woensdag 12 december 2012

'Waldeinsamkeit.' Een fraai samengesteld woord zoals dat alleen in het Duits kan en dat nagenoeg onvertaalbaar is. De eenzaamheid van het woud, eenzaam in het woud, zoiets. Het woord heeft ook niet per se een droevige lading. Het hangt af van de context.

De Waldeinsamkeit kwam gisteravond langs in Schumanns Liederkreis op.39. In de Kleine Zaal van het Concertgebouw zong Robert Holl, begeleid door Rudolf Jansen, de sterren van de hemel. Ook Russische liederen stonden op het programma, van onder anderen Moesorgski, Borodin en Rachmaninoff. Wat een zwaarmoedigheid, wat een ellende. Daarbij vergeleken zijn de Duitsers bijkans lichtvoetig. Ik moest acuut aan de drank.

Terzijde: als ik twee heren, keurig in het pak, op een podium liederen zie vertolken denk ik altijd hieraan:


Terug naar het Duits. Wat een mooie taal is dat toch, en wat jammer dat ik daar zo weinig mee doe. Nou ja, onlangs bezocht ik Das Rheingold, afgelopen weekend genoot ik van Die Winterreise door de fenomenale Thomas Quasthoff en nu dan een dosis Liederkreis.
Maar ik heb nog altijd een stapeltje nog te lezen Duitse boeken en dat stapeltje blijft ook maar liggen: Kleiner Mann - Was nun? en Jeder stirbt für sich allein van Hans Fallada, Der Zauberberg en Doktor Faustus van Thomas Mann, Das Kapital van Karl Marx, und so weiter. Met Kerst ga ik echt een van deze boeken lezen.

Uit balorigheid googelde ik 'Waldeinsamkeit' en ik kwam op het blog Coolduits. Briljant. Das Leben ist doch ein Ponyhof!

maandag 26 november 2012

Ik heb het voor de tweede keer gedaan. Nee, niet dat. Ik heb voor de tweede keer dezelfde opera bezocht: Das Rheingold van Richard Wagner. De eerste keer was in 1999, de tweede keer afgelopen zaterdag.

Die eerste keer was in de zomer van 1999. Het Holland Festival had de complete Ring des Nibelungen geprogrammeerd, in een regie van Pierre Audi en met decors van George Tsypin. Ik wist: het is nu of nooit. Hoe vaak in je leven wordt de Ring integraal en om de hoek uitgevoerd? Ik was geen doorwrocht operabezoeker maar ik wist dat ik moest gaan. De lieftallige S. ging graag mee.
Het werd een onvergetelijke ervaring. Vier avonden opera in één week, veertien uur zwelgen in weldadige muziek, fenomenale zang en monumentale decors. Tijdens de pauzes keken we met een bagel in de ene en een glas wijn in de andere hand vanaf het balkon van het Muziektheater hoe de zon langzaam in de Amstel zakte.

Ik heb getwijfeld of ik, zoveel jaren later, nog een keer moest gaan. De magie van toen zou zich niet nog een keer laten vangen. Aan de andere kant ben ik ouder en misschien wijzer. Ik heb meer gezien en gehoord en dat kan de ervaring verbeteren. En als het tegen zou vallen, het was slechts de 'korte' Rheingold. Ik zat niet meteen vast aan de hele Ring.
Progrannaboekjes: uit 1999 en uit 2012.
Ditmaal heb ik E. overgehaald mee te gaan. Dat kostte niet veel moeite. Zijn grote liefde, Bruckner, is schatplichtig aan Wagner, dus een Wagner-opera moest hij een keer gedaan hebben. Vooraf prikten we aan de overkant een vorkje, bij Frenzi op de Zwanenburgwal. Aardig, maar vooral vanwege de grote collectie grappa.
Het regende toen we naar het Muziektheater overstaken.

Drie uur later stonden we weer buiten. Ik zal er kort over zijn: het was opnieuw overweldigend, fantastisch. E. merkte droogjes op: 'Ik heb wat huiswerk te doen.'

Die Walküre is volgend jaar. Ik heb kaartjes voor negen mei. Ondertussen galmen Rheintöchter Wellgunde, Woglinde en  Floßhilde in mijn hoofd: 'Rheingold, Rheingold ...'

zaterdag 24 november 2012

Het is 2012. Dat wat door de wetenschap bewezen en verklaard kan worden, is waar - door dit inzicht heeft de mensheid enorme stappen vooruit gemaakt. Natuurlijk is geloof in het bovennatuurlijke en in genezing door ingestraald water nog niet uitgeroeid en ook wordt door sommigen nog een plaats voor 'het goddelijke' in onze samenleving opgeëist.
Gelukkig heeft goed onderwijs een eind aan de obscure praktijken van de piskijkers gemaakt en worden er geen heksen meer verbrand. Religie is nagenoeg tot achter de voordeur teruggedrongen.

Het regeeraccoord van VVD en PvdA wekt dan ook mijn verbazing. Niet vanwege het zorgpremierelletje in de VVD, of dat de VVD-ers tegen nivelleren zijn. Ook niet vanwege het feit dat door VVD-ers de samenwerking in het vorige kabinet met de anti-liberale PVV goedgemutst geaccepteerd werd en dat nu een kleine greep in de portemonnee van de meest welvarenden tot schuimbekkende reacties leidt. We weten immers allang dat VVD-ers principeloze zakkenvullers zijn. Halen, hebben en houden is hun motto.

Wat mij verbaast is het feit dat de PvdA klakkeloos accoord gaat met bezuinigingen en lastenverzwaringen. Dat de VVD dit wil is bekend. Ze zeggen het tijdens de campagnes nooit zo duidelijk, maar ze willen de staat zo klein mogelijk maken en iedereen die niet voor zichzelf kan zorgen, heeft pech gehad. Hier geen nieuws. Maar van de PvdA had ik iets anders verwacht, want tijdens de verkiezingscampagne had de PvdA aangegeven de norm van drie procent begrotingstekort los te willen laten. Bezuinigingen en lastenverzwaringen zijn immers slecht voor de economische groei en de zwaksten hebben het meest te lijden in deze crisis.

Er is een overvloed aan wetenschappelijke literatuur die aantoont dat in tijden van economische krimp de overheid geld moet uitgeven om de economie op gang te krijgen. Bezuinigen en lasten verzwaren maken de boel alleen maar erger. Ik verwijs kortheidshalve naar End this depression now! van Nobelprijswinnaar Paul Krugman.
In Nederland is Ewald Engelen een roepende in de woestijn. In zijn column in Het Parool van 24 november brengt hij fijntjes in herinnering dat volgens de rekenmeesters van het CPB de PVV de enige partij is die door minder te bezuinigen een groeiverbetering realiseert - bij gelijkblijvende staatsschuld.

Ik moet dan ook met frisse tegenzin constateren dat onze gehele politieke klasse - met uitzondering van de door mij om andere redenen verfoeide PVV - behoort tot de categorie piskijkers en Jomanda-tentgangers. Wetenschappelijk gefundeerde oplossingen voor de crisis worden terzijde geschoven ten faveure van dogma's en ideologie.
Dat de VVD het bezuinigingsdogma omarmt is geen nieuws. Voor hen is het een fraai argument om hun agenda voor een kleine staat te realiseren. Maar dat de PvdA zich zonder slag of stoot zich in het neo-conservatieve pak laat naaien, verbaast me. Kennelijk zijn ze zo machtsgeil dat alle hogere hersenfuncties zijn uitgeschakeld.

