woensdag 23 maart 2011

Sylvana Simons heeft gelijk. Wie? Ik weet ook niet waar zij haar BN-status aan te danken heeft, maar kennelijk is die status groot genoeg om in DWDD te verkondigen dat Notorious het lekkerste liedje van Duran Duran is. In ieder geval heeft het de vetste groove.

Voordat u er over begint: als zelfverklaard intellectueel schaam ik me dood dat ik DWDD wel eens aan heb staan.

Duran Duran gaat weer toeren, en dat is de reden dat DWDD er een itempje van maakt. Onderdeel daarvan is het uitleggen aan de generatie die de jaren tachtig niet heeft meegemaakt wat een enorme stijliconen de heren waren. Pardon? Kleding- en stijltechnisch waren de jaren tachtig verschrikkelijk. Enge strakke broeken, meisjes met doorgelopen make up en big hair.
De meeste muziek uit de jaren tachtig is ook niet te teren, maar sommige liedjes hebben de tand des tijds doorstaan of zijn met wijsheid achteraf aan herwaardering toe. Daarom een lijstje van door mij gewaardeerde artiesten, albums en liedjes uit de tijd van jasjes met te grote schoudervullingen.

The lexicon of love – ABC
Met krakers als The look of love, Poison arrow en All of my heart.

Red skies over paradise – Fischer Z
Het ultieme koude oorlog-album. Wie weet nog wat het dubbelbesluit is? Kruisraketten (met een conventionele lading) zijn nog steeds actueel. Vraag maar aan Gaddafi.

Dare – Human League
Met Don’t you want me. Ik had natuurlijk het remix-album Love and dancing.

West End girls – Pet Shop Boys
De rest van hun muziek is ook aardig, maar dit nummer steekt er met kop en schouders bovenuit.

Seventeen seconds – The Cure
A forest is weergaloos.

Riptide – Robert Palmer
Het titelnummer is wonderschoon. En Addicted to love staat als een huis, met een fijne clip. Palmer is mijn stijlicoon. Ik ga mijn witte overhemd maar weer eens strijken.

En natuurlijk Duran Duran, met twee albums: Rio en Seven and the Ragged Tiger.

En ja, over die nieuwe stereo klink het allemaal erg lekker.

zondag 20 maart 2011

De grote vervangingsoperatie is hopelijk ten einde, nu ik ook mijn versterker heb vernieuwd. Nadat ik mijn defecte cd-speler had vervangen, leek ook mijn versterker niet helemaal lekker meer te klinken. En dat ik gelijk had weet ik nu zeker – en de buren ook.
Ik heb altijd met veel plezier naar mijn oude Herman Karton-setje geluisterd, maar dat is geen vergelijk met de spullen van Cambridge Audio die nu de decibellen verzorgen. Het geluid komt overigens nog altijd uit mijn JBL-zuiltjes, want daar is helemaal niks mis mee.
En wat doen je dan, als het spul eenmaal aangesloten is? (Met dank aan J.W. en R., overigens.) Dan ga je ceedeetjes draaien. Vooral muziek die je goed kent, zodat je kan horen hoe de nieuwe apparaten zich gedragen. Referentie-ceedeetjes dus. En daarom ga ik u eens lekker lastig vallen met een lijstje en mijn bevindingen.

Bach: cello suites – Heinrich Schiff
Nog altijd de beste opname van de suites, alhoewel Wispelwey in de buurt komt (en Pieter gaat ze binnenkort voor de derde keer opnemen). Gelukkig, iedere zucht, ieder tikje op de snaar is weer hoorbaar. Maar het geluid is iets teveel stereo, het zit teveel links en rechts en niet in het midden. Misschien moet ik met de luidsprekers schuiven.

Superhits - Max Raabe und das Palastorchester
Nooit geweten dat unser Max zoveel kreetjes slaakt bij het ten gehore brengen van Sexbomb.

This one’s from the heart – James Darren
Darren is een volkomen vergeten Amerikaanse crooner die voor sf-fans weer tot leven werd gewekt door zijn rol als Vic Fontaine in Star Trek: Deep Space Nine. Op de golven van die roem mocht hij dit album opnemen. Allemaal klassiekers, gespeeld met een volstrekt anonieme big band. Maar zelfs een anonieme Amerikaanse big band blaast de scheiding uit je haar en Darren beheerst het genre tot in de puntjes. Het spettert de luidsprekers uit.

