maandag 28 januari 2013

Een ouwe lul als ik zou zo langzamerhand wel moeten weten wat hij mooi en lekker vindt. Na bijna vijf decennia zou mijn smaak uitgekristalliseerd mogen zijn. Maar af en toe zie ik mij genoodzaakt mijn opvattingen te herzien.

Toch is mijn smaak grotendeels constant. Voor mij is drank gedestilleerd van tenminste veertig procent, bevat pijptabak een flinke hand latakia, proberen boeken het heden te duiden aan de hand van het verleden (non-fictie) of zijn minimaal een jaar of veertig geleden geschreven (fictie), zendt de vaderlandsche tv bijna alleen maar bagger uit, is Amsterdam de mooiste stad ter wereld en Benissa het leukste dorp, heeft El Péon de Pinos toch echt de lekkerste gebakken bloedworst en val ik nog steeds op blond.

Onlangs at ik met E. bij Bord'eau, de opvolger van Excelsior in het verbouwde Hotel De L'Europe. Vorig jaar scoorde Bord'eau de eerste Michelin-ster. En zoals ik mocht constateren: terecht. We lieten ons qua menu verrassen door de chef en qua wijn door de sommelier: 'Doet u maar wat.' Dat hebben we geweten. Het was top, op naar ster nummer twee.
Bord'eau, met uitzicht op het Muntplein.
Toch hebben sterrententen uiteindelijk niet mijn voorkeur. Ik ga er graag naar toe, maar als je me vraagt te kiezen tussen bijvoorbeeld Ciel Bleu of een papa en mama-tent als El Péon de Pinos of Cuadros, dan kies ik voor eenvoudig en eerlijk voedsel, zonder fratsen maar met liefde klaargemaakt.
Terzijde: Wilde Zwijnen, aan het Javaplein in Oost, heeft veel van de door mij gewaardeerde kwalificaties. Smakelijk maar niet te ingewikkeld voedsel, een informele en gastvrije ambiance en leuke blonde serveersters.
Waar ik in mijn culinaire voorkeuren dus redelijk constant ben, heb ik in de klassieke muziek wel onlangs mijn smaak moeten bijstellen. Niet qua componisten of repertoire, maar qua uitvoeringspraktijk.
De manier waarop dinosaurussen als Karajan, Bernstein of Stokowski de klassieke symfonieën uitvoeren - grote orkesten en dichtgeplamuurde klankbeelden - heeft mij nooit kunnen bekoren. Ik ben van de Historische Aufführungspraxis en ik luister liever naar Frans Brüggen of Gustav Leonhardt.
In tegenstelling tot E. oriënteer ik me meer op componist en repertoire terwijl hij meer in termen van orkesten en dirigenten denkt. Ik was dus enigszins op mijn hoede toen tijdens het bovengenoemde etentje bij Bord'eau hij enthousiast over een pas ontdekte uitvoering van Beethoven- en Bruckner-symfonieën begon. De Beethovencyclus heb ik al van Brüggen/Orkest van de Achttiende eeuw en Ferencsik/Hongaars Philharmonisch Orkest, plus nog wat los spul van Karajan/Berliner Philharmoniker, Stokowski/London Philharmonic Orchestra, Thielemann/Philharmonia Orchestra en Bernstein/New York Philharmonic. Bruckner heb ik al met Haitink/KCO, Chailly/KCO en Harnoncourt/Wiener Philharmoniker. Bruckner is nog een beetje onontgonnen terrein, maar niemand heeft Beethoven mooier uitgevoerd dan Frans Brüggen. Maar E. hield vol: 'Carl Schuricht. In een EMI-boxje voor weinig. Verrassend goed.'
Ik heb me laten overtuigen en door een goede samenwerking van Amazon met PostNL kon ik een paar dagen later gaan luisteren. Het zijn oude opnamen, begin jaren vijftig, maar inderdaad verrassend goed van kwaliteit. Mono, maar dat stoort niet, een behoorlijke dynamiek en een beetje ruis, die echter al snel door je hersens wordt weggefilterd. En wat wordt er lekker gespeeld! Strak, met heldere strijkers en klaterende blazers. 'Transparant' is een goede omschrijving - er wordt weinig geïnterpreteerd, maar vooral gewoon gespeeld.

Een beetje research levert al snel een verklaring op: het Orchestre de la Société du Conservatoire Paris dat Schuricht hier dirigeert is 1828 speciaal opgericht om de werken van Beethoven aan het Parijse publiek te laten horen. De sinds die datum ongebroken uitvoeringspraktijk zorgde ervoor dat de manier van spelen waarschijnlijk dichter bij de bedoeling van de componist lag dan de hineininterpretierte Urfassungen uit de twintigste eeuw - met alle respect voor Frans Brüggen. Helaas ging het Orchestre de la Société du Conservatoire Paris in 1967 op in het Orchestre de Paris en ging de unieke klank verloren. Overigens is Brüggen sinds 1998 gastdirigent bij het Orchestre de Paris.

En aldus heb ik mijn voorkeuren bijgesteld.

maandag 21 januari 2013

Met alle onvrede die er over het kabinetsbeleid is, zou het toch niet moeilijk moeten zijn om een voor grote groepen kiezers aantrekkelijk alternatief te formuleren. Toch wil dat maar niet lukken.
Links is hopeloos versnipperd. Er zijn diverse stromingen, die ieder hun eigen verhouding tussen markt en staat propageren en die ieder een eigen opvatting over de maakbaarheid van de samenleving hebben. Daarnaast bestaan er verschillende gedachten over de verhouding tussen de natiestaat en Europa, en over de inrichting van Europa. Ook over de noodzakelijkheid van een groene agenda zijn de gevoelens van urgentie verschillend.