Wat zegt dit alles over de levensvatbaarheid en het bestaansrecht van belangrijke politieke stromingen als het liberalisme en het socialisme, die beiden hun wortels in het Verlichtingsdenken vinden? Ik vrees dat ze zichzelf in de Middeleeuwen hebben geparkeerd. Het wordt tijd voor een andere politiek.

dinsdag 6 november 2012

Crisis? What crisis?

zaterdag 20 oktober
Ik heb eindelijk mijn ruim dertig jaar oude gele Samsonite met pensioen gestuurd. Tijdens de laatste trip is een fles muscatel gaan lekken en dat heeft het interieur definitief gesloopt. Aangezien ik hecht aan tradities heb ik opnieuw een Samsonite aangeschaft en ook deze is knalgeel. Maar nu met wieltjes.

De geschiedenis herhaalt zich: ook dit keer is het vliegtuig van Transavia stuk. Ik zet me schrap voor uren vertraging maar het valt dit keer mee. Transavia heeft ergens een Pools toestel vandaan getoverd en slechts een uur te laat kies ik met Enter Air het luchtruim. Voor het eerst in ruim tien jaar zit ik weer eens aan boord bij een andere maatschappij.
Ik heb me het afgelopen decennium tot Transavia moeten beperken, omdat Transavia als enige maatschappij rechtstreeks op Valencia en Alicante vliegt. Het zou goed zijn voor de dienstverlening en de prijsstelling van Transavia als ze eens wat stevige concurrentie op deze routes zouden krijgen; Vueling vliegt weliswaar ook op Alicante maar doet dat met een tussenstop in Barcelona en dan ben je ruim een dag onderweg.

Twee dingen vallen op aan boord bij Enter Air: hoewel dit een nieuwe 737 is, is het interieur vrij sober, bijna spartaans en de stewardessen zijn bloedmooi. Ik zit eerste rij gangpad en er is geen wandje tussen de cabine en de pantry: het inflight entertainment is dus dik in orde. Jammer is dan weer wel dat de catering door Transavia wordt verzorgd. Het assortiment Poolse lekkernijen blijft dus beperkt.
Ik klim graag aan boord bij Enter Air.
zondag 21 oktober
Na de regen van gisteren is het nog fris en dus ontbijten we binnen. Nachbarin Frau E. nodigt ons uit voor de lunch maar het is nog steeds niet warm genoeg en daarom gaan we niet bij Nancy in Moraira op het terras zitten. We kiezen voor Tico-Tico.

Tico-Tico is zeven dagen per week van 's morgens vroeg tot 's avonds laat open. Moeder staat in de keuken en Anna bedient. Anna werkt zeven dagen per week, 51 weken per jaar. Die ene week dat ze vrij heeft, ligt ze op het strand. Anna is een leuke, jonge vrouw maar met zo'n leven wordt ze vroeg oud. Zonde.
Op werkdagen is het hier met de lunch stampvol, maar vandaag valt het mee. B. en ik gaan voor de lamsstoof, M. en E. voor de eend. De lamsstoof is uitstekend maar de eend valt dit keer tegen: net niet gaar genoeg. We zeggen er wat van en Anna geeft toe dat ze het ook al had gezien, maar ja, zeg dat maar eens tegen de keuken.
De lamsstoof bij Tico-Tico is uitstekend.
Achterin de zaak staat de tv aan, gelukkig niet te hard. We sluiten af met koffie.

maandag 22 oktober
De zon schijnt: boek mee en naar buiten! Ik lees The idea of Communism, een bundeling redes uitgesproken tijdens een congres in maart 2009 aan het Birkbeck Institute. Nu afdoende gedemonstreerd is dat het kapitalisme niet werkt, bespreken de deelnemers aan dit congres de mogelijkheden om het communisme opnieuw als maatschappelijke ordening te introduceren. Helaas is het net zoals bij Marx: de idealen zijn nastrevenswaard ('het gaat niet om gelijke kansen, maar om gelijke uitkomsten') en de analyse van het feilen van het kapitalisme is haarscherp, maar hoe tot een communistische samenleving te geraken en hoe die er dan in de praktijk uit moet zien, blijft wat vaag. Dat moet ons er natuurlijk niet van weerhouden op weg te gaan naar de nieuwe heilstaat: ook Columbus had geen idee wat hij aan zou treffen toen hij in 1492 de zeilen hees.
Niet alle bijdragen in The idea of Communism zijn even interessant, maar die van Costas Douzinas, Antonio Negri en natuurlijk Slavoj Žižek nodigen uit tot verdere studie.

We lunchen met J. en J. bij Zensatez, een nieuw tentje net buiten Moraira. We zijn getipt dat de jonge kok/eigenaar Ivan Grau Blasco zijn vak verstaat.
De locatie is niet zo gunstig: Zensatez ligt aan de drukke weg naar Calpe en parkeren moet aan de overkant. Het kleine terras met comfortabel meubilair ligt ook direct aan de weg. Het uitzicht op zee is echter fantastisch. We gaan toch maar binnen zitten: hetzelfde uitzicht maar zonder de uitlaatgassen.
Het uitzicht bij Zensatez is fantastisch.
We nemen het marktmenu van 23 euro dat begint met een amuse: een cappuccino van linzen en witte truffel. Vervolgens komt er een serie uitstekende tapas langs: een stukje geconfijt varken, een gegrillde paddestoel met licht gesmolten geitenkaas en sepia (inktvis) met citroensaus. Het hoofdgerecht is op de huid gebakken merluza (schelvis). We sluiten af met een crema van witte chocola en mandarijn.
Voortreffelijke op de huid gebakken merluza.
Ik zal er kort over zijn: Ivan kan goed koken en hij kan goed inkopen: de vis is, als ik dat zo mag zeggen, kakelvers en van uitstekende kwaliteit. Zensatez is pas laat in het seizoen open gegaan en ik hoop dat Ivan de winter doorkomt. Dit is echt een tentje dat moet blijven, dus als u aan de Costa Blanca bent weet u wat u te doen staat. Ivan is digitaal zeer aanwezig, dus als u meer wilt weten kunt u terecht op Feestboek of zijn eigen website.

Vanavond zal broerlief met echtgenote en kroost zich bij ons voegen. Tegen vijf uur komt er een Facetime-oproep van hem binnen: 'We zijn op Schiphol en net ingecheckt.'
Hij heeft pleisters op zijn neus en voorhoofd. Wat is er gebeurd? 'Met de koffer van de trap gevallen.'
Ik wens ze een goede vlucht.

dinsdag 23 oktober
Om zeven uur word ik wakker van het geblèr van neefje P.

De dag vliegt om: neefje P. (anderhalf) en nichtje J. (vijf alweer) eisen alle aandacht op. Voordat ik het weet is het half acht en lees ik J. voor uit Floddertje: Schuim.

woensdag 24 oktober
Om kwart over acht wakker. Niet van P. maar van de motormaaier van de tuinman.

