij Pauw verklaart Guusje haar standpunt.)

Guusje denkt over dingen.
4.
Nu wordt het onfris. In plaats van het verlies te nemen en met nieuwe voorstellen te komen die wel de toets der kritiek kunnen doorstaan dient het kabinet het bestaande voorstel, iets anders verwoord, opnieuw in. Daarbij wordt gedreigd dat indien de Eerste Kamer weer niet akkoord gaat, de maatregelen via een Algemene Maatregel van Bestuur worden opgelegd. 'Dat is niet democratisch en in strijd met het staatsrecht', aldus hoogleraar Voermans van de Universiteit Leiden.
Bij dit opnieuw indienen wordt door de coalitie hevig gespind. 'De bestaande vrije artsenkeuze blijft gehandhaafd', blaat VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra, o.a. afgelopen zaterdag in het radioprogramma Kamerbreed. Presentator Kees Boonman ontkracht zijn bewering: de zorgverzekeraar maakt een selectie en daar kan de patiënt uit kiezen, dat is de 'vrije' artsenkeuze die nu wordt voorgesteld; Zijlstra kan niet anders dan toegeven. Diederik Samsom bezondigt zich aan dezelfde spin.

5.
Maar waarom dan toch dit terriërgedrag m.b.t. dit wetsvoorstel? Er was en is geen haast om dit voorstel nog dit jaar aan te laten nemen; de wet moest pas in 2016 van kracht worden. De enige deadline is die van de nieuwe Eerste Kamer die we na de verkiezingen van Provinciale Staten in maart krijgen: het ziet er niet naar uit dat daar voor enig wetsvoorstel van deze coalitie een meerderheid zal zijn. Er is dus nog tijd.
De enige reden lijkt te zijn dat minister Edith Schippers geen gezichtsverlies wil lijden; deze verworpen wet zou haar ambities om Mark Rutte als VVD-leider en (kandidaat-) premier op te volgen fnuiken. Wel Edith, dat heb je alsnog voor elkaar: iedereen weet nu dat je persoonlijke ambities zwaarder wegen dan het landsbelang.


6.
Hoe nu verder? De gewijzigde voorstellen kunnen nog steeds niet de toets der kritiek van de Eerste Kamer doorstaan. Bovendien hebben CU, SGP en D66 verklaard dat ze niet gediend zijn van het AMvB-dreigement en ook dat zou stemmen in de Eerste Kamer kunnen kosten.
Maar gelukkig is daar nog altijd Sybrand Buma van het CDA. Hij wil het kabinet wel aan een meerderheid in de Eerste Kamer helpen. Voor dertig zilverlingen.

dinsdag 18 november 2014

Sinds ik ruim twintig jaar geleden bij een auto-ongeluk een dwarslaesie scoorde en in een rolstoel terechtkwam vraag ik mij met enige regelmaat af: is de kwaliteit van mijn leven voldoende om er mee door te gaan? Daar komt direct een andere vraag achteraan: als dat niet zo is, maak ik er dan een einde aan?

Eerst maar even de eerste vraag. Het antwoord daarop varieert in de tijd en is ingewikkeld, een samenstelsel van rationele argumenten en woeste emoties. Die zijn voor een groot deel privé, maar één belangrijke set overwegingen wil ik graag met u delen.
De positie van gehandicapten in dit stinkend rijke land is slecht. Ze kunnen zich alleen met grote moeite of tegen hoge kosten verplaatsen, werkgevers moeten ze niet en de zorg die ze nodig hebben om volwaardig aan de samenleving te kunnen deelnemen is er niet. En nu het ietsje slechter gaat met onze economie wordt dat wat er wel is afgebroken; onder het mom van kwaliteitsverbeteringen voert de politieke klasse rigoureuze bezuinigingen door. Dat wat overblijft, verschanst zich achter een steeds dikker wordende bureaucratie. Cynischer kan niet.
In de nieuwe zorgwerkelijkheid moet ik straks voor heel veel op mijn buren, vrienden en familie terugvallen. Dat zijn grotendeels dezelfde mensen die door hun stemgedrag deze situatie hebben gecreëerd. Dat gaat niet goed komen.
U begrijpt dat, als ik dit in overweging neem, bij mij de wil tot leven wegschrompelt.