Bovenal is het niet meer duidelijk welke partij welke linkse kiezer vertegenwoordigt. Want linkse kiezers zijn er in soorten en maten.
De PvdA, was ooit van de volksverheffing en het biefstuksocialisme. Maar de PvdA heeft eerst een groot contingent graaiende bestuurders in de (semi-) publieke sector losgelaten en voert nu zonder mandaat een door neoliberale wensdromen gedicteerd regeringsbeleid uit. Immers, de PvdA ging de verkiezingen in met de toezegging de economie te stimuleren en de begrotingsnorm van drie procent te negeren. De draai die Samsom en Asscher hebben gemaakt om maar mee te mogen regeren, doet me nog steeds duizelen. En mij niet alleen, ook hun kiezers kijken met verbijstering naar het door de PvdA mogelijk gemaakte regeringsbeleid en zien alles afgebroken worden waarvan ze verwacht hadden dat hun voormannen zich voor dood zouden vechten.
D66 mag eigenlijk het predikaat links of progressief niet meer dragen. Vroeger, toen D66 echt voor gelijke kansen streed, was de partij vooruitstrevend links en de moeite waard. Ik ben zelf op lokaal niveau eens lijsttrekker en raadslid geweest. Nu vertegenwoordigt D66 alleen nog maar de stedelijke kenniswerker en heeft het zich feitelijk tot de neoliberale agenda bekeerd. De huidige omvang van D66 is dan ook alleen toe te schrijven aan de vermeende welsprekendheid van Alexander Pechtold.
De SP is eigenlijk de meest consistente linkse partij. Ze vertegenwoordigen goed de belangen van de gewone werkende man en vrouw, en zij die dit willen zijn (in rechtse kringen 'uitvreters' en 'uitkeringstrekkers' genoemd). In de laatste verkiezingscampagne heeft de SP, in een poging regeringsfähig te worden haar standpunten afgezwakt. De kiezers hebben dat niet begrepen, want de SP haalde een bedroevend resultaat. Het slechte resultaat heeft ook aan het niet zo geweldige optreden van voorman Emile Roemer gelegen. Bijna iedereen vindt hem een aardige Brabantse knuffelbeer waarmee je prima een biertje kan drinken, maar tegelijkertijd weet men dat hij dus niet meedogenloos en geslepen genoeg is voor het Haagse politieke spel.
Als het gaat om sociaal-economische standpunten hoort de PVV ook in het rijtje linkse partijen thuis. Wilders en Agema hebben in feite het programma van de SP gekopiëerd. En net als de SP doet de PVV alsof gebeurtenissen buiten onze landsgrenzen (Europa, de toestand in wereld) geen invloed hebben op binnenlands beleid. De rest van het partijprogramma bestaat uit rabiate vreemdelingenhaat en daardoor is de PVV geen serieus te nemen partij.

Rest GroenLinks. Alle problemen die de politieke linkerflank als geheel heeft (programmawisselingen die iedere keer een ander deel van het electoraat aanspreken) heeft GroenLinks geïnternaliseerd. Als fusiepartij (Pacifistisch Socialistische Partij, Politieke Partij Radicalen, Communistische Partij van Nederland en Evangelische Volkspartij) heeft GroenLinks veel last van een interne bloedgroepen- en richtingenstrijd.
Dit werd goed zichtbaar na het het vertrek van Femke Halsema. Onder Femke was de Tweede Kamerfractie een iets liberalere koers gaan varen, met meer aandacht voor burgerrechten. Electoraal was dat succesvol, maar Femke had haar hakjes nog niet gelicht of onder leiding van Jolande Sap werden sociaal-economische onderwerpen van linksere signatuur robuust voor het voetlicht gebracht. De burgerrechtenagenda van Femke verdween onder het tapijt. De kiezers raakten het spoor bijster: waar stond GroenLinks eigenlijk voor? Ook intern raakte men in verwarring. De partijleiding wist geen richting te geven en kamikaze-piloot Tofik Dibi deed een greep naar macht. Omdat Dibi behalve zelfpromotie geen eigen politieke agenda had, mislukte zijn actie jammerlijk. Dibi is af en toe nog te zien in de Albert Heijn in Amsterdam Slotervaart, waar hij in zichzelf 'Bam!' mompelend zijn winkelwagentje vult.

En toch heeft GroenLinks uitstekende kansen om een geloofwaardig en effectief alternatief voor de huidige bezuinigingsdomheid te formuleren en daarmee veel kiezers te trekken.
Van de andere partijen zal er geen concurrentie zijn. De PvdA is door de huidige kabinetsdeelname voorgoed besmet en een no go-area voor progressief denkende mensen. D66 is neoliberaal geworden. De SP heeft een sterk links programma, maar de uitstraling van de partij stoot veel kiezers af. De SP heeft nog altijd de kenmerken van een sekte, wat voortkomt uit hun Maoïstische verleden. De arbeideristische, anti-intellectuele uitstraling verhindert hun doorbraak als brede, linkse partij.

GroenLinks kan aantrekkelijk zijn voor alle leden van de linkse familie: van oud-Trotskistische ijzervreters tot zachtaardige sociaal-liberalen. Er moet een programma geschreven worden dat de rechten van de zwaksten versterkt, kansen biedt aan iedereen en private rijkdom en publieke armoede inruilt voor een samenleving waarin iedereen een aandeel heeft en iedereen aan deelneemt. Het vergroenen van de samenleving maakt hier integraal onderdeel van uit, omdat dit zowel sociaal als economisch van belang is.
Het moet niet zo moeilijk zijn om een dergelijk programma te schrijven. Met mensen als Kees Vendrik, Judith Sargentini en Andrée van Es heeft GroenLinks meer dan genoeg intellectuele capaciteit in huis.
Rest nog een stevige partijorganisatie, die gedisciplineerd campagne kan voeren. Een mooie taak voor de huidige partijleider en tussenpaus Bram van Ojik om die uit de grond te stampen.

maandag 14 januari 2013

Zelfs het Internationaal Monetair Fonds is om: bezuinigen helpt ons niet uit de crisis. In Growth Forecast Errors and Fiscal Multipliers (3 januari) schrijft chef-econoom van het IMF Olivier Blanchard dat bezuinigingen een veel groter effect dan verwacht hebben op de economische groei. Bezuinigen is dus niet slecht voor de economie, het is zelfs heel slecht voor de economie.
Dit is natuurlijk geen nieuws. Ik schreef hier al eerder dat alle wetenschappelijke inzichten erop wijzen dat bezuinigen de economie schaadt, op korte en op lange termijn, en dat een hogere staatschuld helemaal niet zo erg is. Het is fijn dat de denkers van het IMF dit nu beamen. Nu nog het beleid aanpassen.