's Middags doen we boodschappen in Benissa en drinken we koffie bij Conchi. Bij de slager krijg ik een trosje gedroogde druiven. Ik schrijf expres 'trosje gedroogde druiven' want als ik 'rozijnen' schrijf denkt u meteen aan de zwavelgedroogde meuk van Sunmaid en dat is echt iets anders. Deze druiven hebben in de zon liggen drogen en hebben een sterke en zoete druivensmaak. Heerlijk.
Het is Conchi's laatste week van dit seizoen. Ze zijn de week voor Kerst nog open voor de verkoop van turrón en dan volgend jaar maart weer. Zondagavond is de laatste avond. We komen toch wel even langs? We houden een slag om de arm.

donderdag 25 oktober
Weer wakker van geblèr, dit keer van nichtje J. Kennelijk is er iets stuk, maar wat is niet helemaal duidelijk. Het is wel een enorm drama. Als ik me eenmaal gedoucht aan het volk presenteer blijkt de ernst van het voorval: de ballon is stuk. De situatie is zo ernstig dat J. direct naar huis wil.

B. leest HHhH van Laurent Binet. Hij geeft het aan mij: 'Rotboek. Ik ben benieuwd wat jij ervan vindt.'
Omdat je vertrok voordat ik het uit had, bij deze: inderdaad een slecht boek. HHhH is een biografie van Reinhard Heydrich, een van de meer onaangename kopstukken uit het Nazi-regime. HHhH is echter geen klassieke biografie: de auteur legt weinig verantwoording af over zijn bronnen maar valt ons vooral lastig met zijn persoonlijke zoektocht naar het leven van Heydrich. Nu kan dat indien goed geschreven een interessant boek opleveren maar Binet komt niet veel verder dan leuteren over zijn vriendinnetjes.
Binet heeft voor HHhH de Prix Goncourt du Premier Roman gekregen en dus moet ik vaststellen dat de Goncourt ook niet meer is wat het geweest is.

Als de kinderen eenmaal naar bed zijn genieten we van de rust. Het is heel erg 2012: M. en M. hebben ieder hun iPad voor zich, broerlief zijn iPod Touch en ik zit met m'n iPhone te klooien. Leve de wifi ...

vrijdag 26 oktober
Broerlief en aanhang gaan weer op huis aan. Het was kort maar krachtig. Als ze eenmaal weg zijn is het opeens erg stil in huis.

zaterdag 27 oktober
Het is bewolkt en er valt zelfs een klein beetje regen. Op de markt in Benissa scoor ik drie keurige donkerblauwe katoenen broeken, made in Spain, voor alles bij elkaar 24 euro.

Vanavond hebben we een concert in Centre d'Art Taller d'Ivars in Benissa. Vorig jaar zomer was ik hier ook al eens, bij een door de Rotary georganiseerd benefiet-concert. Toen zat er een compleet symphonie-orkest, nu treedt op het Cuarteto de cuerda Esplá met 'solista invitada' María José Clemente Bover (dwarsfluit).
Hoewel het concert door de gemeente Benissa is georganiseerd komt ook hier de Rotary weer in beeld: op het laatste moment kwam de gemeente erachter dat ze wel wat weinig promotie voor dit concert hadden gedaan en dat er op dezelfde avond in het dorp ook een grote bruiloft, een fundraiser voor de kankerbestrijding en een feest van de deelnemers aan de Moros y Cristianos plaats zou vinden. Via voornoemde María José Clemente Bover werd de Rotary ingeschakeld om de zaal toch nog een beetje vol te krijgen.
De inspanningen van de Rotary zijn redelijk geslaagd: er zit een man of vijftig. Het programma bestaat uit Bach, Mozart en een handvol Spaanse hela-hola componisten waar ik nog nooit van gehoord heb. Er wordt aardig gespeeld en al met al is het een aangename avond.
Cuarteto de cuerda Esplá met 'solista invitada' María José Clemente Bover (dwarsfluit).
zondag 28 oktober
Een strakblauwe lucht en een spetterend zonnetje maar er staat een gemeen koude wind. In het hoekje bij de tuinmuur en het pomphuis van het zwembad is het echter goed toeven.

Ik lees The Origins of Political Order van Francis Fukuyama. U zegt natuurlijk meteen: dat is wel een grote stap, van neo-communist Žižek eerder deze week naar de man die na de val van de muur in The End of History and the Last Man de definitieve overwinning van de liberale markteconomie aankondigde. Inderdaad. Maar Fukuyama heeft inmiddels toegegeven dat hij zich verschrikkelijk vergist heeft en in die tijd dachten we allemaal dat de welvaart nooit meer op zou raken.
The Origins of Political Order is dan ook geen voorspellend boek, maar onderzoekt waarom de mens politiek handelt en of en hoe dat verklaart hoe (de eerste) staten zijn ontstaan. Daar komt Fukuyama niet helemaal uit, maar ondertussen heeft hij wel op fascinerende wijze laten zien hoe wij vooral door onze genen in ons - ook politieke - gedrag worden gestuurd en geeft hij een voor mij verhelderend lesje in de geschiedenis van India en China. Voor de echte kenner misschien allemaal niet even baanbrekend, maar ik beleef er veel plezier aan.

We gaan nog maar eens lunchen met J. en J. maar ditmaal bij La Masena in Javea. In dit ietwat hogere marktsegment heeft men minder last van de crisis: de tent zit tjokvol. Goed dat we hebben gereserveerd.
We beginnen met een uitstekende van amuse van gamba's in deeg, vervolgens ga ik verder met een salade met gegrillde geitenkaas en als hoofdgerecht kan ik de confit de pato natuurlijk niet laten staan. We drinken een Enrique Mendoza 2009 (Alicante) ter nagedachtenis aan mijn vader. Hij vond dat een erg lekkere wijn. En dat is het ook.
Confit de pato bij La Masena.
We zijn pas om half vijf terug en we besluiten de seizoenssluiting bij Conchi te laten voor wat het is.

maandag 29 oktober
De koude wind is weg! Met boek in de zon.

Lunch bij Nancy in Moraira, het is meer dan warm genoeg om in de zon de visjes te verorberen. De tent naast Carambano (zoals de zaak van Nancy en Antonio eigenlijk heet) wordt helemaal leeggehaald, het complete interieur wordt eruit gesloopt. Kennelijk wil iemand hier iets nieuws beginnen. Ik ben benieuwd.
Gambas al ajillo bij Nancy.
Omdat veel op toeristen gerichte winkels en horeca al voor de winter gesloten zijn, is het lastig om te bepalen of de crisis verder heeft toegeslagen. Het valt wel op dat de gemeente in de openbare ruimte aan het investeren is, dus kennelijk is er ergens nog wel wat geld gevonden.

dinsdag 30 oktober
Laatste dag. Ik vlieg pas 's avonds laat dus ik heb nog alle tijd om van de zon te genieten.
Het is nog steeds mooi weer - uitzicht vanuit mijn slaapkamer.
We lunchen met P. bij Tico-Tico - wel eerst even gebeld dat ze de eend wat langer in de oven moeten laten staan.
P. is goed ingevoerd in de lokale horeca-kringen en heeft een aantal smakelijke anecdotes, zoals die van het nieuwe grill/barbecue-restaurant waar de draadjes van de afzuiging verkeerd gemonteerd zaten zodat alle vette walm de zaak werd ingeblazen. Ook weet ze te melden dat een aantal bewoners van het centrum van Moraira een actie is begonnen om alle terrassen om elf uur 's avonds dicht te krijgen. Als je niet van terrassen houdt moet je niet in een Spaans toeristendorp gaan wonen! Het lijkt de Jordaan wel.

