Het is lekker om over de Midzomernacht te dromen als de kortste dag van het jaar voor de deur staat en Amsterdam lastig gevallen wordt door natte sneeuw. Maar gisteravond mocht het: de Midzomernachtdroom stond in de Stadsschouwburg.
Ik had al tijden voorpret. Shakespeare door Theu Boermans met Pierre Bokma in een hoofdrol, veel beter wordt het niet. Die opinie komt natuurlijk wel ergens vandaan. Ik had indertijd al erg genoten van Boermans' bewerking van Hamlet bij de Trust. Halina Reijn en Jacob Derwig braken daarmee door. En Pierre Bokma had ik natuurlijk al bewonderd in Richard III, Macbeth en de Koopman van Venetië.
Ik zou met M. gaan, net als ik een liefhebber van The Bard, maar zij werd door koorts in bed gehouden. In je eentje naar het theater gaan vind ik niks, dus wie zou op stel en sprong ruimte in haar of zijn agenda hebben en deze hoge cultuur op waarde kunnen schatten? Ik bladerde door mijn Blackberry en bleef hangen op het nummer van E. met wie ik met enige regelmaat het Concertgebouw onveilig maak. Ik besloot toe te geven aan de impuls.
'Bel ik gelegen?'
'Ach, ik ben op kantoor.'
'Het is zondagmiddag!'
Dat is het verschil tussen het bedrijfsleven en de overheid. Ik werk ook wel eens op zondag, maar ik ga er niet voor naar kantoor. E. ging graag mee naar Shakespeare.
De voorstelling was niet kort (drie uur) maar ik zal er kort over zijn: briljant. Als Petra Grijzen van BNR het stuk opent met een nieuwsbericht over de fusie van de bedrijven van Theseus en van de Amazones dan weet je dat het stuk met geweld en genoegen naar de tegenwoordige tijd is getrokken. Bewerker/vertaler Tom Kleijn weet daarbij de magie van het origineel te behouden.
Gaat dat zien. De speellijst vindt u hier, en ik las ergens iets over extra voorstellingen.
dinsdag 20 december 2011
woensdag 30 november 2011
Het publiek gisteravond was anders. Een reguliere avond in het Concertgebouw met het KCO of een ander toonaangevend ensemble trekt een mix van mondain, gegoede burgerij en quasi-hip (en wat hors catégorie) maar gisteravond waren er veel schooljuffen en christelijke visboeren uit de provincie. Niet dat ik het ze gevraagd heb, maar zo zagen ze er uit. Het was de combi van kleding (nondescript is een nette omschrijving voor stijlen die nog niet retro zijn), kapsels en schoenen met doorlopende rubber zolen.
Zo’n christelijke visboer met enorme onderkaak en verkeerd overhemd eiste meteen z’n stoel op, die E. per ongeluk had ingenomen. Assertief beval hij hem op te staan. De visboer met ‘beste man’ aanspreken hielp ook al niet. Ik geef toe, E. en ik beschouwen het Concertgebouw een beetje als onze huiskamer, maar dan hoef je als gast toch niet zo te overreageren?
Dat gisteravond anders was bleek ook al toen we vooraf een hapje aten in het Concertgebouw Café. Overigens zijn ze daar qua eten de weg wel kwijt, de moussaka was niet best. Maar dit terzijde. Je eet daar aan lange tafels en schuin tegenover me zat een buitengewoon appetijtelijke dame, helaas in gezelschap. Ze was een beetje klassiek conservatief gekleed en dat vind ik wel spannend. Het roept de vraag op hoe wild ze zijn.
Hun moussaka kwam gelijk met de onze en terwijl E. en ik elkaar bon appetit wensten, werden naast ons de handen gevouwen en verzonk men in gebed. Ik bedoel, dat verwacht je in niet in Amsterdam, in 2011. Alsof de Verlichting nooit is aangestoken.
Ik kan niet anders concluderen dat het programma van gisteravond dit specifieke gristelijke volksdeel naar Amsterdam lokte. E. (zwaar katholieke achtergrond) en ik (militant atheïst) waren de vreemde eenden in de bijt.