Maar waarom blijven vaderlandse en Europese politici dan in het bezuinigingsdogma volharden? Zitten zij in een hermetisch afgesloten ruimte, waarin geen geluiden uit de buitenwereld doordringen? Durft er niemand als eerste te bewegen, bang om verstoten te worden? Zijn het echt de muzikanten op de Titanic, die doorspelen terwijl het schip vergaat?
Het meest in deze verbaas ik me over de opstelling van de PvdA. Voor de verkiezingen was er nog sprake van het loslaten van de begrotingsnorm van drie procent (in feite een zelfgekozen gevangenis) en het stimuleren van de economie. Met het tekenen van het pact met de VVD is daar niets van over. De PvdA is nu net zo streng in de leer als de neoconservatieven, het denken is vervangen door dogma. Dat de eigen achterban hiermee vorstelijk wordt genaaid, wordt genegeerd: het is eersteklas kiezersbedrog. De peilingen laten overigens zien dat de kiezer dit prima in de gaten heeft: de coalitie staat op 50 zetels.

Toch kan ik niet geloven dat Samsom en Asscher zich zonder nadenken in de armen van de bezuinigingszwendelaars hebben gestort. Het Nederlands onderwijs is slecht, maar dit zijn twee redelijk gisse jongens die ook zonder fatsoenlijke opleiding de luchtballonnetjes van de begrotingsfetisjisten moeten kunnen doorprikken.
Misschien is het pure machtswellust. Samsom en Asscher kunnen bedacht hebben dat dit waarschijnlijk de laatste keer is dat PvdA-politici macht kunnen uitoefenen, dus hebben ze de voorwaarden van de VVD geslikt en bij het stippellijntje getekend. Maar dit is een onwaarschijnlijk scenario: als je weet dat dit de laatste keer is, dan maak je er een feestje van en sleur je er voor je achterban zoveel mogelijk uit. Biefstuk voor iedereen, elke dag, bij ontbijt, lunch en diner.
Of ze hebben een geheime agenda.

Ik ben niet van het complotdenken en ik zie niet achter iedere boom een AIVD-agent. Ook geloof ik niet in geheime genootschappen die op de wereldheerschappij uit zijn en wat mij betreft is en blijft Elvis dood. Maar stel je het volgende eens voor: de PvdA heeft het paradigma van het kapitalisme volledig geaccepteerd. De markteconomie is de dominante ordeningsvorm en wie niet kan of wil concurreren gaat ten onder. En Samsom en Asscher zien dat er maar twee manieren zijn om te concurreren: met innovatie en op kosten.
Met innovatie gaat het niet lukken: het onderwijsbeleid van de afgelopen decennia heeft iedere vorm van zelfstandig nadenken gesmoord en industriepolitiek is sinds het RSV-debâcle taboe. Dan blijven de kosten over. Nu zijn de kosten op kapitaal (rente) al ongekend laag dus is er nog maar één mogelijk om de concurrerend te worden: het dramatisch verlagen van de kosten van arbeid. Dat betekent dat de lonen omlaag moeten en dat de sociale zekerheid moet worden afgebroken. Arbeid moet goedkoop en overal en altijd inzetbaar zijn en er mag geen euro aan inproductiviteit meer worden uitgegeven.

Zoals gezegd, ik ben niet van de geheime agenda's. Het lijkt mij onbestaanbaar dat de PvdA meewerkt aan zaken als het verminderen van ontslagbescherming, het bevriezen van lonen en het uitkleden van het basispakket in de zorg. Of heb ik even niet opgelet?

woensdag 9 januari 2013

Het CPB stelt voor het basispakket in de zorgverzekeringswet te verkleinen omdat laaggeschoolden naar verhouding meer (lees: te veel) van zorg gebruikmaken. De solidariteit van de hoger opgeleiden met de laaggeschoolden zou daarmee onder druk komen te staan.

Naar aanleiding van dit voorstel wordt een enorme berg onzin uitgekraamd. Het begint met de aanname dat een hogere opleiding automatisch een betere inkomenspositie betekent. Iedere gehandicapte of chronisch zieke met een hogere opleiding kan je vertellen dat dit niet waar is. Maar laat ik het simpel houden en me beperken tot de solidariteit van de rijkeren met de armeren in de sociale zekerheid in brede zin - en dan nog slaan de meesten de plank volledig mis.

De discussie die nu gevoerd wordt, veronderstelt dat de rijkeren zich opofferen om de armen het beter te laten hebben, uit de goedheid van hun hart en zonder daar iets voor terug te krijgen. Als dat zo is, is daar niks mis mee maar het is gewoon niet waar. De rijkeren hebben er juist alle belang bij om de armeren te ondersteunen.
De onderklasse die ontstaan is, kan niet meer overleven. Er zijn honderdduizenden die hun zorgpremie niet meer kunnen opbrengen, velen gaan naar voedselbanken om hun kinderen eten te geven. Daar hebben niet alleen de armen last van, maar ook de rijkeren. Door onvoldoende zorg worden nare infectieziekten als TBC weer gewoon - en de mycobacterium tuberculosis kijkt niet naar je banksaldo voordat hij je besmet. Door onvoldoende inkomen neemt de criminaliteit toe - stelen en roven om in leven te blijven. Het is wachten op de eerste voedselkraak in de keuken van Jort Kelder. Voedselrelletjes zijn niet ver weg. Opstand volgt.
Kort gezegd: de rijkeren hebben er alle belang bij om de armeren gezond, gevoed en in voldoende materiële welstand te houden. Wat niet vrijwillig in solidariteit gegeven wordt, wordt met geweld gehaald.

Wat de hoger opgeleiden in deze discussie graag negeren is de 'omgekeerde solidariteit' van de laaggeschoolden. Hoger opgeleiden profiteren immers veel meer van overheidsuitgaven dan laaggeschoolden. Ze krijgen vanzelfsprekend meer door de belastingbetaler gefinancierd onderwijs en ze maken meer gebruik van de zwaar gesubsidieerde culturele sector. Laat ik eerlijk zijn: ik ben blij dat anderen een groot deel van de kosten van mijn bezoekjes aan het Concertgebouw en het Muziektheater voor hun rekening nemen. En ik ben ook blij dat die anderen vervolgens zelf naar een (ongesubsidieerde) baggermusical gaan. Zo blijven we fijn entre nous.