Op de terugweg nog even langs de Pepe la Sal om drank in te kopen.
Drank genoeg bij de Pepe.
De vlucht naar Amsterdam vertrekt maar een half uur te laat. Ik heb gelukkig nog tijd om van het hoogstaande culinaire aanbod op de luchthaven gebruik te maken.
Ik sluit mijn trip af op een culinaire high.

dinsdag 16 oktober 2012

Het is spannend als je na ruim dertig jaar opeens een jeugdliefde treft. Al die tijd heb je alleen maar naar opnames geluisterd en naar beelden van toen gekeken, waardoor de tijd stil is blijven staan. Natuurlijk hoorde je wel eens wat over nieuwe avonturen en wist je dat ook voor de jeugdliefde het leven verder ging. Maar je hoofd en je hart zijn blijven hangen in de tijd dat je samen was.

Onlangs op een doordeweekse avond bleef ik hangen nadat het BBC News at Six was afgelopen en in de daaropvolgende The One Show knalde 'ie het beeld in: Mr. Blue Sky, the very best of Electric Light Orchestra. Geen verzamelalbum, maar alle nummers opnieuw ingespeeld en opgenomen door ELO-baas Jeff Lynne.
En het kon niet op: Lynne kondigde ook een nieuw solo-album aan: Long Wave.
Het moet welhaast De Avondspits geweest zijn, waarin ik in 1978 voor het eerst nummers van het Electric Light Orchestra hoorde: Turn to stone en Mr. Blue Sky. Ik was verkocht. Fraaie liedjes, met een dikke jas van strijkers en synthesizers. Een beetje overdreven en daarom lekker. Ik had net het fenomeen platenzaak ontdekt en Out of the Blue van ELO was mijn eerste LP. Een dubbelabum, inclusief poster en bouwplaat van een ruimteschip. Ik heb 'm grijsgedraaid, vooral kant drie, het Concerto for a rainy Day met als apotheose het eerder genoemde Mr. Blue Sky.

Achteraf gezien is Out of the Blue het magnum opus van ELO. De eerdere albums laten een duidelijk opgaande lijn zien die uitmondt in dit meesterwerk. Ook op die oudere albums staan lekkere liedjes, zoals Showdown (op On the Third Day), Can't get it out of my head (op Eldorado), Evil Woman en Strange Magic (op Face the Music) en Rockaria! (op A new World Record).





Maar na Out of the Blue is het in een keer over. Discovery (Disco? Very!) haakt misplaatst en verlaat in op de disco-rage en alles wat daarna komt heb ik genegeerd.

Eind jaren tachtig bestaat ELO niet meer maar Jeff Lynne duikt op als producer. Eerst van het album Cloud Nine van ex-Beatle George Harrison en daarna van Full Moon Fever van Tom Petty. En met Harrison, Petty, Roy Orbison Bob Dylan vormt hij de Traveling Wilburys en produceert hij de twee albums van deze 'supergroep'. Handle with care is hun grootste hit.

In 1990 brengt Lynne een solo-album uit, Armchair Theatre, dat vergeten in mijn platenkast staat. Ook blijft hij nog een tijdje als producer actief maar in de 21e eeuw wordt het stil. Goed, er wordt een geremasterde versie van Out of the Blue uitgebracht (die inderdaad veel beter klinkt) met daarop ook wat eerder niet uitgebrachte liedjes. Welkom, maar niet heel spannend.

Aan het einde van dit jaar bereikt Jeff Lynne de pensioengerechtigde leeftijd. Anderen rusten op lauweren, hij heeft z'n Greatest Hits opnieuw opgenomen. Want, zo zegt hij, ik ben nu beter dan ik vroeger was en ik kan nu meer. En de techniek kan veel meer.
Dat schept verwachtingen, maar toch houd ik mijn hart vast. Op Out of the Blue en de eerdere albums worden echte orkesten gebruikt, echte cello's, violen, piano's &c. gespeeld door echte muzikanten. En dat gaat Lynne allemaal in z'n eentje doen?
U begrijpt, met enigszins gemengde verwachtingen maakte ik het pakje van Amazon open. Uit het bij de ceedee geleverde boekje blijkt dat Lynne toch niet alles alleen heeft gedaan: dochter Laura zingt mee en ene Marc Mann doet de strijkinstrumenten. Ook in z'n eentje. Een rondje internet leert dat Mann die strijkers uit een computer haalt. Dat belooft niet veel goeds.
 
En het valt inderdaad niet mee. Meteen valt op dat de muziek dichtgedrukt, gecomprimeerd klinkt - er zit geen enkele diepte in. Ter controle luister ik de geremasterde versie van Out of the Blue en inderdaad, Lynne heeft geen enkele vooruitgang geboekt. Voor de controle van de wat oudere nummers pak ik de verzamelaar Olé ELO uit de Memory Pop Shop-serie. Het is jammer maar zelfs deze prehistorische, zonder enige bewerking op ceedee gekwakte nummers klinken beter.
Is er dan misschien interpretatief iets gewijzigd? Hier en daar klinkt een piano of gitaar wat strakker en harder maar dat is het wel. Het is niet beter. En waarin vroeger - vooral in de oudere nummers - stevig op cello's werd geramd klinken nu gladde computerstrijkers. Bah.
Conclusie: Mr. Blue Sky, the very best of Electric Light Orchestra voegt niets toe. Deze jeugdliefde had ik beter uit de weg kunnen gaan.

Is Long Wave, dat andere nieuwe album van Lynne, beter? Ook op Long Wave speelt en zingt hij alles zelf (met die Marc Mann dan) maar dit zijn elf covers: een curieuze verzameling, uitlopend van If I loved you van Rodgers & Hammerstein tot She van Charles Aznavour. En Lynne komt ermee weg. Hij gebruikt de sound die we kennen van zijn latere werk als producer en hoewel het vreemd is om Aznavour en liedjes uit het Great American Songbook in zo'n jasje te horen: het werkt. Long Wave is een volstrekt onpretentieus maar plezierig album geworden. De jeugdliefde op leeftijd is een bezoekje waard.

PS
Dat dichtgesmeerde, gecomprimeerde geluid waar ik het hierboven over had schijnt een veel bredere, moderne kwaal te zijn. Het is geschikt voor het jeugdige mp3-publiek, dat toch het verschil niet hoort. Maar voor deze oudere jongere, met z'n gecultiveerde gehoor en z'n Cambridge Audio/JBL stereoset is het een pijnlijke tekortkoming.

maandag 8 oktober 2012

Het vernielen van kunst is maar een klein beetje minder erg dan het mishandelen van dieren, maar veel erger dan het slaan van kinderen. Dat laatste is namelijk goed voor hun opvoeding.