Wil ik dan dood? Nee, maar zo leven wil ik ook niet. De dood lijkt te verkiezen boven het eeuwige gesleur en getrek om iets wat op een gewoon leven lijkt te leiden, boven het altijd maar weer geconfronteerd worden met een maatschappij die me als kostenpost ziet en boven de medemens die me lastig vindt.
Helaas ben ik geen held. Dood zijn vind ik niet erg, dood gaan lijkt me verschrikkelijk. Ik heb het uitgezocht en eigenlijk zijn er geen betrouwbare en goeddeels pijnloze manieren beschikbaar om er een einde aan te maken. Betrouwbaar is belangrijk omdat ik niet in een nog slechtere situatie wil terecht komen dan ik al ben en pijnloos is belangrijk ... wel, zoals ik al zei, ik ben geen held.

De positie van gehandicapten lijkt veel op die van bejaarden, maar er is één belangrijk verschil. In een goed ingerichte samenleving kunnen gehandicapten hun hele leven lang een positieve bijdrage aan die samenleving leveren; bejaarden hebben dat al gedaan en hun leven is nagenoeg voltooid. In die zin is de positie van gehandicapten schrijnender.
Wat bejaarden en gehandicapten ook gemeen hebben: ze worden opgesloten in hun uitzichtloze toestand. Dezelfde samenleving die ze zorg en mogelijkheden ontzegt, die ze in veel gevallen dwingt te creperen, ontneemt ze ook de keuze om wel of niet in die samenleving te leven. Het is de arrogantie voorbij.
Natuurlijk is in een beperkt aantal gevallen euthanasie mogelijk, en dat is iets. Het is echter veel te weinig, niet meer dan een schaamlap. Eigenlijk moet iedereen die door de samenleving in een onmenselijk bestaan wordt gedwongen ten minste de vrijheid hebben om er eenvoudig en pijnloos een einde aan te maken. Een pil van Drion dus, voor iedereen. Nu.

Op dit blogje zullen veel reacties komen in de trant van: het valt toch allemaal wel mee, zo erg is het allemaal toch niet, het is toch goed geregeld? Daarop is maar één antwoord: daar gaat u niet over. De beoordeling van mijn leven is mijn zaak. Ik begrijp dat u liever niet nadenkt over de consequenties van uw politieke keuzes, dat u liever niet wordt geconfronteerd met uw maatschappelijk handelen, of beter: het gebrek daaraan.
U, de samenleving, en de politieke klasse die u vertegenwoordigt, kiezen ervoor om gehandicapten en bejaarden buiten te sluiten. Sta ons dan toe om zelf te kiezen of we in die samenleving willen leven.


donderdag 13 november 2014

'PvdA-ers worden verplicht de straat op te gaan.' Alles wat mis is met de PvdA in één bericht samengevat. Ik moest even naar adem happen, maar mijn tijdlijn op Twitter bulderde van het lachen.

Je verzint het ook niet. Een maand geleden kondigde partijvoorzitter Hans Spekman aan het kabinetsbeleid 'activistisch' te volgen, omdat Diederik Samsom nu ook door hem als buikspreekpop van Mark Rutte wordt gezien. Van Hans hebben we nadien niets meer gehoord, terwijl er toch wel genoeg aanknopingspunten waren om iets 'activistisch'' te roepen. En nu dit.
Arbeider Spekman verstaat zich met het grauw.
De PvdA heeft een enorm bord voor de kop. Ze snappen niet dat wat ze zelf in Den Haag stuk maken, niet goed komt door op straat met mensen te praten. Het komt niet bij ze op dat het uitleggen van het beleid niet het probleem is, maar de beleidskeuzes zelf. De PvdA moet ervoor zorgen dat de kiezers zich financieel zeker weten, en daar waar ze problemen hebben gesteund worden door de overheid.