Alle bevolkingsgroepen hebben er dus alle belang bij om de solidariteit in stand te houden en geen 'war on the poor' te beginnen, hoe graag de VVD dat ook wil. Als dat welbegrepen eigenbelang bij de hoger opgeleiden niet aanwezig is, dan is er iets ernstig mis met ons onderwijs. Maar dat is een ander onderwerp.

woensdag 12 december 2012

'Waldeinsamkeit.' Een fraai samengesteld woord zoals dat alleen in het Duits kan en dat nagenoeg onvertaalbaar is. De eenzaamheid van het woud, eenzaam in het woud, zoiets. Het woord heeft ook niet per se een droevige lading. Het hangt af van de context.

De Waldeinsamkeit kwam gisteravond langs in Schumanns Liederkreis op.39. In de Kleine Zaal van het Concertgebouw zong Robert Holl, begeleid door Rudolf Jansen, de sterren van de hemel. Ook Russische liederen stonden op het programma, van onder anderen Moesorgski, Borodin en Rachmaninoff. Wat een zwaarmoedigheid, wat een ellende. Daarbij vergeleken zijn de Duitsers bijkans lichtvoetig. Ik moest acuut aan de drank.

Terzijde: als ik twee heren, keurig in het pak, op een podium liederen zie vertolken denk ik altijd hieraan:


Terug naar het Duits. Wat een mooie taal is dat toch, en wat jammer dat ik daar zo weinig mee doe. Nou ja, onlangs bezocht ik Das Rheingold, afgelopen weekend genoot ik van Die Winterreise door de fenomenale Thomas Quasthoff en nu dan een dosis Liederkreis.
Maar ik heb nog altijd een stapeltje nog te lezen Duitse boeken en dat stapeltje blijft ook maar liggen: Kleiner Mann - Was nun? en Jeder stirbt für sich allein van Hans Fallada, Der Zauberberg en Doktor Faustus van Thomas Mann, Das Kapital van Karl Marx, und so weiter. Met Kerst ga ik echt een van deze boeken lezen.

Uit balorigheid googelde ik 'Waldeinsamkeit' en ik kwam op het blog Coolduits. Briljant. Das Leben ist doch ein Ponyhof!

maandag 26 november 2012

Ik heb het voor de tweede keer gedaan. Nee, niet dat. Ik heb voor de tweede keer dezelfde opera bezocht: Das Rheingold van Richard Wagner. De eerste keer was in 1999, de tweede keer afgelopen zaterdag.

Die eerste keer was in de zomer van 1999. Het Holland Festival had de complete Ring des Nibelungen geprogrammeerd, in een regie van Pierre Audi en met decors van George Tsypin. Ik wist: het is nu of nooit. Hoe vaak in je leven wordt de Ring integraal en om de hoek uitgevoerd? Ik was geen doorwrocht operabezoeker maar ik wist dat ik moest gaan. De lieftallige S. ging graag mee.
Het werd een onvergetelijke ervaring. Vier avonden opera in één week, veertien uur zwelgen in weldadige muziek, fenomenale zang en monumentale decors. Tijdens de pauzes keken we met een bagel in de ene en een glas wijn in de andere hand vanaf het balkon van het Muziektheater hoe de zon langzaam in de Amstel zakte.

Ik heb getwijfeld of ik, zoveel jaren later, nog een keer moest gaan. De magie van toen zou zich niet nog een keer laten vangen. Aan de andere kant ben ik ouder en misschien wijzer. Ik heb meer gezien en gehoord en dat kan de ervaring verbeteren. En als het tegen zou vallen, het was slechts de 'korte' Rheingold. Ik zat niet meteen vast aan de hele Ring.
Progrannaboekjes: uit 1999 en uit 2012.
Ditmaal heb ik E. overgehaald mee te gaan. Dat kostte niet veel moeite. Zijn grote liefde, Bruckner, is schatplichtig aan Wagner, dus een Wagner-opera moest hij een keer gedaan hebben. Vooraf prikten we aan de overkant een vorkje, bij Frenzi op de Zwanenburgwal. Aardig, maar vooral vanwege de grote collectie grappa.
Het regende toen we naar het Muziektheater overstaken.

Drie uur later stonden we weer buiten. Ik zal er kort over zijn: het was opnieuw overweldigend, fantastisch. E. merkte droogjes op: 'Ik heb wat huiswerk te doen.'

Die Walküre is volgend jaar. Ik heb kaartjes voor negen mei. Ondertussen galmen Rheintöchter Wellgunde, Woglinde en  Floßhilde in mijn hoofd: 'Rheingold, Rheingold ...'

zaterdag 24 november 2012

Het is 2012. Dat wat door de wetenschap bewezen en verklaard kan worden, is waar - door dit inzicht heeft de mensheid enorme stappen vooruit gemaakt. Natuurlijk is geloof in het bovennatuurlijke en in genezing door ingestraald water nog niet uitgeroeid en ook wordt door sommigen nog een plaats voor 'het goddelijke' in onze samenleving opgeëist.
Gelukkig heeft goed onderwijs een eind aan de obscure praktijken van de piskijkers gemaakt en worden er geen heksen meer verbrand. Religie is nagenoeg tot achter de voordeur teruggedrongen.

Het regeeraccoord van VVD en PvdA wekt dan ook mijn verbazing. Niet vanwege het zorgpremierelletje in de VVD, of dat de VVD-ers tegen nivelleren zijn. Ook niet vanwege het feit dat door VVD-ers de samenwerking in het vorige kabinet met de anti-liberale PVV goedgemutst geaccepteerd werd en dat nu een kleine greep in de portemonnee van de meest welvarenden tot schuimbekkende reacties leidt. We weten immers allang dat VVD-ers principeloze zakkenvullers zijn. Halen, hebben en houden is hun motto.