Gisteren bekladde een verdwaasde Rus, ene Vladimir Umanets, in Tate Modern een werk van Mark Rothko: Black on Maroon, een van de Seagram Murals. Umanets, een zelfverklaarde Marcel Duchamp, zei tegen de BBC dat hij gezien wil worden als een scheppend kunstenaar. Prima: van mij mogen ze hem met een doos wasco's opsluiten in een cel met mooie witte muren. Gaat 'ie daar lekker de creatieveling uithangen.
Black on Maroon van Mark Rothko, met opschrift.
Ik ben enigszins pissig, ook omdat in de nacht van zaterdag op zondag ons beeld uit de hal van onze flat is gejat. La Chute II van Ad Jenner staat/stond er bijna twintig jaar, en ik ben er gehecht aan geraakt. Het hoort bij mijn huis.
La Chute II in de hal van mijn flat.
We hebben het beeld laten plaatsen omdat we, een jaar na oplevering van het gebouw, vonden dat de centrale hal toch een beetje kaal was. Een van ons wist de weg in de kunst en na wat gesputter door mensen met kunstapathie stond er een paar maanden later dus La Chute II. En nu is ze weg.

Van Umanets kan je zeggen dat hij, hoe misplaatst ook, niets heeft willen wegnemen. Ik vrees dat het de dieven van La Chute II alleen maar om het brons was te doen.
Triest ...

maandag 17 september 2012

Aanstaande zaterdag heropent Hare Majesteit het Stedelijk Museum en zondag mag iedereen er weer naar binnen. Als Vriend van het Stedelijk mocht ik gisteren al een kijkje nemen. Dat lieten @Tessa_Schluter en ik ons geen twee keer zeggen.


In de media wordt al geruime tijd veel aandacht besteed aan de heropening. Zo stond er afgelopen week een fraai stuk in de International Herald Tribune en zondag werd cultuurwethouder Carolien Gehrels in Buitenhof terecht doorgezaagd over de budget- en termijnoverschrijdingen van de verbouwing. De wethouder wimpelde alles weg, maar Het Parool heeft al gepubliceerd over de blunders die ook zij heeft gemaakt. Maar we gaan niet zeuren net als deze cultuurtempel zijn deuren weer opent.

De International Herald Tribune is lovend.
Het Stedelijk is acht jaar dicht geweest en het verloop van de verbouwing heb ik tijdens mijn regelmatige bezoekjes aan die andere cultuurtempel aan de overkant, het Concertgebouw, aardig kunnen volgen. Ik had mijn twijfels over die enorme plastic badkuip die aan de gevel werd geplakt, maar nu die er in zijn volle glorie staat: wauw. Zelfs die zwarte toren die los op het voorplein is gekwakt stoort niet echt. En dat voorplein is prima geworden: mooi strak natuursteen en op de hoek met de Van Baerlestraat is het terras van het daar in het museum gevestigde restaurant. Ik weet nu al dat ik daar komende zomer vaak zal zitten.

Er waren iets meer Vrienden komen opdagen dan ik had verwacht, voor de deur stond een rij van een meter of vijftig. Maar de organisatie was in orde en in een vloek en een zucht was iedereen binnen. Directeur Ann Goldstein verwelkomde de Vrienden bij de deur.

Aan de binnenkant stelde de badkuip ook niet teleur. Het contrast met de oudbouw is helder, maar niet storend. In de zalen op de eerste verdieping gaat de oudbouw naadloos over in de nieuwbouw. En wat is er een smak ruimte bij gekomen! Zeker die eerste verdieping is enorm geworden. Daarnaast is onder de badkuip een kelder uitgegraven met nog meer expositieruimte.


Oud en nieuw.
Om een of andere reden is het Stedelijk voor mij altijd hét museum geweest. Als middelbare scholier heeft het al een onuitwisbare indruk op me gemaakt. Het was de combinatie van de moderne kunst en de sfeer van het gebouw die op een of andere manier goed voelde. Ik was bang dat die sfeer weggemoderniseerd zou worden, maar dat is niet gebeurd. Het museum voelt nog altijd goed.
Het was natuurlijk ook een weerzien met oude bekenden, met de donkere Breitners, de maffe Picasso's, het vreemd harde blauw van Yves Klein, de intrigerende vlakken van Barnett Newman en Malevich, de strakte van Mondriaan en Rietveld. Maar ook het gebouw zelf roept herinneringen op: met klasgenoten poseren op de grote trap en vooral het gevoel van verwachting, dat in de volgende zaal weer bijzondere, mooie, aparte en uitdagende dingen te zien zullen zijn.


Jeugdsentiment.
Ik ga gauw weer. Wie wil er mee?

maandag 3 september 2012

Feiten checken lijkt het nieuwste wapen in de verkiezingsstrijd. Dat is niet zo. De doorrekening van de verkiezingsprogramma's door het Centraal Planbureau (CPB) voorkomt al heel lang een te hoog bullshit-gehalte tijdens de campagnes. Hoewel iedereen weet dat in Nederland coalitieland politieke partijen nooit hun eigen programma geheel kunnen uitvoeren en dat de lange termijn-voorspellingen van het CPB niet meer dan geïnformeerd giswerk zijn, geeft de doorrekening wel inzicht in de beleidsmaatregelen die de partijen voorstaan en de gevolgen daarvan die ze bereid zijn te accepteren. Ik raad dan ook iedereen aan Keuzes in Kaart 2013-2017 goed te lezen, vooral de bijlages per politieke partij. Weet waarop en waarom je stemt.

Het nieuwe 'feiten checken' is dan ook vooral een campagnewapen, en dat is prima. Als een politicus liegt, zoals Rutte over de eigen bijdragen en het eigen risico in de zorg, dan is het prima om hem daarmee om de oren te slaan. Het is heel nuttig om zijn uitspraken naast het VVD-verkiezingsprogramma te leggen (en vooral naast de VVD-bijlage van de CPB-doorrekening) en te constateren dat hij de boel staat te bedonderen.

De Verenigde Staten zitten ook middenin een verkiezingsstrijd, en daar wordt al langer het checken van feiten ingezet als campagnewapen. Toch gaat het daar een tikje anders dan bij ons.
Noch de Republikeinen, noch de Democraten hebben op dit moment een uitgewerkt en doorgerekend verkiezingsprogramma. Er worden alleen beleidsintenties uitgesproken, en hoe goed die voor de eigen achterban zullen uitpakken. Natuurlijk worden ook de beleidsintenties van de tegenpartij zwart gemaakt, maar dat is 'negative campaigning' en dat laat ik hier even buiten beschouwing.
Een mooi voorbeeld was de toespraak van vice-presidentskandidaat Paul Ryan tijdens de Republican National Convention afgelopen week. Omdat presidentskandidaat Romney geen coherent economisch verhaal kan houden, moest Ryan dat doen. Ryan heeft geheel ten onrechte een reputatie als serieus economisch denker opgebouwd en dat werd goed zichtbaar toen onafhankelijke fact checkers zijn voorstellen onder het vergrootglas legden. Niet alleen verkocht Ryan economische lariekoek, ook stonden zijn beleidsvoorstellen haaks op zijn eerdere stemgedrag in het Congres (de Tweede Kamer van de Verenigde Staten) en klopten zijn sommetjes niet. Voor wie daar meer over wil weten is het blog van Paul Krugman in de New York Times een goed vertrekpunt.
Dat Ryan vervolgens ook aantoonbaar loog over zijn tijd in een marathon (2 uur 50 minuten, maar in werkelijkheid meer dan vier uur) was de slagroom op de koffie.
In het verkiezingsgeweld in de Verenigde Staten moet overigens wel onderscheid gemaakt tussen de serieuze fact checkers (zoals de eerder genoemde Krugman, maar ook The New Republic is een goede bron) en de campagne-gebonden fact checkers: in de VS is iedere mening en leugen een 'feit', net zoals Fox News 'fair and balanced' is (en iedere contraire opvatting overschreeuwt).