Maar nu wilt u nu eindelijk wel eens weten wat er uitgevoerd werd. Wel, de Nederlandse Bachvereniging deed de Hohe Messe. En hoewel het hier en daar een tikkie korter kon (Bach werd per strekkende meter betaald dus zit je bijna twee uur) was het schitterend. Wat een topuitvoering, wat een klassekoor en -orkest. Welke Halbe Zool wilde ook alweer op cultuur bezuinigen?
PS
Wat heeft @la_bella_anna tegen Amsterdammers?
Zo’n christelijke visboer met enorme onderkaak en verkeerd overhemd eiste meteen z’n stoel op, die E. per ongeluk had ingenomen. Assertief beval hij hem op te staan. De visboer met ‘beste man’ aanspreken hielp ook al niet. Ik geef toe, E. en ik beschouwen het Concertgebouw een beetje als onze huiskamer, maar dan hoef je als gast toch niet zo te overreageren?
Dat gisteravond anders was bleek ook al toen we vooraf een hapje aten in het Concertgebouw Café. Overigens zijn ze daar qua eten de weg wel kwijt, de moussaka was niet best. Maar dit terzijde. Je eet daar aan lange tafels en schuin tegenover me zat een buitengewoon appetijtelijke dame, helaas in gezelschap. Ze was een beetje klassiek conservatief gekleed en dat vind ik wel spannend. Het roept de vraag op hoe wild ze zijn.
Hun moussaka kwam gelijk met de onze en terwijl E. en ik elkaar bon appetit wensten, werden naast ons de handen gevouwen en verzonk men in gebed. Ik bedoel, dat verwacht je in niet in Amsterdam, in 2011. Alsof de Verlichting nooit is aangestoken.
Ik kan niet anders concluderen dat het programma van gisteravond dit specifieke gristelijke volksdeel naar Amsterdam lokte. E. (zwaar katholieke achtergrond) en ik (militant atheïst) waren de vreemde eenden in de bijt.
Maar nu wilt u nu eindelijk wel eens weten wat er uitgevoerd werd. Wel, de Nederlandse Bachvereniging deed de Hohe Messe. En hoewel het hier en daar een tikkie korter kon (Bach werd per strekkende meter betaald dus zit je bijna twee uur) was het schitterend. Wat een topuitvoering, wat een klassekoor en -orkest. Welke Halbe Zool wilde ook alweer op cultuur bezuinigen?
PS
Wat heeft @la_bella_anna tegen Amsterdammers?
zondag 27 november 2011
Op deze plek heb ik al een aantal keer het verdwijnen van de Balkan Sobranie betreurd, de lekkerste pijptabak ooit. In mijn zoektocht naar een geschikte vervanger heb ik vele uitstekende tabakjes opgedaan en een aantal daarvan rook ik regelmatig. Niets kan echter aan de mythische Sobranie tippen.
Zojuist echter verscheen een tweet van Pipes Magazine: Balkan Sobranie komt opnieuw in productie! De oorspronkelijke receptuur van Gallager Group Plc is overgenomen door het gerenommeerde J.F. Germain & Son op Jersey. Ik ben niet een type dat Hosanna! roept of rondedansjes maakt, maar u mag aannemen dat ik in woeste vreugde ontstak.
Ik heb drie prangende vragen: Welke handelaar gaat het aanbieden? Wordt genoeg geproduceerd om aan de ongetwijfeld grote initiële vraag te voldoen? Zou het echt zo goed zijn als het origineel?
Ik probeer zo snel mogelijk wat blikjes te pakken te krijgen. U gaat hier meer over horen.
Zojuist echter verscheen een tweet van Pipes Magazine: Balkan Sobranie komt opnieuw in productie! De oorspronkelijke receptuur van Gallager Group Plc is overgenomen door het gerenommeerde J.F. Germain & Son op Jersey. Ik ben niet een type dat Hosanna! roept of rondedansjes maakt, maar u mag aannemen dat ik in woeste vreugde ontstak.
Ik heb drie prangende vragen: Welke handelaar gaat het aanbieden? Wordt genoeg geproduceerd om aan de ongetwijfeld grote initiële vraag te voldoen? Zou het echt zo goed zijn als het origineel?
Ik probeer zo snel mogelijk wat blikjes te pakken te krijgen. U gaat hier meer over horen.
zaterdag 19 november 2011
Op een of andere manier ben ik via @Nottebianca op Goodreads beland. Een website over boeken, en lezen. Je knalt er op wat je gelezen hebt, wat je aan het lezen bent en wat je wilt lezen. Je kan sterren uitdelen en recensies schrijven.