Wat mij verbaast is het feit dat de PvdA klakkeloos accoord gaat met bezuinigingen en lastenverzwaringen. Dat de VVD dit wil is bekend. Ze zeggen het tijdens de campagnes nooit zo duidelijk, maar ze willen de staat zo klein mogelijk maken en iedereen die niet voor zichzelf kan zorgen, heeft pech gehad. Hier geen nieuws. Maar van de PvdA had ik iets anders verwacht, want tijdens de verkiezingscampagne had de PvdA aangegeven de norm van drie procent begrotingstekort los te willen laten. Bezuinigingen en lastenverzwaringen zijn immers slecht voor de economische groei en de zwaksten hebben het meest te lijden in deze crisis.

Er is een overvloed aan wetenschappelijke literatuur die aantoont dat in tijden van economische krimp de overheid geld moet uitgeven om de economie op gang te krijgen. Bezuinigen en lasten verzwaren maken de boel alleen maar erger. Ik verwijs kortheidshalve naar End this depression now! van Nobelprijswinnaar Paul Krugman.
In Nederland is Ewald Engelen een roepende in de woestijn. In zijn column in Het Parool van 24 november brengt hij fijntjes in herinnering dat volgens de rekenmeesters van het CPB de PVV de enige partij is die door minder te bezuinigen een groeiverbetering realiseert - bij gelijkblijvende staatsschuld.

Ik moet dan ook met frisse tegenzin constateren dat onze gehele politieke klasse - met uitzondering van de door mij om andere redenen verfoeide PVV - behoort tot de categorie piskijkers en Jomanda-tentgangers. Wetenschappelijk gefundeerde oplossingen voor de crisis worden terzijde geschoven ten faveure van dogma's en ideologie.
Dat de VVD het bezuinigingsdogma omarmt is geen nieuws. Voor hen is het een fraai argument om hun agenda voor een kleine staat te realiseren. Maar dat de PvdA zich zonder slag of stoot zich in het neo-conservatieve pak laat naaien, verbaast me. Kennelijk zijn ze zo machtsgeil dat alle hogere hersenfuncties zijn uitgeschakeld.

Wat zegt dit alles over de levensvatbaarheid en het bestaansrecht van belangrijke politieke stromingen als het liberalisme en het socialisme, die beiden hun wortels in het Verlichtingsdenken vinden? Ik vrees dat ze zichzelf in de Middeleeuwen hebben geparkeerd. Het wordt tijd voor een andere politiek.

dinsdag 6 november 2012

Crisis? What crisis?

zaterdag 20 oktober
Ik heb eindelijk mijn ruim dertig jaar oude gele Samsonite met pensioen gestuurd. Tijdens de laatste trip is een fles muscatel gaan lekken en dat heeft het interieur definitief gesloopt. Aangezien ik hecht aan tradities heb ik opnieuw een Samsonite aangeschaft en ook deze is knalgeel. Maar nu met wieltjes.

De geschiedenis herhaalt zich: ook dit keer is het vliegtuig van Transavia stuk. Ik zet me schrap voor uren vertraging maar het valt dit keer mee. Transavia heeft ergens een Pools toestel vandaan getoverd en slechts een uur te laat kies ik met Enter Air het luchtruim. Voor het eerst in ruim tien jaar zit ik weer eens aan boord bij een andere maatschappij.
Ik heb me het afgelopen decennium tot Transavia moeten beperken, omdat Transavia als enige maatschappij rechtstreeks op Valencia en Alicante vliegt. Het zou goed zijn voor de dienstverlening en de prijsstelling van Transavia als ze eens wat stevige concurrentie op deze routes zouden krijgen; Vueling vliegt weliswaar ook op Alicante maar doet dat met een tussenstop in Barcelona en dan ben je ruim een dag onderweg.

Twee dingen vallen op aan boord bij Enter Air: hoewel dit een nieuwe 737 is, is het interieur vrij sober, bijna spartaans en de stewardessen zijn bloedmooi. Ik zit eerste rij gangpad en er is geen wandje tussen de cabine en de pantry: het inflight entertainment is dus dik in orde. Jammer is dan weer wel dat de catering door Transavia wordt verzorgd. Het assortiment Poolse lekkernijen blijft dus beperkt.
Ik klim graag aan boord bij Enter Air.
zondag 21 oktober
Na de regen van gisteren is het nog fris en dus ontbijten we binnen. Nachbarin Frau E. nodigt ons uit voor de lunch maar het is nog steeds niet warm genoeg en daarom gaan we niet bij Nancy in Moraira op het terras zitten. We kiezen voor Tico-Tico.

Tico-Tico is zeven dagen per week van 's morgens vroeg tot 's avonds laat open. Moeder staat in de keuken en Anna bedient. Anna werkt zeven dagen per week, 51 weken per jaar. Die ene week dat ze vrij heeft, ligt ze op het strand. Anna is een leuke, jonge vrouw maar met zo'n leven wordt ze vroeg oud. Zonde.
Op werkdagen is het hier met de lunch stampvol, maar vandaag valt het mee. B. en ik gaan voor de lamsstoof, M. en E. voor de eend. De lamsstoof is uitstekend maar de eend valt dit keer tegen: net niet gaar genoeg. We zeggen er wat van en Anna geeft toe dat ze het ook al had gezien, maar ja, zeg dat maar eens tegen de keuken.
De lamsstoof bij Tico-Tico is uitstekend.
Achterin de zaak staat de tv aan, gelukkig niet te hard. We sluiten af met koffie.

maandag 22 oktober
De zon schijnt: boek mee en naar buiten! Ik lees The idea of Communism, een bundeling redes uitgesproken tijdens een congres in maart 2009 aan het Birkbeck Institute. Nu afdoende gedemonstreerd is dat het kapitalisme niet werkt, bespreken de deelnemers aan dit congres de mogelijkheden om het communisme opnieuw als maatschappelijke ordening te introduceren. Helaas is het net zoals bij Marx: de idealen zijn nastrevenswaard ('het gaat niet om gelijke kansen, maar om gelijke uitkomsten') en de analyse van het feilen van het kapitalisme is haarscherp, maar hoe tot een communistische samenleving te geraken en hoe die er dan in de praktijk uit moet zien, blijft wat vaag. Dat moet ons er natuurlijk niet van weerhouden op weg te gaan naar de nieuwe heilstaat: ook Columbus had geen idee wat hij aan zou treffen toen hij in 1492 de zeilen hees.
Niet alle bijdragen in The idea of Communism zijn even interessant, maar die van Costas Douzinas, Antonio Negri en natuurlijk Slavoj Žižek nodigen uit tot verdere studie.