De PvdA doet precies het tegenovergestelde. Je kan vinden dat het bestuurlijk niveau waarop de zorg het beste georganiseerd kan worden niet dat van het Rijk is, maar de PvdA kan niet verhullen dat de decentralisaties in de zorg niets anders dan een enorme bezuinigingsmaatregel zijn in plaats van een verbetering van de aansturing en daarmee de kwaliteit. De kiezer ziet dat feilloos. De eerste maanden van 2015 zal er een tsunami aan schrijnende gevallen de media overspoelen en de PvdA zal met de Statenverkiezingen in maart 2015 een hoge prijs betalen. De PvdA-senatoren kunnen nu al op zoek naar nieuwe bijbaantjes.
Praten op straat helpt daarbij niets. Net als iedere politieke partij doet de PvdA kiezersonderzoek en ze weten dus verdomd goed welk beleid van ze verwacht wordt. Alleen weigeren ze dat uit te voeren.

Ik ben overigens benieuwd waarom nu juist 'een kwart' van de tijd op straat moet worden doorgebracht, en niet bij voorbeeld een derde of een achtste. Zou daar enig empirisch onderzoek aan ten grondslag liggen? Of klinkt het gewoon lekker?
En hoe gaat de partij de volksvertegenwoordigers controleren? Moeten er urenstaatjes worden ingevuld? Komt er een prikklok bij de woningdeur? Met dezelfde regel- en controleobsessie waarmee de PvdA de zorg gesloopt heeft, wordt nu de eigen partij geworgd.


Dat de PvdA in paniek is blijkt ook uit een heel ander akkefietje. Twee Turkse PvdA-kamerleden die kritiek hebben op het beleid van de eigen minister Lodewijk Asscher worden de mond gesnoerd. Ik vind de merites van de kritiek niet heel belangrijk, maar hoe er gereageerd wordt wel. Twee kamerleden, die allebei goede stemmentrekkers zijn, worden als kleine jongens weggezet. Wat het extra pijnlijk maakt dat over deze specifiek Turkse kwestie vervolgens het woord gevoerd wordt door een Marokkaan. Dat ligt niet lekker bij de Turkse achterban.

Quo vadis, PvdA?

Update: de twee Turkse kamerleden zijn uit de fractie, dus op straat, gezet.

maandag 10 november 2014

Van sommige nieuwsfeitjes vraag je je af waarom er niet veel meer aandacht aan wordt besteed. In de opening van het Acht Uur Journaal bij voorbeeld. Of met chocoladeletters in de Telegraaf. Verontwaardiging in Hart van Nederland. Boze Powned-plofkappen onder neuzen van politici.

Van andere nieuwsfeitjes snap je niet waarom er zo veel aandacht aan wordt besteed, zoals aan de bejaarde mevrouw in het verpleeghuis met de urine die langs haar enkels druipt. Het is echt geen nieuws dat de zorg in de verpleeghuizen ondermaats is. Dat is al jaren zo, en al jaren winden we ons af en toe op en doen we vervolgens niets. Het was hooguit een beetje nieuws dat het in dit geval de moeder van de staatssecretaris langdurige zorg betreft, en dat die staatssecretaris een kille, afstandelijke autist blijkt te zijn. Pijnlijk, maar nog steeds geen groot nieuws. Iedere politicus heeft een moeder.
De politieke tegenstanders van staatssecretaris probeerden het vuurtje nog wel aan te wakkeren door te wijzen op de enorme bezuinigingen die onderweg zijn. Dat lukte niet helemaal, omdat de verpleeghuizen daar vrijwel van uitgezonderd zijn. De ellende daar bestaat al jaren en heeft grotendeels andere oorzaken (alhoewel geldgebrek wel een factor is).