Natuurlijk is Goodreads interactief: je kan ook de virtuele boekenkast van anderen bekijken, te beginnen met je ‘friends’. Want Goodreads is natuurlijk ook een netwerk-site.
Als ik voor het eerst bij iemand over de vloer kom, neem ik het interieur in ogenschouw maar vooral zoek ik de boekenkasten. Als er geen boeken staan opgesteld of rondslingeren word ik een beetje verdrietig. Wordt hier wel gelezen? Ik kan iemand heel aardig vinden, maar als hij of zij geen boeken leest zal het nooit wat worden.
De eerste stap is, na een al dan niet welgemeend compliment over het interieur, dan ook naar de boekenkast. Wat wordt er gelezen? Hoe staat de boel gerangschikt? Toon mij uw boekenkast en ik weet wie u bent.
Het gluren in andermans virtuele boekenkast is natuurlijk wederkerig en dat betekent dat ik de planken van Goodreads moet gaan vullen. Ik wil immers zelf ook een beetje goed voor de dag komen en mijn eruditie etaleren. Gelukkig is het seizoen van de lange, koude en donkere avonden begonnen.
Natuurlijk is Goodreads interactief: je kan ook de virtuele boekenkast van anderen bekijken, te beginnen met je ‘friends’. Want Goodreads is natuurlijk ook een netwerk-site.
Als ik voor het eerst bij iemand over de vloer kom, neem ik het interieur in ogenschouw maar vooral zoek ik de boekenkasten. Als er geen boeken staan opgesteld of rondslingeren word ik een beetje verdrietig. Wordt hier wel gelezen? Ik kan iemand heel aardig vinden, maar als hij of zij geen boeken leest zal het nooit wat worden.
De eerste stap is, na een al dan niet welgemeend compliment over het interieur, dan ook naar de boekenkast. Wat wordt er gelezen? Hoe staat de boel gerangschikt? Toon mij uw boekenkast en ik weet wie u bent.
Het gluren in andermans virtuele boekenkast is natuurlijk wederkerig en dat betekent dat ik de planken van Goodreads moet gaan vullen. Ik wil immers zelf ook een beetje goed voor de dag komen en mijn eruditie etaleren. Gelukkig is het seizoen van de lange, koude en donkere avonden begonnen.
zaterdag 29 oktober 2011
Alle bomen hebben bruin blad. Dat had ik niet gezien toen ik donderdagavond thuis kwam. Zo word je vanuit de Spaanse nazomer ineens in de Hollandse herfst gekieperd.
Niet dat het weer in Benissa altijd even geweldig was: twee ochtenden hevige spoelbuien en dat was de eerste regen na de zomer. Het is dan oppassen geblazen, de wegen zijn spekglad en er kan zomaar ergens puin naar beneden zijn gekomen. Maar verder was het gewoon 24 graden in de zon.
Ik ga u niet vermoeien met mijn belevenissen in Benissa, want die waren er niet. Ik heb gespeeld en diepzinnige gesprekken gevoerd met nichtje J. (vier jaar alweer), calamares gegeten bij Nancy en koffie gedronken bij Conchi. Ook heb ik veel dom naar de zee gekeken en een beetje gelezen. Een week is zo om.
Het gaat overigens erg slecht in Spanje. Aan het einde van het seizoen ziet het er altijd al ietwat treurig uit, omdat veel op de toeristen gerichte commercie dan sowieso dicht gaat. Maar de verhalen die je hoort ...
Conchi is ieder jaar van maart tot en met oktober open. Conchi, Raquel en Tony werken dan zeven dagen per week, van ‘s morgens vroeg tot – ik weet niet eens tot hoe laat, want dat tijdstip haal ik nooit. Dan nog eventjes met de feestdagen voor de jaarlijkse verkoop van turrón en dat is het. Uitrusten en een welverdiende vakantie.
Het was zaterdag haar laatste dag en het terras zat vol als altijd; zaterdag is marktdag in Benissa. Conchi zag er slecht uit, moe. Kom op, je mag bijna met vakantie!
‘Nee, dit jaar kunnen we niet weg. We hebben te weinig verdiend.’
Maar het zit hier altijd vol!