Die doorgeslagen, feitenvrije manier van campagnevoeren zoals dat in de Verenigde Staten gebeurt, zullen we hier ten lande niet gauw zien, hoe goed Geert Wilders zijn best ook doet. Toch zou ik graag zien dat onze campagnes op een ander vlak wél Amerikaanser worden: ik wil namelijk alles weten over het persoonlijk leven van onze kandidaat-politici.
Godfather Hans van Mierlo zei het al: 'het persoonlijke wordt politiek.' En met zoveel zaken had hij ook hier gelijk. Als je weet dat geen enkele politicus zijn partijprogramma geheel zal kunnen uitvoeren, dan moet je hem of haar kunnen vertrouwen, weten dat hij of zij het maximale uit jouw stem weet te halen. Dan worden de persoonlijke kwaliteiten van de politicus van belang: wat is zijn inzet, wat zijn inschattingsvermogen, zijn onderhandelingsvaardigheden? Hoe integer is hij of zij? Is er een geheime agenda?

Zo wordt niet alleen het politieke gedrag van belang, maar ook iemands persoonlijke handel en wandel. En dus wil ik alles, maar dan ook echt alles van ze weten. Wat doet buitenlander-hater Geert Wilders met een importbruid uit het Oostblok? Waar en hoe komt vrijgezel Rutte aan zijn gerief? Hoe vaak werd Sybrand Buma in de kerk misbruikt? Welke strafbare zaken heeft Diederik Samsom in zijn Greenpeace-tijd begaan? Waar heeft Emile Roemer Engels geleerd?
Ik houd me aanbevolen voor de antwoorden.

zaterdag 25 augustus 2012

In een vorig stukje schetste ik de beelden en gedachtengangen die het roken van een pijp in mij oproepen. Veel langer geleden schreef ik al eens hoe ik daadwerkelijk aan de pijp geraakte. Maar welk beeld had ik toen van de pijproker? En hoe wilde ik dat de anderen de pijproker - mij - zagen?
Rolmodellen waren daarin belangrijk, maar ook de reclamejongens speelden een rol. Zij koppelden beelden en emoties aan hun producten en wisten je er al dan niet onbewust van te overtuigen dat als je hun product gebruikte, je transformeerde tot iemand anders, een beter en interessanter persoon.

Voor de jongere lezertjes: ik ga het nu over tabaksreclame hebben. Vroeger, toen roken nog gezond was, mocht overal voor tabak worden geadverteerd. Bij sportwedstrijden, in de bioscoop en op televisie. Op studentenfeestjes werden door mooie promomeisjes gratis sigaretten uitgedeeld. Dat waren nog eens tijden.

De sigarettenindustrie had de grootste reclamebudgetten en ieder merk creëerde een eigen imago. Wie een Camel opstak werd een stoere avonturier in de jungle. Met een Belinda werd je een hippe girl. Van Marlboro een ruige cowboy. Een Gauloise gaf je een intellectueel cachet.
Ook de sigarenjongens konden er wat van. Met de kreet 'Misschien een tikkeltje te wild, amigo?' bracht La Paz zijn wilde havanna's aan de man, wat bij nadere beschouwing gewoon onafgewerkte sigaren van slechte kwaliteit zijn.

Maar ook de fabrikanten van pijptabak wisten hoe ze hun spullen moesten slijten. Zo werd pijproken gekoppeld aan het stoere militaire leven, getuige deze advertentie van Barneys.


Ook als het stoere militaire leven een ongewenste uitkomst had, bood de pijp, en niet alleen de pijp, troost.

Dat vrouwen pijprokende mannen verkiezen boven alle andere is een gegeven. Ik kan erover meepraten.

De geur van goede tabakken weet in het vrouwvolk echter vreemde en enigszins ongewenste verlangens op te wekken.

Gelukkig laten pijprokers zich door dit alles niet afleiden. Wat Kipling zei over sigaren, geldt ook voor de pijp.

woensdag 22 augustus 2012

Ik ben Europeaan. En nee, dit is geen verhaal over de verkiezingen en het belang van Europa. Geen politiek in dit stukje. Geen actuele politiek althans.

Zoals u weet heb ik een enigszins archaïsch, Eurocentrisch wereldbeeld. U kent mijn opvatting dat dekolonisatie de grootste misser uit de geschiedenis is geweest. Deze begon met het verlies door Engeland van de koloniën in de nieuwe wereld en eindigde na de Tweede Wereldoorlog met een algehele terugtrekking door de Europese staten uit Azië en Afrika.
Het heeft die goede mensen daar niets opgeleverd. Nu hebben ze honger, zuchten ze onder corruptie, lijden ze onder dictators en slaan ze elkaar om niets de hersens in. De enige vooruitgang is dat ze over moderne wapens beschikken, uit Europese fabrieken uiteraard. Onder ons mentorschap daarentegen zouden deze volken zich in hun eigen tempo hebben kunnen ontwikkelen tot volwaardige leden van de wereldgemeenschap. U merkt, ik draag The white man's burden van Kipling.

Ik geef toe, de koloniën in Amerika zijn dan wel uiteindelijk economisch zelfstandig geworden maar maatschappelijk zijn de Verenigde Staten blijven hangen in het koloniale tijdperk. Het beste bewijs daarvoor is dat ze elkaar daar nog altijd om de haverklap overhoop schieten omdat iedereen gewapend rond loopt. Ook cultureel gezien is men daar infantiel gebleven: meuk uit Hollywood wordt het hoogst gewaardeerd. En de culinaire Olympus wordt ingenomen door een klef broodje gemalen koe van MacDonalds.

Echt slecht gaat het natuurlijk in Afrika, want dat continent is de privé-speeltuin van de vier ruiters van de Apocalyps. Een navrant voorbeeld is Rhodesië. Toen dat land in 1965 onafhankelijk werd leek de dekolonisatie daar aanvankelijk wèl succesvol te verlopen. Onder leiding van de (voor de goede orde: democratisch gekozen) regering van Ian Smith ontwikkelde Rhodesië zich tot de graanschuur van Afrika. Het mocht niet lang duren: na een terroristische campagne grepen misdadiger Mugabe en zijn trawanten in 1980 de macht. Iedereen die het nieuws ook maar een beetje volgt weet hoe slecht het nu in Zimbabwe gaat.