Maar in de marge van het nieuws over de déconfiture van de staatssecretaris kwam ik dit drie maanden oude bericht tegen, waarin wordt gemeld dat de afgelopen dertien jaar '... 70 miljard aan AWBZ-premies niet naar de zorg is gegaan.'
Waarom hebben de tegenstanders van de staatssecretaris en zijn beleid dit niet van de daken geschreeuwd? Er is genoeg geld, dus er hoeft helemaal niet bezuinigd te worden! Alle argumentatie onder de plannen van PvdA en VDD was in één keer weg. Waarom was dit geen voorpaginanieuws? Waar waren de Telegraaf c.s.?

Na enig spitten kwam ik deze uitleg van SP-Kamerlid Henk van Gerven tegen en hij heeft gelijk: er is 70 miljard aan premies niet naar de AWBZ gegaan. Het Ministerie van VWS zegt het zelf.
Maar waarom werd dit politieke bommetje niet tot ontploffing gebracht? Waarom werden de neo-liberalen van de PvdA niet sky high geblazen? Er moest een addertje onder het gras zitten (excuus voor de gemengde metaforen).

Ik moest even zoeken en puzzelen maar ik geloof dat ik het nu snap (en als dat niet zo is dan hoor ik het graag). Ja, SP-politici Van Gerven en Leijten hebben gelijk als ze claimen dat er 70 miljard aan premiegeld niet aan AWBZ-zorg is besteed. Maar dan moeten al die premies wel opgehaald worden en dat gebeurt niet. Want de AWBZ-premie, die op het loon wordt ingehouden, wordt voor een groot deel niet opgehaald. De mensen krijgen korting - de zogenaamde heffingskorting. Heffingskortingen zijn cadeautjes van politici voor de kiezers: je krijgt ze als je jong bent, oud bent, ouder bent of wat dan ook. Heel Nederland krijgt ze.
(Overigens wordt het gat dat door de heffingskortingen wordt geslagen weer enigszins gedicht door de Bijdrage in de Kosten uit de Kortingen (BIKK) en de opbrengsten uit de Eigen Bijdragen van de AWBZ-gebruikers, maar daar hoor je niemand over.)

Natuurlijk is iedere reden om minder belasting te betalen een goede reden maar door dit gedoe is een goede discussie over zorgkosten bijna niet te voeren, omdat iedereen selectief in de argumenten winkelt. Wel is duidelijk dat er geen sprake is van geldgebrek: er is voldoende geld voor zorg. De overheid haalt zoveel op dat de inkomstenstroom afgeknepen kan worden om de kiezer op andere terreinen te behagen.

We vinden het best. Want zoals ik al zei: al jaren winden we ons af en toe op over de manier waarop we met ouderen (en gehandicapten) omgaan, als het erop aankomt om geld uit te geven daar waar het echt iets uitmaakt, gebeurt er uiteindelijk niets. We vinden het als samenleving niet belangrijk genoeg om onze politici met een duidelijke opdracht op pad te sturen, en politici hebben er vooral belang bij om ons naar de mond te praten. De kiezer is de baas. En kennelijk zijn mijn landgenoten allemaal heel erg voor goede zorg, als het maar niks kost. We zijn allemaal VVD-ers. Totdat we zelf zorg nodig hebben. Of onze moeder.


PS
Verpleeghuisarts en filosoof Bert Keizer legt op Radio 1 uit waarom we onze oudjes laten creperen.

donderdag 6 november 2014

In mijn blogje van gisteren over 'Van Rijn-gate' schreef ik: '... VVD-senator Heleen Dupuis is voorzitter van de Raad van Toezicht van de zorgaanbieder in kwestie. Of zij haar werk als toezichthouder naar behoren heeft gedaan, blijft vooralsnog onderbelicht.'

Mevrouw Dupuis zelf heeft daar bij Pauw alle misverstanden over weggenomen. Zie hier.



Maar eerst een rectificatie. Ik had ongelijk toen ik Pauw kapittelde over zijn gebrekkig doorvragen op de uitspraken van stas Van Rijn. Door Van Rijn juist niet te gedetailleerd te bevragen kreeg hij alle ruimte om zijn verhaal te vertellen. Dat deed hij. En zo werd pijnlijk duidelijk dat stas Van Rijn leeft in een wereld van wensdenken en loze kreten. Pijnlijk. Dankjewel, Jeroen.