‘Jawel, maar mensen consumeren veel minder. Ze blijven even lang zitten, maar dan op een in plaats van twee kopjes koffie.’
Casa Cantó is het toprestaurant van Benissa. Het interieur is ietwat typisch, een soort van badkamer, maar er wordt echt fantastisch gekookt. Ik heb er mijn veertigste verjaardag gevierd.
Op het economische hoogtepunt had Casa Cantó in het kleine Benissa twee dependances, zo goed gingen de zaken. Toen reed de vrouw van eigenaar Ximo Ivars in een dikke Mercedes, nu is bijna al het personeel weg en staat ze weer in de keuken.
Genoeg getreurd. In Benissa heb ik me op Elektra van Sophocles gestort, want gisteravond mocht ik met @Amiek naar de opera: Elektra in de uitvoering van Richard Strauss. Het was bloedstollend. Of eigenlijk niet, want het toneelbloed vloeide rijkelijk. Twee uur lang moord, wraak en zelfbeklag. Heerlijk. Want wat werd er mooi gezongen. En wat is het Nederlands Philharmonisch een fantastisch orkest. En wat is @Amiek uitstekend gezelschap.
Het culturele seizoen is weer begonnen. Hoera!
Niet dat het weer in Benissa altijd even geweldig was: twee ochtenden hevige spoelbuien en dat was de eerste regen na de zomer. Het is dan oppassen geblazen, de wegen zijn spekglad en er kan zomaar ergens puin naar beneden zijn gekomen. Maar verder was het gewoon 24 graden in de zon.
Ik ga u niet vermoeien met mijn belevenissen in Benissa, want die waren er niet. Ik heb gespeeld en diepzinnige gesprekken gevoerd met nichtje J. (vier jaar alweer), calamares gegeten bij Nancy en koffie gedronken bij Conchi. Ook heb ik veel dom naar de zee gekeken en een beetje gelezen. Een week is zo om.
Het gaat overigens erg slecht in Spanje. Aan het einde van het seizoen ziet het er altijd al ietwat treurig uit, omdat veel op de toeristen gerichte commercie dan sowieso dicht gaat. Maar de verhalen die je hoort ...
Conchi is ieder jaar van maart tot en met oktober open. Conchi, Raquel en Tony werken dan zeven dagen per week, van ‘s morgens vroeg tot – ik weet niet eens tot hoe laat, want dat tijdstip haal ik nooit. Dan nog eventjes met de feestdagen voor de jaarlijkse verkoop van turrón en dat is het. Uitrusten en een welverdiende vakantie.
Het was zaterdag haar laatste dag en het terras zat vol als altijd; zaterdag is marktdag in Benissa. Conchi zag er slecht uit, moe. Kom op, je mag bijna met vakantie!
‘Nee, dit jaar kunnen we niet weg. We hebben te weinig verdiend.’
Maar het zit hier altijd vol!
‘Jawel, maar mensen consumeren veel minder. Ze blijven even lang zitten, maar dan op een in plaats van twee kopjes koffie.’
Casa Cantó is het toprestaurant van Benissa. Het interieur is ietwat typisch, een soort van badkamer, maar er wordt echt fantastisch gekookt. Ik heb er mijn veertigste verjaardag gevierd.
Op het economische hoogtepunt had Casa Cantó in het kleine Benissa twee dependances, zo goed gingen de zaken. Toen reed de vrouw van eigenaar Ximo Ivars in een dikke Mercedes, nu is bijna al het personeel weg en staat ze weer in de keuken.
Genoeg getreurd. In Benissa heb ik me op Elektra van Sophocles gestort, want gisteravond mocht ik met @Amiek naar de opera: Elektra in de uitvoering van Richard Strauss. Het was bloedstollend. Of eigenlijk niet, want het toneelbloed vloeide rijkelijk. Twee uur lang moord, wraak en zelfbeklag. Heerlijk. Want wat werd er mooi gezongen. En wat is het Nederlands Philharmonisch een fantastisch orkest. En wat is @Amiek uitstekend gezelschap.