We lunchen met J. en J. bij Zensatez, een nieuw tentje net buiten Moraira. We zijn getipt dat de jonge kok/eigenaar Ivan Grau Blasco zijn vak verstaat.
De locatie is niet zo gunstig: Zensatez ligt aan de drukke weg naar Calpe en parkeren moet aan de overkant. Het kleine terras met comfortabel meubilair ligt ook direct aan de weg. Het uitzicht op zee is echter fantastisch. We gaan toch maar binnen zitten: hetzelfde uitzicht maar zonder de uitlaatgassen.
Het uitzicht bij Zensatez is fantastisch.
We nemen het marktmenu van 23 euro dat begint met een amuse: een cappuccino van linzen en witte truffel. Vervolgens komt er een serie uitstekende tapas langs: een stukje geconfijt varken, een gegrillde paddestoel met licht gesmolten geitenkaas en sepia (inktvis) met citroensaus. Het hoofdgerecht is op de huid gebakken merluza (schelvis). We sluiten af met een crema van witte chocola en mandarijn.
Voortreffelijke op de huid gebakken merluza.
Ik zal er kort over zijn: Ivan kan goed koken en hij kan goed inkopen: de vis is, als ik dat zo mag zeggen, kakelvers en van uitstekende kwaliteit. Zensatez is pas laat in het seizoen open gegaan en ik hoop dat Ivan de winter doorkomt. Dit is echt een tentje dat moet blijven, dus als u aan de Costa Blanca bent weet u wat u te doen staat. Ivan is digitaal zeer aanwezig, dus als u meer wilt weten kunt u terecht op Feestboek of zijn eigen website.

Vanavond zal broerlief met echtgenote en kroost zich bij ons voegen. Tegen vijf uur komt er een Facetime-oproep van hem binnen: 'We zijn op Schiphol en net ingecheckt.'
Hij heeft pleisters op zijn neus en voorhoofd. Wat is er gebeurd? 'Met de koffer van de trap gevallen.'
Ik wens ze een goede vlucht.

dinsdag 23 oktober
Om zeven uur word ik wakker van het geblèr van neefje P.

De dag vliegt om: neefje P. (anderhalf) en nichtje J. (vijf alweer) eisen alle aandacht op. Voordat ik het weet is het half acht en lees ik J. voor uit Floddertje: Schuim.

woensdag 24 oktober
Om kwart over acht wakker. Niet van P. maar van de motormaaier van de tuinman.

's Middags doen we boodschappen in Benissa en drinken we koffie bij Conchi. Bij de slager krijg ik een trosje gedroogde druiven. Ik schrijf expres 'trosje gedroogde druiven' want als ik 'rozijnen' schrijf denkt u meteen aan de zwavelgedroogde meuk van Sunmaid en dat is echt iets anders. Deze druiven hebben in de zon liggen drogen en hebben een sterke en zoete druivensmaak. Heerlijk.
Het is Conchi's laatste week van dit seizoen. Ze zijn de week voor Kerst nog open voor de verkoop van turrón en dan volgend jaar maart weer. Zondagavond is de laatste avond. We komen toch wel even langs? We houden een slag om de arm.

donderdag 25 oktober
Weer wakker van geblèr, dit keer van nichtje J. Kennelijk is er iets stuk, maar wat is niet helemaal duidelijk. Het is wel een enorm drama. Als ik me eenmaal gedoucht aan het volk presenteer blijkt de ernst van het voorval: de ballon is stuk. De situatie is zo ernstig dat J. direct naar huis wil.

B. leest HHhH van Laurent Binet. Hij geeft het aan mij: 'Rotboek. Ik ben benieuwd wat jij ervan vindt.'
Omdat je vertrok voordat ik het uit had, bij deze: inderdaad een slecht boek. HHhH is een biografie van Reinhard Heydrich, een van de meer onaangename kopstukken uit het Nazi-regime. HHhH is echter geen klassieke biografie: de auteur legt weinig verantwoording af over zijn bronnen maar valt ons vooral lastig met zijn persoonlijke zoektocht naar het leven van Heydrich. Nu kan dat indien goed geschreven een interessant boek opleveren maar Binet komt niet veel verder dan leuteren over zijn vriendinnetjes.
Binet heeft voor HHhH de Prix Goncourt du Premier Roman gekregen en dus moet ik vaststellen dat de Goncourt ook niet meer is wat het geweest is.

Als de kinderen eenmaal naar bed zijn genieten we van de rust. Het is heel erg 2012: M. en M. hebben ieder hun iPad voor zich, broerlief zijn iPod Touch en ik zit met m'n iPhone te klooien. Leve de wifi ...

vrijdag 26 oktober
Broerlief en aanhang gaan weer op huis aan. Het was kort maar krachtig. Als ze eenmaal weg zijn is het opeens erg stil in huis.

zaterdag 27 oktober
Het is bewolkt en er valt zelfs een klein beetje regen. Op de markt in Benissa scoor ik drie keurige donkerblauwe katoenen broeken, made in Spain, voor alles bij elkaar 24 euro.

Vanavond hebben we een concert in Centre d'Art Taller d'Ivars in Benissa. Vorig jaar zomer was ik hier ook al eens, bij een door de Rotary georganiseerd benefiet-concert. Toen zat er een compleet symphonie-orkest, nu treedt op het Cuarteto de cuerda Esplá met 'solista invitada' María José Clemente Bover (dwarsfluit).
Hoewel het concert door de gemeente Benissa is georganiseerd komt ook hier de Rotary weer in beeld: op het laatste moment kwam de gemeente erachter dat ze wel wat weinig promotie voor dit concert hadden gedaan en dat er op dezelfde avond in het dorp ook een grote bruiloft, een fundraiser voor de kankerbestrijding en een feest van de deelnemers aan de Moros y Cristianos plaats zou vinden. Via voornoemde María José Clemente Bover werd de Rotary ingeschakeld om de zaal toch nog een beetje vol te krijgen.
De inspanningen van de Rotary zijn redelijk geslaagd: er zit een man of vijftig. Het programma bestaat uit Bach, Mozart en een handvol Spaanse hela-hola componisten waar ik nog nooit van gehoord heb. Er wordt aardig gespeeld en al met al is het een aangename avond.
Cuarteto de cuerda Esplá met 'solista invitada' María José Clemente Bover (dwarsfluit).
zondag 28 oktober
Een strakblauwe lucht en een spetterend zonnetje maar er staat een gemeen koude wind. In het hoekje bij de tuinmuur en het pomphuis van het zwembad is het echter goed toeven.