Maar hoe kom ik aan dat Eurocentrische wereldbeeld? Ik ben niet in alle opzichten even modern en inderdaad waren veel dingen vroeger beter, maar toch ... het zette mij aan het denken.
Ik realiseerde mij dat er een verband is met mijn tabaksgebruik. Dat wat ik in mijn pijp stop, bepaalt mijn denken. (Wat weer iets anders is dan de effecten van een pretsigaret.) Om nauwkeuriger te zijn: de herkomst van de tabak is koloniaal bepaald. Studie van de tabak is studie van de koloniale handel, en zo betreed je een wereld die in een aantal opzichten beter was dan de huidige.

Ons Indië was niet alleen een rijke bron van specerijen, ook werd er veel tabak verbouwd, op Sumatra en op Java. Java- en vooral Sumatra-tabak zijn zeer geschikt voor sigaren en er is in Nederland dan ook een omvangrijke sigarenindustrie op die import uit de Oost ontstaan. Daar is nu niet veel meer van over: alleen de beroemde Sumatra-sigaren van de hoofdstedelijke sigarenhandel Hajenius roepen nog herinneringen op aan deze glorieuze tijd.

Nu ik dit schrijf, bedenk ik dat ik eerst iets moet uitleggen. Er is maar één soort tabaksplant, de Nicotiana Tabacum. Maar de omstandigheden waaronder de plant wordt gekweekt bepalen in grote mate hoe de plant groeit en hoe de tabaksbladen zich ontwikkelen. Klimaat, grondsoort en hoogte boven de zeespiegel zijn belangrijke factoren. Een plantje dat in Sumatra opgroeit smaakt heel anders dan een plantje dat in Louisiana tot wasdom komt.
Vervolgens zijn ook de manier van oogsten en lokale bewerking van tabak bepalend voor het eindproduct. Zoals ik eerder al schreef, wordt Latakia-tabak uit Syrië (en van Cyprus) gedroogd boven vuurtjes van kamelenmest, maar wordt Virginia-tabak aan de lucht gedroogd en ligt Xanthi gewoon in de Griekse zon.
Zo heeft iedere regio tabak met eigen smaak en eigen geur. En vergis u niet, er wordt op heel veel plaatsen tabak gekweekt. Zelfs Wageningen had tot na de Tweede Wereldoorlog tabaksvelden.

Terug naar Ons Indië. De eigen import uit Sumatra en Java verklaart waarom Nederlanders wel goed in sigaren maar niet in pijptabak waren. De tabak uit onze koloniën was daar gewoon niet geschikt voor.
Tabaksteelt op Sumatra in de jaren dertig.
De Engelsen hadden meer geluk in het uitzoeken van hun koloniën. Zij kozen de nieuwe wereld, de oorsprong van de tabaksplant. Virginia, Kentucky, Maryland: allemaal staten die hun naam hebben gegeven aan tabakssoorten. En uit Louisiana komt Perique. Het blijft dan ook eeuwig zonde dat we indertijd Nieuw-Nederland hebben verloren aan de Engelsen, want wat zouden we een fantastische tabak daarvandaan hebben kunnen halen. Bij de Vrede van Breda in 1667 gaven we onze rechten op Nieuw-Nederland en Nieuw-Amsterdam op; in ruil kregen we Suriname. Misschien heeft onze koloniale rot toen al ingezet.
Tabaksveld in Kentucky.
Maar ik dwaal af. De Engelsen wisten de hand te leggen op grote, tabaksproducerende koloniën, in de nieuwe wereld en elders. Zo was Rhodesië niet alleen de graanschuur van Afrika, ook werd er in grote hoeveelheden een voor de sigarettenindustrie zeer geschikte variant van de Virginia-tabak gekweekt. En wat Engelsen niet door rechtstreekse import uit hun koloniën wisten te betrekken, verwierven ze wel door hun handelsgeest.
Tabaksveiling Salisbury (tegenwoordig Harare, ZImbabwe).
Op deze manier kwamen de ingrediënten bij elkaar voor wat de 'English Mixtures' zijn gaan heten: pijptabaksmengels uit Virginia-tabak, al dan niet aangevuld met Latakia- en Oriëntaalse tabak. Over dit laatste moet ik nog even uitwijden: Oriëntaalse tabak is een verzamelnaam voor een groep tabakssoorten uit Macedonië, Griekenland en Turkije. Ze zijn de smaakmakers van de 'English Mixtures' die om die reden ook wel met 'Balkan' of 'Oriental' worden aangeduid.

En dat stop ik dus in mijn pijp. Is het gek dat als de rook langzaam omhoog kringelt en mijn woonkamer zich vult met exotische geuren, ik me verlies in bespiegelingen over ons rijke koloniale verleden, toen de wereld nog eenvoudig en overzichtelijk was? Gelukkig worden er vandaag de dag nog altijd tientallen soorten 'English Mixtures' gemaakt, meestal door toegewijde, kleine fabrikanten. Die vaak in de Verenigde Staten, Denemarken of Duitsland blijken te zitten. Dat is dan wel weer jammer.

zondag 5 augustus 2012

Als pijproker ben ik in goed gezelschap. Een rondje internet levert een keur aan bekende en minder bekende pijprokers op. Ik stel u een aantal van mijn favorieten voor.

A.A. Milne (1882 - 1956), vader van Winnie-the-Pooh.

Joseph Stalin (1878 - 1953), het meest succesvolle staatshoofd van de Sovjet-Unie. Als goed communist gaf hij de voorkeur aan peperdure Engelse Dunhill-pijpen.

Evelyn Waugh (1903 - 1966) schonk ons Brideshead Revisited.

Bertrand Russel (1872 - 1970), de ontdekker van Ludwig Wittgenstein.

Hunter S. Thompson (1937 - 2005) vond Gonzo-journalism uit en schreef Fear and loathing in Las Vegas. Pijproken was slechts een van zijn vele liefhebberijen.

J. Robert Oppenheimer (1904 - 1967), de vader van de atoombom.

Laurie Lee (1904 - 1997), schrijver van een van de allerbeste reisboeken: As I Walked Out One Midsummer Morning.

Jean-Paul Sartre (1905 - 1980).

Erwin Schrödinger (1887 - 1961), natuurkundige. Van het geniale gedachtenexperiment Schrödingers kat.

Stephen Fry (1957). Ik noem alleen Blackadder.

Tom Crean (1877 - 1938), held van vele Zuidpool-expedities.

Tony Benn (1925), Labour-politicus en schrijver van heerlijke politieke dagboeken.

Sir Arthur Conan Doyle (1859 - 1930), geestelijk vader van Sherlock Holmes.

Jeremy Brett (1933 - 1995), de beste vertolker van The Great Detective.

U mist Prins Bernard, Harry Mulisch en Raph Inbar. Inderdaad.

donderdag 2 augustus 2012

Het Midden-Oosten is een puinhoop en dat raakt mij. Joden en Palestijnen staan elkaar naar het leven, Irak is een 'failed state', Libanon is weer onrustig en in Syrië is een burgeroorlog uitgebroken.
U hebt mij nooit kunnen betrappen op een teveel aan empathisch vermogen. Natuurlijk voel ik mee met de ellende van de mensen daar en hoop ik dat het geweld vandaag nog stopt. Maar het geweld in het Midden-Oosten raakt mij vooral omdat het de export hindert.