Dark side of the moon – Pink Floyd
De speciaal voor cd geremasterde versie van deze klassieker uit 1972. De muziek is geniaal, en de vele effecten klinken beter dan ooit. Vooral de verzameling klokken in Time is veel groter dan voorheen.

The Nightfly – Donald Fagen
De ultieme referentie-cd, ook gebruikt door professionele geluidstypes om hun systemen te testen. Fagen schijnt eindeloos in de studio gezeten te hebben, iedere bekkentik moest perfect klinken. En dat hoor je – ik nu ook. Oh ja, en de muziek? Jazzy pop voor laat op de avond. Goed bij een tweede glas whiskey.

Simeon ten Holt: Canto ostinato – Polo de Haas & Kees Wieringa
Alsof je tussen de vleugels in zit. Fantastisch. Wel voor de liefhebbers.

Bach: Goldberg variaties – Glenn Gould
De opname uit 1981 voor CBS Masterworks. Wat kan die man spelen. En meezingen. Nu extra goed hoorbaar. Mmm.

Schnittke: koorconcert – Russian State Symphonic Capella, Valéry Polyansky
Een Armeense klaagzang van duizend jaar oud, vertaald in het Russisch. En dan die muziek: je zou er bijna gelovig van worden. Of wodka gaan drinken. Die Russen toch.

Pärt: Fratres – Gidon Kremer & Keith Jarret; Cantus in memory of Benjamin Britten – Staatsorchester Stuttgart, Dennis Russell Davies; Fratres - 12 cellisten van de Berliner Philharmoniker; Tabula Rasa – Gidon Kremer, Tatjana Grindenko, Alfred Schnittke, Lithuanian Chamber Orchestra, Saulus Sondeckis
Moderne Baltische muziek met hang naar het religieuze. De cantus is wonderschoon. Met Tabula Rasa heb ik meer moeite, maar dat ligt niet aan de muziek.

Doctorin’ the Tardis – The Timelords
The Timelords, eerder bekend als The KLF, maakten een mix van Blockbuster van The Sweet, Rock ’n Roll part two van Gary Glitter en het thema van leukste BBC-serie aller tijden: Doctor Who. Als je basluidsprekers dit houden, houden ze alles.

Blue Monday/The Beach – New Order
De originele 12 inch was verpakt als floppy disk. De jongere lezertjes moeten maar even opzoeken wat dat was. Ook dit nummer is een goede test voor de basconussen.

Your own sweet way – The Notting Hilbillies
De Hillbillies is een hobbybandje van Mark Knopfler en Brendan Croker. Knisperend gitaarspel (natuurlijk) en een vette Hammond.

Moondance – Van Morrison & Georgie Fame
De beste uitvoering van deze klassieker staat op How long has this been going on. Swingt als een trein.

Marliese – Fischer Z
Cambridge Audio klinkt soms een beetje schel in de hoge noten.

Elgar: celloconcert – Paul Tortelier, London Philharmonic Orchestra, Sir Adrian Boult
Mijn eerste cd, en mijn meest dierbare. Dit wordt bij mijn crematie gedraaid. Het is een opname uit 1970, maar hij heeft nog nooit zo goed geklonken.

Shostakovich: vioolconcert no. 1 – Jaap van Zweden, Radio Philharmonisch Orkest, Edo de Waart
Kippenvel.

Officium – The Hilliard Ensemble, Jan Garbarek
Op het ECM-label, net als Pärt, dus een technisch perfecte opname. De Hilliards zingen Gregoriaans en Garbarek varieert er doorheen op de saxofoon. Puristen lopen gillend weg. Ik loop niet zo hard, ik vind het schitterend.

Brahms: sextet no. 1 – L’Archibudelli
Favoriet sinds het tweede deel figureerde in een aflevering van Inspector Morse. Heerlijke muziek voor de zondagochtend. 20 bits-opname van Sony, klinkt fantastisch.

Niemand in de stad – De Dijk
Het beste album (want over Amsterdam) van de beste band (want uit Amsterdam). Nog altijd.

Sadeness – Enigma
Met de zwoele stem van de wulpse Sandra, voor iedereen die de jaren tachtig bewust heeft meegemaakt bekend van I’ll never be Maria Magdalena. Opwindend.