Terug naar mevrouw Dupuis, of eigenlijk naar zorgboer WZH. Er raast een storm over hen heen en de telefoon staat roodgloeiend, allemaal journalisten die een reactie willen. Omroep West staat klaar om met draaiende camera's uit te rukken.
WZH-directeur Evert de Glint heeft direct een crisisteam gevormd. De manager van het betreffende verpleeghuis, de eigen communicatieadviseur en misschien een ingevlogen specialist, ze zitten bij hem aan de lange vergadertafel. Woordvoering in een crisis is immers een vak apart. Met de voorzitter van de Raad van Toezicht, zelf een publiek figuur en verbonden met de zorg, wordt telefonisch overlegd.

De communicatieadviseur heeft de eerste beheersmaatregelen al genomen. Het personeel heeft een spreekverbod gekregen. Alle journalisten moeten, zonder enig commentaar, naar hem worden doorverwezen. Wie één woord teveel zegt, is z'n baan kwijt. Hijzelf laat alle gesprekken in z'n voicemail lopen, totdat ze in het crisisteam hebben besloten hoe ze gaan reageren.
Naar aanleiding van het artikel in het AD is op de website al een korte, procedurele en niet-inhoudelijke reactie geplaatst. Een dag later volgt naar aanleiding van de bredere media-aandacht een nagenoeg identieke reactie. Ook de cliëntenraad komt met een verklaring, eveneens geheel procedureel.

Het crisisteam werkt de checklist af. Welke vragen krijgen we? Van wie? Welke vragen kunnen we nog krijgen? Waar lopen we ook nog risico's? Welke antwoorden gaan we geven? Wie gaat het woord voeren? Vooral die laatste vraag is voor WZH lastig. In dit soort gevallen is de directeur de meest voor de hand liggende persoon, omdat hij met gezag namens de organisatie kan spreken, hij de feiten kent, voldoende afstand tot de werkvloer heeft om niet in een detaildiscussie verzeild te raken en tegelijkertijd dichtbij genoeg staat om empathie te kunnen tonen. Voorwaarde is wel dat hij een geloofwaardig verhaal heeft en een geloofwaardig persoon is.
Helaas heeft directeur Evert de Glint een reputatie als graaier, en een eerdere poging tot woordvoering (naar aanleiding van een gedwongen verhuizing van demente bejaarden) was allesbehalve succesvol. Men besluit tot een, misschien iets uitgebreidere, schriftelijke persverklaring. Komt wat laf over, maar is wel veilig. En stormen waaien over.
Dan breekt Heleen Dupuis in het overleg in. Ook zij wordt platgebeld. Veel journalisten hebben haar privénummer. Moeten we toch niet iemand wat laten zeggen? Als volksvertegenwoordiger heeft ze een sterke neiging om in het openbaar verantwoording af te leggen. En als voormalig hoogleraar heeft ze een sterke drang tot doceren.
De communicatieadviseur legt uit dat het misschien niet zo'n goed idee is als de voorzitter van de Raad van Toezicht het woord gaat voeren. De mensen snappen niet dat een RvT heel ver weg zit, af en toe wat stukken leest en één keer per jaar met de directeur een functioneringsgesprekje voert en de jaarrekening aftekent. De mensen denken dat de RvT dagelijks door de gangen loopt en met de bewoners en het personeel praat. Als er iets mis is krijgt de directeur op z'n donder. Een soort cliëntenraad dus, maar dan met macht.
Niet doen dus.
Dupuis houdt voet bij stuk. Ze heeft zelf al met Jeroen Pauw gesproken. Zij mag haar verhaal komen doen, en ze hoeft met niemand in debat. Ze gaat. De communicatieadviseur zwicht. Hij zal haar zo goed mogelijk helpen met de voorbereidingen. Er komt een lijst met mogelijke vragen en antwoorden en een kort en bondig feitenrelaas. En een riedel die ze zo vaak mogelijk moet herhalen: 'De zorg is goed maar het gaat om mensen die veel aandacht nodig hebben. Ik begrijp de zorgen van de heren en samen zullen we bekijken hoe het beter kan.' Verder niks. Niet uitweiden, niks erbij halen. Vooraf zullen ze nog een uurtje oefenen - de communicatieadviseur zal Jeroen Pauw spelen.