Het culturele seizoen is weer begonnen. Hoera!
zondag 16 oktober 2011
Ajax heeft niet gewonnen, dus ik hoef geen Studio Sport te kijken. Daarom ga ik u vanavond doorzagen over muziekuitvoeringen. Zojuist heb ik de opname van Quirine Viersen van de cellosuites van Bach in de cd-speler gelegd, recent uitgebracht op Globe. Dit is de vijfde opname die ik van dit wonderschone stuk muziek heb. Ook Pieter Wispelwey, Heinrich Schiff, Maurice Gendron en Paul Tortelier staan in de kast. En dan heb ik er nog veel op het verlanglijstje, met bovenaan Pablo Casals, de ontdekker van de suites.
Is één opname dan niet genoeg? Nee. Niet van de cellosuites van Bach, niet van het celloconcert van Elgar en niet van de liederencycli Die schöne Müllerin en Winterreise van Schubert.
Het celloconcert heb ik gespeeld door Beatrice Harrison/Symphony Orchestra (door Sir Edward zelf gedirigeerd), door Pieter Wispelwey/Radio Philharmonisch Orkest (Jac van Steen), de beroemde door Jacqueline du Pré/London Philharmonic Orchestra (Daniel Barenboim) en mijn favoriete door Paul Tortelier/London Philharmonic Orchestra (Sir Adrian Boult).
Die schöne Müllerin heb ik gezongen door Dietrich Fischer-Dieskau (twee keer, allebei met Gerald Moore op de piano), door Christoph Prégardien (Andreas Staier, piano) en door de weergaloze en veel te jong gestorven Fritz Wunderlich (begeleid door Hubert Giesen).
De Winterreise komt in nog meer gedaanten: alweer gezongen door Dietrich Fischer-Dieskau (twee keer met Gerald Moore en een keer met Daniel Barenboim), door Thomas Hampson (met Wolfgang Sawallisch) en door de onovertroffen Thomas Quasthoff (met Charles Spencer). En natuurlijk de door Jan Rot vertaalde Winterreis, gezongen door Maarten Koningsberger (met Roger Braun).
Er zijn ook Schubert-vertolkers die ik per se niet in huis wil hebben, zoals Peter Schreier. De man heet niet voor niets zo.
De niet-muziekliefhebber vraagt zich natuurlijk af: waarom? Er is maar een antwoord: het is net als seks, het is iedere keer anders. En nooit genoeg.
Is één opname dan niet genoeg? Nee. Niet van de cellosuites van Bach, niet van het celloconcert van Elgar en niet van de liederencycli Die schöne Müllerin en Winterreise van Schubert.
Het celloconcert heb ik gespeeld door Beatrice Harrison/Symphony Orchestra (door Sir Edward zelf gedirigeerd), door Pieter Wispelwey/Radio Philharmonisch Orkest (Jac van Steen), de beroemde door Jacqueline du Pré/London Philharmonic Orchestra (Daniel Barenboim) en mijn favoriete door Paul Tortelier/London Philharmonic Orchestra (Sir Adrian Boult).
Die schöne Müllerin heb ik gezongen door Dietrich Fischer-Dieskau (twee keer, allebei met Gerald Moore op de piano), door Christoph Prégardien (Andreas Staier, piano) en door de weergaloze en veel te jong gestorven Fritz Wunderlich (begeleid door Hubert Giesen).
De Winterreise komt in nog meer gedaanten: alweer gezongen door Dietrich Fischer-Dieskau (twee keer met Gerald Moore en een keer met Daniel Barenboim), door Thomas Hampson (met Wolfgang Sawallisch) en door de onovertroffen Thomas Quasthoff (met Charles Spencer). En natuurlijk de door Jan Rot vertaalde Winterreis, gezongen door Maarten Koningsberger (met Roger Braun).
Er zijn ook Schubert-vertolkers die ik per se niet in huis wil hebben, zoals Peter Schreier. De man heet niet voor niets zo.
De niet-muziekliefhebber vraagt zich natuurlijk af: waarom? Er is maar een antwoord: het is net als seks, het is iedere keer anders. En nooit genoeg.
dinsdag 11 oktober 2011
Een kaartje in de bus: de postbode is langs geweest met een pakketje en trof mij niet thuis. Op het kaartje staat ook een nummer, en als ik dat inklop in de website van PostNL kan ik zelf aangeven wanneer ik het wel bezorgd wil hebben. Kijk, daar heb je als loonslaaf iets aan.
Dus opgewekt naar de site van PostNL. Daar staat in grote, rode letters: Helaas kunt u op dit moment geen gebruik maken van deze service. Onze excuses voor het ongemak.