Alone together – Clifford Brown & Max Roach
Hard bop wordt niet harder dan dit. Zo’n beetje de beste jazz ooit gemaakt. Opnames uit de jaren vijftig, maar het klinkt of de heren nu naast je staan.

Don't get weird on me babe - Lloyd Cole
Rockend met zijn Commotions was het allemaal niet zo bijzonder, maar de eerste helft van dit soloalbum nam hij met een groot orkest op, in de stijl van Nelson Riddle. En dat staat als een huis.

Insomnia - Faithless
Faithless houdt er mee op. Ik niet.

Górecky: symphonie no. 3 – Dawn Upshaw, London Sinfonietta, David Zimman
Een triest meesterwerk. Upshaw's stem laat de doden uit hun graf herrijzen.

Bruckner: symponie no. 9 - Koninklijk Concertgebouw Orkest, Ricardo Chailly
Het beste orkest ter wereld, helaas niet met de beste dirigent die zo ooit gehad hebben, want dat is Sir Bernard Haitink.

Glass: strijkkwartet 2 t/m 5 - Kronos Quartet
Ik weet nooit of ik Glass nou slaapverwekkend of geniaal vind. Het is lekkere muziek om bij te lezen.

Zo, dat waren genoeg clichés voor één blogje. Een weekend is echt te kort voor al die mooie muziek die ik in de kast heb staan.

zaterdag 5 maart 2011

Simpele genoegens op de zaterdagochtend. De kapper heeft gisteravond je haar weer op de vereiste 3 mm gebracht, je hebt net je baard van drie dagen met een nieuw mesje afgeschoren en een gloeiend hete douche genomen. Je zit met een espresso achter de krant en de croissantjes liggen in de oven. Glenn Gould varieert Goldberg.

zondag 27 februari 2011

‘Dingen die stuk gaan en vervangen moeten worden’ zou de titel van dit blog kunnen zijn. Eerder vertelde ik al van de ongemakken van een defecte koelkast (en waar laat je dan je champagne) en van de inductiekookplaat die spontaan tot zelfontbranding overging.

Enige tijd terug gaf mijn cd-speler de geest. Die moest worden vervangen. En omdat ik niet zo heel handig ben, kwam broer J.W. langs om een handje bij te geven. Omdat hij met een vegetariër is getrouwd meteen een mooie gelegenheid om mijn magistrale babi ketjap te bereiden. Krijgt die jongen ook eens goed te eten. (Als u wilt weten hoe magistraal die babi ketjap is, dan moet u zich eens laten uitnodigen.)
We maakten meteen gebruik van de gelegenheid om mijn oude televisie, een vijftien jaar oude Sony met kathode-straalbuis, om te wisselen voor een modern led-exemplaar.

Had ik al verteld dat vrijdag mijn vaste telefoonlijn de pijp aan Maarten gaf? (Internet doet het nog wel en ik heb gelukkig ook een mobieltje.) En dat om half vijf ’s nachts de stroom uitviel?

We hebben de zondagmiddag lekker knutselend doorgebracht en weer eens bijgepraat. We werken allebei voor een zbo (die echter aan verschillende ministeries hangen) dus we konden vanuit beider perspectieven het nieuwe regeringsbeleid beschouwen. Conclusie: het is overal een zooitje.

Eenmaal uitgeknutseld was het met het bord op schoot Studio Sport kijken. PSV-Ajax bleef helaas gelijk (Ajax blijft daarmee nog wel in de race om het kampioenschap) maar Groningen kreeg met 5-1 klop van van Feijenoord. J.W. had iets om over na te denken op de terugreis naar het hoge noorden.

En ik ben gelukkig met mijn nieuwe apparaten. De led-tv is een sprong vooruit, en de nieuwe cd-speler klinkt fantastisch. Helaas hoor ik nu dat het linkerkanaal van mijn versterker niet helemaal geweldig meer is. Zucht.

woensdag 23 februari 2011

Yamazato was het enige restaurant in het Okura waar ik nog niet had gegeten. Juryvergaderingen voor het Gouden Ezelsoor deden we in Ciel Bleu (2 sterren) en aanstaande vriendinnen nam ik wel eens mee naar Sazanka (geen ster) voor een teppanyaki-showtje.
Ik ben een liefhebber van de Japanse keuken, de brommerbrigade van de Sushi Kings heeft mijn adres op de arm getatoueerd. Maar Yamazato (1 ster) was tot nu toe terra incognita. Gelukkig besloot E. er zijn verjaardagsetentje te geven.