Als we de uitzending van Pauw terugkijken, blijkt dat er onderweg iets is misgegaan. En er had nog veel meer mis kunnen gaan. De carrière van Dupuis biedt immers voldoende handvatten om het haar in deze kwestie erg lastig te maken. Als VVD-politica is ze immers medeverantwoordelijk voor de bezuinigingen op de zorg. In haar rol van ethica had ze bevraagd kunnen worden over de zorg die zieken en zwakkeren moeten krijgen. En heeft ze haar eigen man niet uit een verpleeghuis gehaald omdat de zorg daar te slecht was?

U heeft de uitzending gezien. Natuurlijk werd er gedebatteerd. Niet dat Pauw daartoe uitnodigde, maar hij liet het wel gebeuren, want prima televisie. Opmerkelijk overigens was dat Renske Leijten zich daar niet in mengde. Ondanks dat ging er genoeg mis. Een bloemlezing.
Volgens Dupuis was het onvermijdelijk dat dementerende bejaarden in hun eigen urine zitten, want er kunnen niet de hele tijd drie man omheen staan. Dat is waar, maar ze gaf vervolgens niet aan wat wel acceptabel is. Ze leek eerder te suggereren dat creperen gewoon moet kunnen.
Zelf schermde ze met de twee 'gouden keurmerken' die WZH heeft. Nu is er door een keurmerk nog nooit een luier op tijd verschoond; het zijn administratieve exercities die op kantoren worden uitgeoefend. Bovendien heeft de betreffende vestiging van WZH die keurmerken helemaal niet voor verpleeghuiszorg (maar voor thuiszorg).
Op de vraag naar het gestegen aantal klachten van bewoners (in een jaar bijna verdubbeld) kwam ze niet verder dan met de dooddoener: 'ze zijn mondiger geworden.' Geroezemoes in het publiek.
Ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft volgens Dupuis ongelijk als die constateert dat WZH-breed bewoners risico lopen op 'onverantwoorde zorg en gezondheidsschade'.
En als klap op de vuurpijl: de klachten van Joop van Rijn en Ben Oude Nijhuis zijn 'beelden, geen feiten.' Waarmee de heren worden weggezet als leugenaars.

Dupuis heeft in ongeveer een half uur haar reputatie, die van WZH en van het PvdA- en VVD-beleid enorme schade toegebracht. Voor dat laatste kunnen we dankbaar zijn, maar het was ook onnodig. Ze liet zich echter niet adviseren, zij was God in haar eigen wereldje.

'Het zijn beelden, geen feiten.'
Dit voorval laat wel zien dat de semi-publieke sector een toezichtprobleem heeft. Het lijkt zo veilig en statusverhogend om je toezichthouders te rekruteren uit het old boys-netwerk van (oud-) politici en bestuurders, maar een ongeleid projectiel als Dupuis kan enorme schade toebrengen.

woensdag 5 november 2014

Het was smullen, gisteren. Genieten. Het begint met een bericht in het AD: twee hoogbejaarde mannen klagen over de zorg die hun dementerende echtgenotes in het verpleeghuis ontvangen. Of eigenlijk: niet ontvangen want het is een tranentrekkend verhaal over vervuiling, onderbezetting en wanhoop.
Treurig, maar op zich niks bijzonders. Het verpleeghuis is het afvoerputje van de zorg waar we mensen laten wonen in omstandigheden die we onze huisdieren niet durven aandoen. Dit soort berichten zullen we blijven lezen totdat we als samenleving onze verantwoordelijkheid nemen.

En dan meldt Omroep West dat een van de klagers de vader van staatssecretaris langdurige zorg Martin van Rijn is, en dat de dementerende vrouw in het verpleeghuis 'bij wie de urine langs de enkels loopt' de moeder van de stas is.