Kijk, daar heb je dus geen moer aan.
Dus opgewekt naar de site van PostNL. Daar staat in grote, rode letters: Helaas kunt u op dit moment geen gebruik maken van deze service. Onze excuses voor het ongemak.
Kijk, daar heb je dus geen moer aan.
zondag 2 oktober 2011
Over wat de gewenste muzikale uitvoeringspraktijk is, verschillen E. en ik van mening. Ik ben een voorstander van de Urfassung, hij van ‘veel is lekker’. We proberen elkaar te overtuigen, en dat zijn van die fijne gesprekken, die op ieder moment kunnen stoppen en hervat kunnen worden.
Voor iedereen die geen idee heeft waar ik het over heb, een korte uitleg. De vraag is: moet je klassieke muziek spelen op de instrumenten en in de bezetting zoals de componist die in zijn tijd kende, of mag je alle verbeteringen aan instrumenten en nieuwe inzichten in orkestratie gebruiken om het werk ‘beter’ te laten klinken?
Het laatste standpunt is tot ver in de tweede helft van de twintigste eeuw dominant geweest, totdat in de jaren zeventig een tegenbeweging van puristen op kwam, die terug naar de bron ging. Een ouderwets gezellige richtingenstrijd was het gevolg.
De eerste opnamen van de die-hard Urfassers zijn, kort gezegd, niet te teren. Als de muziek van de grote J.S. Bach toentertijd zo was uitgevoerd, is het een wonder dat hij de tand des tijds heeft doorstaan. Maar in de loop der jaren is de Urfassungs-uitvoeringspraktijk veel beter geworden, en wordt er wonderschoon gemusiceerd. Luister naar de Beethoven-cyclus van het Orkest van de Achttiende Eeuw met Frans Brüggen en je bent verkocht.
De discussie met E. laaide op bij het Requiem van Mozart. Het KCO deed dat in een kleine bezetting. Niet echt de authentieke uitvoeringspraktijk, maar wel in de geest van. E. maakte zich enigszins zorgen toen hij zag dat het podium niet helemaal vol kwam, maar liet zich toch meeslepen. Zoals ik eerder schreef, het was wonderschoon.
Maar E. geeft zich niet gewonnen. Hij is een fan van dirigent Otto Klemperer, en hij kwam gisteren aanzetten met Klemperers opname van Ein Deutsches Requiem. Die speelt nu, en is een tikkie voller en heftiger dan de versie van John Eliot Gardiner, die ik in de kast heb. Ik moet er aan wennen, maar daar ga ik mezelf wel de tijd voor geven.
Eind november zitten we bij de Hohe Messe, door de Nederlandse Bachvereniging. En dirigent Jos van Veldhoven is een Urfasser. Ik ben benieuwd wat E. er van vindt.
Ik wil in dit verband nog even de naam van Leopold Stokowsi laten vallen. Een belangrijk dirigent, maar ook eentje die werken van Bach omzette voor heel groot symfonie-orkest. Het resultaat is enigszins vreemd. Dan heb ik toch liever het gepiep en geknars van de eerste Urfassers.
Voor iedereen die geen idee heeft waar ik het over heb, een korte uitleg. De vraag is: moet je klassieke muziek spelen op de instrumenten en in de bezetting zoals de componist die in zijn tijd kende, of mag je alle verbeteringen aan instrumenten en nieuwe inzichten in orkestratie gebruiken om het werk ‘beter’ te laten klinken?
Het laatste standpunt is tot ver in de tweede helft van de twintigste eeuw dominant geweest, totdat in de jaren zeventig een tegenbeweging van puristen op kwam, die terug naar de bron ging. Een ouderwets gezellige richtingenstrijd was het gevolg.
De eerste opnamen van de die-hard Urfassers zijn, kort gezegd, niet te teren. Als de muziek van de grote J.S. Bach toentertijd zo was uitgevoerd, is het een wonder dat hij de tand des tijds heeft doorstaan. Maar in de loop der jaren is de Urfassungs-uitvoeringspraktijk veel beter geworden, en wordt er wonderschoon gemusiceerd. Luister naar de Beethoven-cyclus van het Orkest van de Achttiende Eeuw met Frans Brüggen en je bent verkocht.