Ik lees The Origins of Political Order van Francis Fukuyama. U zegt natuurlijk meteen: dat is wel een grote stap, van neo-communist Žižek eerder deze week naar de man die na de val van de muur in The End of History and the Last Man de definitieve overwinning van de liberale markteconomie aankondigde. Inderdaad. Maar Fukuyama heeft inmiddels toegegeven dat hij zich verschrikkelijk vergist heeft en in die tijd dachten we allemaal dat de welvaart nooit meer op zou raken.
The Origins of Political Order is dan ook geen voorspellend boek, maar onderzoekt waarom de mens politiek handelt en of en hoe dat verklaart hoe (de eerste) staten zijn ontstaan. Daar komt Fukuyama niet helemaal uit, maar ondertussen heeft hij wel op fascinerende wijze laten zien hoe wij vooral door onze genen in ons - ook politieke - gedrag worden gestuurd en geeft hij een voor mij verhelderend lesje in de geschiedenis van India en China. Voor de echte kenner misschien allemaal niet even baanbrekend, maar ik beleef er veel plezier aan.

We gaan nog maar eens lunchen met J. en J. maar ditmaal bij La Masena in Javea. In dit ietwat hogere marktsegment heeft men minder last van de crisis: de tent zit tjokvol. Goed dat we hebben gereserveerd.
We beginnen met een uitstekende van amuse van gamba's in deeg, vervolgens ga ik verder met een salade met gegrillde geitenkaas en als hoofdgerecht kan ik de confit de pato natuurlijk niet laten staan. We drinken een Enrique Mendoza 2009 (Alicante) ter nagedachtenis aan mijn vader. Hij vond dat een erg lekkere wijn. En dat is het ook.
Confit de pato bij La Masena.
We zijn pas om half vijf terug en we besluiten de seizoenssluiting bij Conchi te laten voor wat het is.

maandag 29 oktober
De koude wind is weg! Met boek in de zon.

Lunch bij Nancy in Moraira, het is meer dan warm genoeg om in de zon de visjes te verorberen. De tent naast Carambano (zoals de zaak van Nancy en Antonio eigenlijk heet) wordt helemaal leeggehaald, het complete interieur wordt eruit gesloopt. Kennelijk wil iemand hier iets nieuws beginnen. Ik ben benieuwd.
Gambas al ajillo bij Nancy.
Omdat veel op toeristen gerichte winkels en horeca al voor de winter gesloten zijn, is het lastig om te bepalen of de crisis verder heeft toegeslagen. Het valt wel op dat de gemeente in de openbare ruimte aan het investeren is, dus kennelijk is er ergens nog wel wat geld gevonden.

dinsdag 30 oktober
Laatste dag. Ik vlieg pas 's avonds laat dus ik heb nog alle tijd om van de zon te genieten.
Het is nog steeds mooi weer - uitzicht vanuit mijn slaapkamer.
We lunchen met P. bij Tico-Tico - wel eerst even gebeld dat ze de eend wat langer in de oven moeten laten staan.
P. is goed ingevoerd in de lokale horeca-kringen en heeft een aantal smakelijke anecdotes, zoals die van het nieuwe grill/barbecue-restaurant waar de draadjes van de afzuiging verkeerd gemonteerd zaten zodat alle vette walm de zaak werd ingeblazen. Ook weet ze te melden dat een aantal bewoners van het centrum van Moraira een actie is begonnen om alle terrassen om elf uur 's avonds dicht te krijgen. Als je niet van terrassen houdt moet je niet in een Spaans toeristendorp gaan wonen! Het lijkt de Jordaan wel.

Op de terugweg nog even langs de Pepe la Sal om drank in te kopen.
Drank genoeg bij de Pepe.
De vlucht naar Amsterdam vertrekt maar een half uur te laat. Ik heb gelukkig nog tijd om van het hoogstaande culinaire aanbod op de luchthaven gebruik te maken.
Ik sluit mijn trip af op een culinaire high.

dinsdag 16 oktober 2012

Het is spannend als je na ruim dertig jaar opeens een jeugdliefde treft. Al die tijd heb je alleen maar naar opnames geluisterd en naar beelden van toen gekeken, waardoor de tijd stil is blijven staan. Natuurlijk hoorde je wel eens wat over nieuwe avonturen en wist je dat ook voor de jeugdliefde het leven verder ging. Maar je hoofd en je hart zijn blijven hangen in de tijd dat je samen was.

Onlangs op een doordeweekse avond bleef ik hangen nadat het BBC News at Six was afgelopen en in de daaropvolgende The One Show knalde 'ie het beeld in: Mr. Blue Sky, the very best of Electric Light Orchestra. Geen verzamelalbum, maar alle nummers opnieuw ingespeeld en opgenomen door ELO-baas Jeff Lynne.
En het kon niet op: Lynne kondigde ook een nieuw solo-album aan: Long Wave.
Het moet welhaast De Avondspits geweest zijn, waarin ik in 1978 voor het eerst nummers van het Electric Light Orchestra hoorde: Turn to stone en Mr. Blue Sky. Ik was verkocht. Fraaie liedjes, met een dikke jas van strijkers en synthesizers. Een beetje overdreven en daarom lekker. Ik had net het fenomeen platenzaak ontdekt en Out of the Blue van ELO was mijn eerste LP. Een dubbelabum, inclusief poster en bouwplaat van een ruimteschip. Ik heb 'm grijsgedraaid, vooral kant drie, het Concerto for a rainy Day met als apotheose het eerder genoemde Mr. Blue Sky.