Dit is geen culinaire recensie. Laat ik volstaan met de opmerking dat de beoordelaars van Michelin wat zuinigjes met hun lof zijn geweest.
Ik heb bij Yamazato ook een nieuwe kant van de sake leren kennen. Ik was al vertrouwd met de sake die je lauwwarm uit kleine aardewerken vingerhoedjes drinkt. Aardig, maar niet heel bijzonder. Sake, weet ik nu, laat zich ook als ‘gewone’ wijn drinken, in normale hoeveelheden uit een gewoon wijnglas. Heerlijk. En geniepig, want het alcoholpercentage ligt tegen de twintig procent. Ik heb dan ook uitstekend geslapen en heerlijk van geisha’s gedroomd. De details zal ik u besparen.

PS
Wie kan mij helpen aan het boek Hoe schrijf ik korte en effectieve toespraken door Muammar al-Gaddafi?

dinsdag 15 februari 2011

Recente lezers van dit blog kunnen denken dat ik alleen in klassieke muziek geïnteresseerd ben. Dat is niet zo, ik heb een zeer brede smaak. Ik heb wel duidelijke voorkeuren. Sterker nog, ik vind eerder iets verschrikkelijk slecht dan goed. Een absolute smaakbeleving, zeg maar.

Zo ook jazz. Eerder heb ik u al gemeld dat For musicians only (Gillespie, Getz, Stitt en Brown) en An historical musical first (Sinatra en Basie) twee geweldige jazzplaten zijn. Maar ik heb nog een andere grote jazz-liefde: de geniale vertolker van The Great American Songbook Mel Tormé, ook bekend als the velvet fog. Die bijnaam ga ik niet uitleggen, dat hoort u meteen zodra hij zijn strot opentrekt. Inderdaad, Tormé is een jazz-zanger (of jazz-vocalist als u iets chiquer wilt zijn). Maar eigenlijk moet ik zeggen 'was'. Hij is in 1999 gestorven.

Gelukkig heb ik hem nog live zien optreden. In de jaren tachtig organiseerde een jazz-speciaalzaak in de Vijzelstraat een serie nachtconcerten: Jazz in Tuschinski. De beroemde bioscoop in de Reguliersbreestraat, inderdaad. Mijn vader had kaartjes geregeld en nam mij en studievriend M. mee. Onvergetelijk.

In 1990 maakte Tormé een van zijn beste platen met pianist George Shearing: A vintage year, een registratie van een concert ergens in een wijngaard in Californië. Briljant is hun ‘bewerking’ van New York, New York. Ik moet iedere keer van oor tot oor grijnzen, zo gaan de heren met dit toch enigszins suffe Sinatra-liedje aan de haal. Jammer dat Lullaby of Birdland niet op deze plaat staat, Shearings bijdrage aan The Great American Songbook.

En nu is ook Shearing dood.

zaterdag 12 februari 2011

De kleine Rosalie heeft mij de maat genomen en dat was volkomen terecht. Zij besprak op haar blog de Italienische Reise van Goethe. Ene Cyriel gaf vervolgens aan het wel in vertaling te willen lezen. Dat had ik al eens gedaan, dus ik kon een goede vertaling aanraden (Wilfred Oranje, uitgegeven bij Boom). Dat kwam mij op een reprimande van Rosalie te staan. Ik ben het Duits toch machtig? Dan leest men geen vertaling!
Au. En ik heb nog wel Goethes Faust in het Duits gelezen. Hele stukken Marx. De Tractatus Logico-Philosophicus van Wittgenstein. En voor Schimanski heb ik geen ondertitels nodig.

De sneer kwam extra hard aan, omdat ik dezelfde mening ben toegedaan. Indien men een taal beheerst, dan leze men ook literatuur in die taal. Een blik op mijn boekenkast leert dat ik dit gebod in ieder geval voor het Angelsaksische taaldomein opvolg. Maar met Duits ben ik minder streng voor mezelf. Kafka staat er in Duits en in het Nederlands. Thomas Bernard en Robert Musil alleen in het Nederlands. En zo meer.