De discussie met E. laaide op bij het Requiem van Mozart. Het KCO deed dat in een kleine bezetting. Niet echt de authentieke uitvoeringspraktijk, maar wel in de geest van. E. maakte zich enigszins zorgen toen hij zag dat het podium niet helemaal vol kwam, maar liet zich toch meeslepen. Zoals ik eerder schreef, het was wonderschoon.
Maar E. geeft zich niet gewonnen. Hij is een fan van dirigent Otto Klemperer, en hij kwam gisteren aanzetten met Klemperers opname van Ein Deutsches Requiem. Die speelt nu, en is een tikkie voller en heftiger dan de versie van John Eliot Gardiner, die ik in de kast heb. Ik moet er aan wennen, maar daar ga ik mezelf wel de tijd voor geven.
Eind november zitten we bij de Hohe Messe, door de Nederlandse Bachvereniging. En dirigent Jos van Veldhoven is een Urfasser. Ik ben benieuwd wat E. er van vindt.
Ik wil in dit verband nog even de naam van Leopold Stokowsi laten vallen. Een belangrijk dirigent, maar ook eentje die werken van Bach omzette voor heel groot symfonie-orkest. Het resultaat is enigszins vreemd. Dan heb ik toch liever het gepiep en geknars van de eerste Urfassers.
zaterdag 17 september 2011
Ik ben een beetje verdrietig. Gisteravond zat ik in Concertgebouw. Het Koninklijk Concertgebouw Orkest en het Groot Omroepkoor voerden het Requiem van Mozart uit. De mooiste muziek, subliem gespeeld door het beste orkest ter wereld (Gramophone, 2008) en gezongen door het beste koor van het land. En dan heb ik nog niet eens over de akoestiek en de ambiance van het Concertgebouw.
Als je de zaal uit gaat, weet je dat je nooit meer iets mooiers zult horen en dat maakt droef. Gelukkig slijten zulke emoties en zal ik nog veel mooie muziek gaan horen. Zo heb ik net kaartjes gekocht voor Bach’s Hohe Messe, door de Nederlandse Bachvereniging. En nu knalt de wonderschone Missa Solemnis van Beethoven (Klemperer, New Philharmonia Chorus & Orchestra) door de kamer. Wonderschoon. Maar toch ...
Overigens: dat in Nederland zulke muzikale hoogstandjes uitgevoerd kunnen worden, bewijst eens te meer dat de bruinhemden Wilders, Rutte en Verhagen met hun poten van cultuur af moeten blijven.
Als je de zaal uit gaat, weet je dat je nooit meer iets mooiers zult horen en dat maakt droef. Gelukkig slijten zulke emoties en zal ik nog veel mooie muziek gaan horen. Zo heb ik net kaartjes gekocht voor Bach’s Hohe Messe, door de Nederlandse Bachvereniging. En nu knalt de wonderschone Missa Solemnis van Beethoven (Klemperer, New Philharmonia Chorus & Orchestra) door de kamer. Wonderschoon. Maar toch ...
Overigens: dat in Nederland zulke muzikale hoogstandjes uitgevoerd kunnen worden, bewijst eens te meer dat de bruinhemden Wilders, Rutte en Verhagen met hun poten van cultuur af moeten blijven.
zondag 11 september 2011
Het gebeurt niet vaak dat ik een 'nieuw' pijptabakje ontdek, dat ook nog eens erg lekker is. Ik rook al zo'n 30 jaar pijp (ik word oud) en de afgelopen decennia zijn er vooral tabakjes uit de handel genomen. Wij pijprokers zijn een uitstervende soort.
Het meest schrijnende voorbeeld is nog altijd het verdwijnen van Balkan Sobranie, de ultieme combinatie van Latakia- (inderdaad dat havenstadje in Syrië dat onder vuur ligt van Assad), Virginia- en oosterse tabak. Ergens in de jaren negentig was het opeens niet meer te koop. Zonder enige aankondiging uit de handel genomen, zodat we niet eens een voorraadje konden hamsteren.
De afname van het aantal pijprokers heeft ook het aantal zelfstandige fabrikanten doen afnemen. In Europa zijn er voor zover ik weet nog maar twee grote over: de Scandinavian Tobacco Group in Denemarken en Kohlhase & Kopp in Duitsland. Veel van de merken die eerst overal en nergens in kleine fabriekjes in elkaar werden gedraaid, worden nu door hen in licentie gefabriceerd, vaak van verrassend goede kwaliteit en soms ook in verrassend kleine hoeveelheden.