Ik ken de zorg goed, zowel als gebruiker als beleidsmatig. Ik ken het politiek-bestuurlijke complex (de Kamer, het Ministerie, de uitvoeringsorganen) van binnen. Ik verdien mijn brood met journalisten het bos in sturen. En wie mijn blogjes leest weet dat ik een pesthekel heb aan het afbraakbeleid van de PvdA en de vrome woorden waarmee de voormalig sociaaldemocraten dat proberen te goed te praten.

Een casus als deze krijgt dus mijn volle aandacht.

Op een dag als gisteren vinden er twee processen gelijktijdig plaats, die elkaar beïnvloeden. Het eerste proces is dat van het journaille dat zich collectief op de zaak stort en een stroom van feitjes en meningen publiceert. Het tweede proces is dat van de knechtjes van de hoofdpersoon (de woordvoerders en politiek assistenten van de stas) die proberen de schade te beperken - 'damage control'. Want de bewindspersoon is nu de hoofdpersoon en zijn moeder die wegrot in het verpleeghuis en zijn vader die daarover klaagt niet meer dan een aanleiding.

Terug naar gisteren. Even later meldt GeenStijl dat het AD weet dat het om de ouders van de stas gaat maar dat onder druk van het Ministerie van VWS niet hebben gepubliceerd. Het is natuurlijk schandelijk dat het AD zwicht voor deze druk, maar het is ook stom van de knechtjes van de stas: je kan een krant wel onder druk zetten zoiets niet te publiceren maar je weet ook dat het onderwerp dusdanig brisant is dat dit eerder vroeg dan laat toch naar buiten komt en dan is niet alleen de reputatie van de bewindspersoon beschadigd maar die van het hele Ministerie.

Dan blijkt dat er nog een politicus betrokken is bij de kwestie: VVD-senator Heleen Dupuis is voorzitter van de Raad van Toezicht van de zorgaanbieder in kwestie. Of zij haar werk als toezichthouder naar behoren heeft gedaan, blijft vooralsnog onderbelicht. De zorgaanbieder, WZH, laat ondertussen weten dat een individuele casus meerdere aspecten kent, '... en daar kunnen we verder niet op ingaan.'
Maar (lokale) journalisten zullen gaan spitten en er zullen meer details over de kwaliteit van de zorg van WZH naar boven komen.

Het volgende belangrijke bericht is dat één van de twee klagers die avond bij Jeroen Pauw zal aanschuiven. Echter niet de vader van de stas, maar de andere echtgenoot, Ben Oude Nijhuis. Joop van Rijn wil niet, blijkt uit een bericht op de website van Pauw (met dank aan Cobie Groenendijk).


De mededeling dat Joop van Rijn niet durft te komen verdwijnt later van Pauws website. Onder druk van zorgaanbieder WZH?

Als de televisie zich op een zaak als deze stort, eist dat meteen de volle aandacht op. Want wie schuiven er nog meer bij Pauw aan? Daardoor blijft enigszins onderbelicht dat er nog steeds geen reactie van de stas is. Maar gelukkig, daar is Teletekst.


Tegen het ANP zegt de stas: 'Mijn persoonlijke situatie is mijn inspiratiebron geweest om in de politiek te gaan. Dat is geen geheim, ik heb het een paar weken na mijn aantreden in de Tweede Kamer gezegd. Dat de kwaliteit van zorg omhoog moet, wordt in heel Nederland breed gedeeld. Daarom is dat wat mij betreft de belangrijkste pijler onder de hervorming van de langdurige zorg.'

De reactie van Van Rijn junior roept vooral meer vragen op. Want wat heb je dan gedaan om de situatie in verpleeghuizen te verbeteren? Wat ga je nog doen, welke concrete plannen zijn er en hoeveel geld is daarvoor vrijgemaakt? En nu Van Rijn junior zijn privéleven als politieke legitimatie gebruikt willen we nog wel meer weten: wat heb je er persoonlijk aan gedaan om de omstandigheden van je moeder te verbeteren? Hoe vaak ga je eigenlijk bij haar op bezoek? En hoe valt je gedrag te rijmen met de oproep die je bij de EO deed: 'Kinderen moeten meer betrokken zijn bij de zorg voor hun ouders.' Ben je misschien ietwat hypocriet?