Als zelfverklaard Europeaan beviel het me ook al niet dat ik de Duitse literatuur nooit de aandacht heb geschonken die het verdient. Dat knaagde al een tijd, en onlangs heb ik dus wat boeken aangeschaft: Kleiner Mann – was nun? en Jeder stirbt für sich allein van Hans Fallada en Doktor Faustus van Thomas Mann.

Maar ik ben vanmiddag eenvoudig begonnen, met de novelle Schweigeminute van Siegfried Lenz. Ik heb het in een ruk uitgelezen. Wonderschoon. Ik kan het dus nog steeds, Duits.

donderdag 10 februari 2011

Russische toestanden in het Concertgebouw. Bij binnenkomst word ik meteen besprongen door een poes in een hostess-pakje: ‘Komt u voor het ING-business event?’
Inderdaad, het nieuwe Rusland heeft het kapitalisme omarmd. ‘Nee schat, ik kom gewoon voor de muziek.’

Het Concertgebouw Café heeft de kaart aangepast en een selectie wodka’s opgenomen. Ik ben geen kenner maar een Stolichnaya gaat er natuurlijk wel in. Stolichnaya betekent immers ‘hoofdstedelijk’. Omdat het nog even duurt voordat E. arriveert laat ik wat blini’s aanrukken. Helaas niet met kaviaar maar met een ander soort zoute zwarte korrels. En de zure room is vervangen door een soort dille-dipsausje, niet helemaal zoals het hoort. Ik heb nog wat leeswerk bij me dus de tijd vliegt om.

E. is wat later omdat hij de kaartjes op de keukentafel had laten liggen. Hij krijgt een glas wijn en een bord blini’s voorgezet en we laten de wereld de revue passeren. Vooral de politieke bewegingen van Jolande Sap en de kans op een beschaafde, linkse meerderheid in de Eerste Kamer worden diepgaand geanalyseerd. We zijn niet heel optimistisch. Om zeven uur staat de ober naast ons: ‘Het eten dat u besteld heeft, is op.’
‘Pardon?’
‘Onze dagschotel, de Boeuf Stroganoff, is op.’
‘Over vijf kwartier begint het concert. Wat kunt u wel aanbieden?’
‘We hebben quiche en een salade met wilde eend.’
‘Doe die wilde eend maar. Als we die tenminste snel krijgen, zodat we nog tijd hebben om te eten.’

Helaas, om tien voor acht is er nog geen eend voorbij gevlogen. Ik wenk de ober: ‘Vergeet die eend maar. Twee espresso en de rekening.’
Een andere knul komt de espressootjes brengen en maakt uitgebreid excuses: ‘Nieuwe mensen in de keuken.’
Niet handig tijdens een groot muziekfestival. Gelukkig zitten er stroopwafeltjes bij de espresso, zodat we nog iets aan vaste substantie binnen krijgen. Russische toestanden, inderdaad.

Met te weinig voedsel en te veel wodka in mijn maag betreden we uiteindelijk de zaal. Gergiev en zijn Orkest van het Mariinski Theater spelen voor de pauze Romeo en Julia van Tsjaikovski en de suite uit Assepoester van Prokofjev. Even wennen: de instrumenten zijn anders gegroepeerd. Er staat links een concentratie strijkers, die bij Nederlandse orkesten meer verdeeld staan. E. legt hij dat hij dat in het buitenland vaker heeft gezien. Het klankbeeld is daardoor anders, het lijkt rommeliger. Er wordt echter met passie gespeeld en het zijn heel aardige uitvoeringen.

Na de pauze is alles anders. Sjos 14 wordt in een kleine bezetting gespeeld (strijkers en percussie) en er wordt gezongen (Olga Sergeyeva, sopraan, en Yuri Vorobiev, bas). Sjos 14 is immers niet echt een symfonie, maar een liederencyclus, over de dood nog wel. Het is een modern stuk, geen licht verteerbaar snackje. Nu valt op hoe goed Gergiev en zijn mensen zijn. Voor de pauze waren het repertoirestukjes, maar dit is fenomenaal. Het orkest klinkt transparant, iedere muzikale beweging die Sjostakovitsj maakt is te volgen. En die Russen zingen fantastisch.
Ik ben overigens benieuwd hoe de gasten van de ING op eerste rijen dit ervaren. Die dachten waarschijnlijk naar een avondje Ivan Rebroff en het Don Kozakkenkoor te gaan. Ze komen heropgevoed naar buiten!