Het is, net als zoveel in deze wereld, de schuld van de Fransen en de Britten. Vooral van de Britten. In 1915 vond de Britse High Commissioner in Egypte, Sir Henry McMahon, het nodig om aan de sjarif van Mekka te beloven dat de Arabieren na het opheffen van het Ottomaanse Rijk zelfstandig mochten worden. De diplomaten Sir Mark Sykes en François Georges-Picot trokken zich daar niks van aan en verdeelden in 1916 het Midden-Oosten tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Daarbovenop kwam in 1917 de brief van de Britse Foreign Secretary Arthur Balfour (aan Baron Rothschild) waarin hij de Joden het recht toekende om zich in Palestina te vestigen. Hoe zich dat moest verhouden tot de rechten van de toenmalige bewoners werd niet helemaal duidelijk.

Veel van de ellende in het Midden-Oosten is natuurlijk toe te schrijven T.E. Lawrence. Ook hij beloofde de Arabieren onafhankelijkheid, in ruil voor hun steun in de gevechten tegen de Turken tussen 1916 en 1918. Lawrence schreef daarover The Seven Pillars of Wisdom, een magistraal boek dat iedereen gelezen moet hebben. Lawrence had overigens zo zijn eigen ideeën over een na-oorlogse indeling van het Midden-Oosten.
Het Midden-Oosten volgens Lawrence of Arabia.


Het Midden-Oosten is sindsdien een rokende puinhoop van claim en contra-claim geworden door mensen die elkaar het licht in de ogen niet gunnen en onvoldoende beschaving hebben om hun verschillen van mening uit te praten en daarom in plaats daarvan naar de Kalashnikov grijpen. Mijn stelling dat dekolonisatie de grootste vergissing van de twintigste eeuw is, blijft hiermee dus fier overeind. Onder leiding van wijze West-Europeanen was het in het Midden-Oosten rustig en de aardolie van ons en goedkoop gebleven.

Maar het is niet het menselijk lijden of de hoge aardolieprijs dat mij nu zorgen baart. Ik ben bang dat door de burgeroorlog de tabaksproductie en - export in Syrië vernietigd wordt. Zoals u weet stop ik vooral 'English Mixtures' (ook wel 'Balkan Mixtures' genoemd maar dat bewaar ik voor een volgend geopolitiek -historisch logje) in mijn pijp en Latakia-tabak is een onmisbaar onderdeel daarvan. Deze tabak ontleent zijn karakteristieke rokerige smaak aan droging op vuurtjes van kamelenmest.
Latakia-tabak bij Samuel Gawith & Co.
De beste Latakia-tabak komt uit Syrië, uit de omgeving van het havenstadje - nomen est omen - Latakia. Ook op Cyprus wordt Latakia gekweekt maar deze is van mindere kwaliteit, want iets scherper, iets minder 'mellow'. Misschien schijten de kamelen daar anders.

Gelukkig zijn er nog altijd tabaksfabrikanten die voor hun producten op een of andere manier de hand weten te leggen op Syrische Latakia, zoals McClelland voor hun fantastische Three Oaks. Hebben ze een voorraad of smokkelen ze het spul via een geheime route naar het westen? Ik weet het niet. Ik hoef het ook niet te weten, zolang het spul maar leverbaar blijft.
Three Oaks van McClelland in mijn Rattray's billiard.

maandag 30 juli 2012

Het Muziekgebouw aan 't IJ heeft het beste uitzicht van Amsterdam. Je kijkt uit over het water naar het Centraal Station, naar Overhoeks en verder naar Noord, tot aan de Hemcentrale. Het licht en het water zijn altijd anders, en er is altijd wat te doen. Bootjes kijken is net zo leuk als mensen kijken.
Het is daarom ook een fantastische locatie voor een terras. En dat ligt er ook. Het Muziekgebouw baat de horeca onderin het gebouw - café-restaurant met dat grote terras - niet zelf uit. In het verleden zat daar Star Ferry, tegenwoordig Zouthaven. Star Ferry had een ongecompliceerde kaart en ik heb er een aantal keer prima geluncht. Maar Star Ferry heeft het niet gered, en ik vrees ook voor Zouthaven. De locatie heeft namelijk een probleem, en dat is ... de locatie.
Bootjes kijken.
Het Muziekgebouw aan 't IJ zit niet 'in de loop'. In tegenstelling tot de culturele instellingen in binnenstad kom je er niet toevallig langs en wandel je even binnen. Je moet er naar toe. Begrijp me niet verkeerd, het Muziekgebouw is uitstekend bereikbaar. Tram 26 stopt voor de deur en parkeren kan in de eigen garage. Maar het Muziekgebouw is een bewuste bestemming en geen oprisping.
Dit geldt daarmee ook voor de in het Muziekgebouw gevestigde horeca. Die moet het hebben van gasten die in het Muziekgebouw iets te doen hebben en een bezoekje meepikken of van gasten die voor de horeca zelf komen. Ik weet niet welk deel van de omzet van Zouthaven wordt gegenereerd door bezoekers aan het Muziekgebouw maar het is nooit genoeg om van te leven - al was het maar omdat er 's zomers geen concerten zijn. Zouthaven moet dus ook op eigen kracht genoeg gasten trekken en ik vraag me af of dat lukt. Star Ferry ging tenonder.
Uitzicht Zouthaven
Het mooiste uitzicht van Amsterdam?


Zouthaven positioneert zich als visrestaurant. We hebben in Amsterdam al een aantal uitstekende visrestaurants (Visaandeschelde, de Oesterbar, Lucius) en restaurants waar je uitstekend vis kunt eten (Yamazato en vele anderen) en dan zal je je ergens mee moeten onderscheiden. De kaart is echter klein. Ik heb er in de afgelopen zomerse weken in diverse gezelschappen een aantal keer gegeten (vooral vanwege dat terras) en de kwaliteit varieerde van niet best (kreeft) tot erg lekker (gebakken makreel). Ik heb het idee dat er niet permanent een chef in de keuken staat, maar dat lager gekwalificeerd personeel volgens een instructieboekje werkt. Formule-koken dus. En dat gaat dus niet altijd goed.
De bediening is rommelig maar vriendelijk en naar Amsterdamse begrippen behoorlijk goed. Maar ook zij laten steken vallen. Een espressootje blijft te lang binnen staan en arriveert lauw en met ingestorte crema op het terras. Dan heeft het geen zin om Illy te voeren en kan je beter Moccona schenken. Dat blijft langer heet.
De kreeft valt tegen.
Als Zouthaven zich als visrestaurant wil handhaven moet er een aantal dingen gebeuren. De kaart moet spannender en de kwaliteit van de witte en de zwarte brigade moet flink omhoog. Ook de wijn- en drankkaart kan spannender; er is geen fatsoenlijk glas gedestilleerd te krijgen. En zet de wijn- en drankkaart op de website!

Het treurige voor uitbaters van de locatie is dat zij niet absoluut noodzakelijk zijn om van het uitzicht te genieten. Ook zonder horeca valt er genoeg te beleven en met een picknickmand en koelbox kom je een een heel eind. Maar ik gun het Zouthaven dat ze het redden. Ik kom van de zomer nog wel een paar keer langs.