Achteraf gezien is Out of the Blue het magnum opus van ELO. De eerdere albums laten een duidelijk opgaande lijn zien die uitmondt in dit meesterwerk. Ook op die oudere albums staan lekkere liedjes, zoals Showdown (op On the Third Day), Can't get it out of my head (op Eldorado), Evil Woman en Strange Magic (op Face the Music) en Rockaria! (op A new World Record).





Maar na Out of the Blue is het in een keer over. Discovery (Disco? Very!) haakt misplaatst en verlaat in op de disco-rage en alles wat daarna komt heb ik genegeerd.

Eind jaren tachtig bestaat ELO niet meer maar Jeff Lynne duikt op als producer. Eerst van het album Cloud Nine van ex-Beatle George Harrison en daarna van Full Moon Fever van Tom Petty. En met Harrison, Petty, Roy Orbison Bob Dylan vormt hij de Traveling Wilburys en produceert hij de twee albums van deze 'supergroep'. Handle with care is hun grootste hit.

In 1990 brengt Lynne een solo-album uit, Armchair Theatre, dat vergeten in mijn platenkast staat. Ook blijft hij nog een tijdje als producer actief maar in de 21e eeuw wordt het stil. Goed, er wordt een geremasterde versie van Out of the Blue uitgebracht (die inderdaad veel beter klinkt) met daarop ook wat eerder niet uitgebrachte liedjes. Welkom, maar niet heel spannend.

Aan het einde van dit jaar bereikt Jeff Lynne de pensioengerechtigde leeftijd. Anderen rusten op lauweren, hij heeft z'n Greatest Hits opnieuw opgenomen. Want, zo zegt hij, ik ben nu beter dan ik vroeger was en ik kan nu meer. En de techniek kan veel meer.
Dat schept verwachtingen, maar toch houd ik mijn hart vast. Op Out of the Blue en de eerdere albums worden echte orkesten gebruikt, echte cello's, violen, piano's &c. gespeeld door echte muzikanten. En dat gaat Lynne allemaal in z'n eentje doen?
U begrijpt, met enigszins gemengde verwachtingen maakte ik het pakje van Amazon open. Uit het bij de ceedee geleverde boekje blijkt dat Lynne toch niet alles alleen heeft gedaan: dochter Laura zingt mee en ene Marc Mann doet de strijkinstrumenten. Ook in z'n eentje. Een rondje internet leert dat Mann die strijkers uit een computer haalt. Dat belooft niet veel goeds.
 
En het valt inderdaad niet mee. Meteen valt op dat de muziek dichtgedrukt, gecomprimeerd klinkt - er zit geen enkele diepte in. Ter controle luister ik de geremasterde versie van Out of the Blue en inderdaad, Lynne heeft geen enkele vooruitgang geboekt. Voor de controle van de wat oudere nummers pak ik de verzamelaar Olé ELO uit de Memory Pop Shop-serie. Het is jammer maar zelfs deze prehistorische, zonder enige bewerking op ceedee gekwakte nummers klinken beter.
Is er dan misschien interpretatief iets gewijzigd? Hier en daar klinkt een piano of gitaar wat strakker en harder maar dat is het wel. Het is niet beter. En waarin vroeger - vooral in de oudere nummers - stevig op cello's werd geramd klinken nu gladde computerstrijkers. Bah.
Conclusie: Mr. Blue Sky, the very best of Electric Light Orchestra voegt niets toe. Deze jeugdliefde had ik beter uit de weg kunnen gaan.

Is Long Wave, dat andere nieuwe album van Lynne, beter? Ook op Long Wave speelt en zingt hij alles zelf (met die Marc Mann dan) maar dit zijn elf covers: een curieuze verzameling, uitlopend van If I loved you van Rodgers & Hammerstein tot She van Charles Aznavour. En Lynne komt ermee weg. Hij gebruikt de sound die we kennen van zijn latere werk als producer en hoewel het vreemd is om Aznavour en liedjes uit het Great American Songbook in zo'n jasje te horen: het werkt. Long Wave is een volstrekt onpretentieus maar plezierig album geworden. De jeugdliefde op leeftijd is een bezoekje waard.

PS
Dat dichtgesmeerde, gecomprimeerde geluid waar ik het hierboven over had schijnt een veel bredere, moderne kwaal te zijn. Het is geschikt voor het jeugdige mp3-publiek, dat toch het verschil niet hoort. Maar voor deze oudere jongere, met z'n gecultiveerde gehoor en z'n Cambridge Audio/JBL stereoset is het een pijnlijke tekortkoming.

maandag 8 oktober 2012

Het vernielen van kunst is maar een klein beetje minder erg dan het mishandelen van dieren, maar veel erger dan het slaan van kinderen. Dat laatste is namelijk goed voor hun opvoeding.

Gisteren bekladde een verdwaasde Rus, ene Vladimir Umanets, in Tate Modern een werk van Mark Rothko: Black on Maroon, een van de Seagram Murals. Umanets, een zelfverklaarde Marcel Duchamp, zei tegen de BBC dat hij gezien wil worden als een scheppend kunstenaar. Prima: van mij mogen ze hem met een doos wasco's opsluiten in een cel met mooie witte muren. Gaat 'ie daar lekker de creatieveling uithangen.
Black on Maroon van Mark Rothko, met opschrift.
Ik ben enigszins pissig, ook omdat in de nacht van zaterdag op zondag ons beeld uit de hal van onze flat is gejat. La Chute II van Ad Jenner staat/stond er bijna twintig jaar, en ik ben er gehecht aan geraakt. Het hoort bij mijn huis.
La Chute II in de hal van mijn flat.
We hebben het beeld laten plaatsen omdat we, een jaar na oplevering van het gebouw, vonden dat de centrale hal toch een beetje kaal was. Een van ons wist de weg in de kunst en na wat gesputter door mensen met kunstapathie stond er een paar maanden later dus La Chute II. En nu is ze weg.

Van Umanets kan je zeggen dat hij, hoe misplaatst ook, niets heeft willen wegnemen. Ik vrees dat het de dieven van La Chute II alleen maar om het brons was te doen.
Triest ...