Naast de Scandinavian Tobacco Group en Kohlhase & Kopp moet natuurlijk Samuel Gawith vermeld worden, die in het Engelse Lake District al sinds eind 18e eeuw tabak maakt. En ook DanPipe in Hamburg heeft z’n eigen productiestraat.
De productie van Balkan Sobranie werd echter niet overgenomen, dus de zoektocht naar een gelijkwaardige vervanger duurt nog steeds voort. Ik heb tabak van alle fabrikanten van over de hele wereld geprobeerd, maar er is nog altijd niets dat Balkan Sobranie evenaart. Alleen Westminster van Greg Pease komt in de buurt (en is inderdaad erg lekker).
Als ik bij een leverancier een tabakje ontwaar dat, afgaande op de beschrijving, iets Balkan Sobranie-achtigs zou kunnen zijn dan bestel ik zonder aarzelen een blikje.
Zo ook met Celebrated Sovereign van Robert McConnell. McConnell is een van de merken die tegenwoordig door Kohlhase & Kopp gemaakt worden, en McConnell’s Oriental is erg goed. En nu dus Celebrated Sovereign. Volgens mijn informatie was Celebrated Sovereign een ‘blend’ die vroeger door Ashton op de markt werd gebracht en niet door McConnell, maar wat maakt 't uit? Ashton wordt nu ook door Kohlhase & Kopp in elkaar gedraaid en het gaat om het resultaat.
Celebrated Sovereign is geen Balkan Sobranie, maar wel erg, erg lekker. Als u mij dus even niet hoort, komt dat omdat ik in nevelen gehuld ben.
Het meest schrijnende voorbeeld is nog altijd het verdwijnen van Balkan Sobranie, de ultieme combinatie van Latakia- (inderdaad dat havenstadje in Syrië dat onder vuur ligt van Assad), Virginia- en oosterse tabak. Ergens in de jaren negentig was het opeens niet meer te koop. Zonder enige aankondiging uit de handel genomen, zodat we niet eens een voorraadje konden hamsteren.
De afname van het aantal pijprokers heeft ook het aantal zelfstandige fabrikanten doen afnemen. In Europa zijn er voor zover ik weet nog maar twee grote over: de Scandinavian Tobacco Group in Denemarken en Kohlhase & Kopp in Duitsland. Veel van de merken die eerst overal en nergens in kleine fabriekjes in elkaar werden gedraaid, worden nu door hen in licentie gefabriceerd, vaak van verrassend goede kwaliteit en soms ook in verrassend kleine hoeveelheden.
Naast de Scandinavian Tobacco Group en Kohlhase & Kopp moet natuurlijk Samuel Gawith vermeld worden, die in het Engelse Lake District al sinds eind 18e eeuw tabak maakt. En ook DanPipe in Hamburg heeft z’n eigen productiestraat.
De productie van Balkan Sobranie werd echter niet overgenomen, dus de zoektocht naar een gelijkwaardige vervanger duurt nog steeds voort. Ik heb tabak van alle fabrikanten van over de hele wereld geprobeerd, maar er is nog altijd niets dat Balkan Sobranie evenaart. Alleen Westminster van Greg Pease komt in de buurt (en is inderdaad erg lekker).
Als ik bij een leverancier een tabakje ontwaar dat, afgaande op de beschrijving, iets Balkan Sobranie-achtigs zou kunnen zijn dan bestel ik zonder aarzelen een blikje.
Zo ook met Celebrated Sovereign van Robert McConnell. McConnell is een van de merken die tegenwoordig door Kohlhase & Kopp gemaakt worden, en McConnell’s Oriental is erg goed. En nu dus Celebrated Sovereign. Volgens mijn informatie was Celebrated Sovereign een ‘blend’ die vroeger door Ashton op de markt werd gebracht en niet door McConnell, maar wat maakt 't uit? Ashton wordt nu ook door Kohlhase & Kopp in elkaar gedraaid en het gaat om het resultaat.
Celebrated Sovereign is geen Balkan Sobranie, maar wel erg, erg lekker. Als u mij dus even niet hoort, komt dat omdat ik in nevelen gehuld ben.
Abonneren op:
Posts (Atom)