Gelouterd verlaten we de zaal. Er komen meer goede dingen uit Rusland dan alleen wodka.

zaterdag 5 februari 2011

Van Vlaanderen is niet meer. Maar eerst neem ik u mee in mijn zaterdagochtendritueel.

Zaterdagochtend is voor de kranten: Parool en NRC Handelsblad. Het Parool is onmisbaar voor hoofdstedelingen en voor wat meer diepgang en achtergrond is NRC Handelsblad een goede aanvulling. Overigens hoop ik dat met de verhuizing van de redactie naar Amsterdam dat ‘NRC’ verdwijnt en het gewoon weer het Algemeen Handelsblad wordt, een nette Amsterdamse krant.
Vaak worden die zaterdagedities nog aangevuld met de boekenbijlage van vrijdag en de Groene Amsterdammer van donderdag. Croissantje, glaasje sap en espressootje erbij en als dat op is gaat een pijp in het hoofd. Muziekje aan (vandaag Sjos 14) en u heeft de eerste uren aan mij geen kind meer.

Het culinaire gedeelte van de zaterdagbijlage van het Parool heeft altijd mijn bijzondere interesse. Welk restaurant schrijft Johannes van Dam de grond in en kan wel sluiten? (Of wordt de hemel in geprezen en kan de telefoon beter even van de haak leggen?) Maar nu valt mijn oog op de thuiskookrubriek: er wordt een blik geworpen in de keukenkastjes van Marc Philippart. Marc ken ik als de chef van Van Vlaanderen, mijn favoriete restaurant. In het artikel legt Marc uit hoe hij bloedworst maakt (een van de allerlekkerste dingen op aarde) maar het dringt nauwelijks tot me door: in een bijzin wordt gemeld dat hij niet meer bij Van Vlaanderen in de keuken staat. Hij had er geen zin meer in.

Ik raakte er zo’n vijftien jaar geleden per ongeluk verzeild. We wilden wat eten voordat we naar de schouwburg gingen en K. had ergens iets gelezen over Van Vlaanderen, dat net open was gegaan. Proberen maar. Het was geen gelukkige keuze, want Van Vlaanderen is geen tent voor een vlugge hap voordat je het theater induikt. We moesten te snel weer weg, maar ik nam me voor terug te komen, want dat daar fantastisch gekookt werd was wel duidelijk. Michelin was het een tijdje later met me eens: ze hebben een jaar een ster gehad.
Ik kwam er onregelmatig, soms twee keer per maand, soms een jaar niet. Ik nam er collega’s, zakenrelaties, vrienden, familie en geliefden mee naar toe. Ik werd door Bas altijd ontvangen als de verloren gewaande zoon, en altijd werd er door Marc fantastisch gekookt.
Maar nu niet meer. Een blik op het internet leert dat Van Vlaanderen nog wel bestaat, maar met nieuwe mensen. En hoewel er nog lovend over wordt geschreven, heb ik het gevoel dat ik er niet meer naar toe moet.

Als ik dit rouwbericht lees, speelt Sjos 14. Dat is eigenlijk geen symfonie maar een liederencyclus, over de dood in al zijn vormen. Het opent met De profundis van Federico García Lorca en dat gedicht wil ik u dan ook niet onthouden (in vertaling, want uw Spaans of Russisch zijn vast niet beter dan het mijne).

De profundis

De honderd geliefden
zijn eeuwig ingeslapen
onder de dorre aarde.
Door Andalusië lopen
lange rode wegen.
Cordoba heeft groene gaarden
vol olijfbomen om kruisen
te planten ter herinnering.
De honderd geliefden
zijn eeuwig ingeslapen.

Woensdag in het Concertgebouw, met Gergiev. Er zijn ook lichtpuntjes.

donderdag 3 februari 2011

Ik heb vannacht van Rosalie gedroomd. We moesten examen doen: 'civisme in de Nederlandse literatuur'. Daarna gingen we een eindje rijden in mijn Morgan.