Terug naar Pauw. Behalve Ben Oude Nijhuis zal Lilian Marijnissen aanschuiven, het zorgbijtertje van Abvakabo FNV. Marijnissen is een scherp criticaster van het huidige zorgbeleid en zij zal dit schrijnende verhaal goed van context en achtergrond kunnen voorzien. Even hoop ik dat Van Rijn ook  bij Pauw zal optreden, maar dat is hem ongetwijfeld door zijn adviseurs ontraden. In een vlek moet je niet gaan wrijven.

En dan. Toch. Van Rijn komt naar Pauw. En daarom moet Marijnissen het veld ruimen.

Voor het vertrek van Marijnissen kunnen twee redenen zijn. Het zal een eis geweest zijn van de knechtjes van de stas: als Van Rijn de verbaal en inhoudelijk sterke Marijnissen tegenover zich krijgt, wordt hij gefileerd. Maar het kan ook een keuze van de redactie van Pauw geweest zijn: bij een tweestrijd tussen Marijnissen en Van Rijn verdwijnt het persoonlijke verhaal van Oude Nijhuis naar de achtergrond, terwijl hij juist de 'human interest' van het verhaal is. Hoe het ook zij: Oude Nijhuis zit tegenover Van Rijn, en het is dus aan Jeroen Pauw om de woordenbreier Van Rijn concrete antwoorden te laten geven.

Kijkt u zelf.



Het gesprek verloopt dramatisch. Oude Nijhuis is moedig en blijft correct, ook als hij vertelt dat hij onder druk is gezet om niet met zijn verhaal op televisie te verschijnen.


Maar het zijn vooral de een-tweetjes tussen Pauw en Van Rijn die je de moed in de schoenen doen zinken.
Van Rijn herhaalt keer op keer zijn kreet dat hij de zorg beter wil maken (zonder concreet te worden) en Pauw komt niet verder dan een aantal maal te vragen of er dan geen geld bij moet. Meer komen we niet te weten. Pauw verzaakt zijn taak als journalist en Lilian Marijnissen wordt node gemist. Op het optreden van Oude Nijhuis na is het een wanvertoning.

Is het dus verstandig van Van Rijn om bij Pauw aan te schuiven? Nee, niet op deze manier. Hij is vreselijk slecht voorbereid. Hij moet meer empathie met Oude Nijhuis tonen, hij moet vertellen wat hij persoonlijk doet om de omstandigheden van zijn moeder te verbeteren, hij moet met behulp van concrete voorbeelden duidelijk maken wat hij als bewindspersoon wel en niet kan doen en hoe zijn acties de zorg beter maken. Maar niets van dit alles. Hij en zijn knechtjes hebben verschrikkelijk slecht werk geleverd. Zijn haartjes zaten keurig in een scheiding, dat wel.

The day after. PvdA-ers proberen de schade te beperken.


Onvermeld daarbij blijft dat Van Rijn jarenlang directeur langdurige zorg op hetzelfde Ministerie van VWS is geweest en dus met zijn toenmalige PvdA-bazen medeverantwoordelijk voor de huidige stand van zaken. Onvermeld blijft ook dat de familie Van Rijn, waar het geld tegen de plinten klotst (hiervoor was Van Rijn baas van pensioenreus PGGM, tegen een aanzienlijk salaris) niet in staat was of wilde zijn om betere zorg voor moeder te organiseren.

Tot slot blijft de vraag over wie Van Rijn op zijn gedrag aanspreekt. In de politiek is dat natuurlijk Renske Leijten.


Maar wie gaat dat bij Van Rijn thuis doen?

Update: het gespit bij zorgaanbieder WZH is begonnen.


Update: in de Volkskrant beschrijft Gijs Herderscheê hoe de knechtjes op het Ministerie het Algemeen Dagblad verneukten.