Ik heb gestemd. U heeft kennis genomen van mijn overwegingen, en dit is het geworden.
Pardon, deze dus.
Mijn stem heeft resultaat gehad: de PvdD heeft nu één hele zetel in het Europees Parlement. Ik ben benieuwd bij welke fractie ze zich aansluiten. Overigens merkt Rob Wijnberg terecht op dat het een goed idee is om de naam te wijzigen.
Terug naar mijn favoriete onderwerp, de ondergang van de sociaaldemocratie. Opnieuw heeft de PvdA het beroerd gedaan. Op basis van peilingen zette het AD vrijdagochtend al hard in.
De definitieve uitslag moet gisteravond als een mokerslag zijn aangekomen: slechts 9,4 % van de stemmen. Daarmee is de PvdA de zesde partij geworden. De SP heeft de rode fakkel overgenomen en is nu groter (9,6 %) dan de PvdA.
Ik vroeg me al eerder af: waarom bestaat de PvdA nog? Ze hebben niets meer te bieden, aan niemand. De eigen achterban is gillend weggelopen. Het is dan ook niet te verdedigen dat de PvdA deel blijft uitmaken van deze regering, en beleid blijft produceren (zoals de bezuinigingen op en de afbraak van de zorg) waar geen meerderheid voor is. Gezien de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen (PvdA 9,5 %) eerder dit jaar en nu de verkiezingen van het Europees Parlement moeten er direct verkiezingen voor de Tweede Kamer worden gehouden.
Maurice de Hond vat het, vooruitkijkend naar de verkiezingen van Provinciale Staten en de Eerste Kamer volgend jaar, kort samen. Dit kabinet heeft steun van slechts 21 % van de kiezers.
#PS2015 werpt schaduw vooruit: VVD+PvdA (maar) 21% (TK2012 51%). D66+CU+SGP 23% (TK2012 13%). Samen nu 44% (TK2012 64%). #EP2014
— Maurice de Hond (@mauricedehond) May 26, 2014
De ondergang van de PvdA is Europees gezien onderdeel van een grotere beweging: de afnemende steun voor de grote, Europa-gezinde, middenpartijen. Behalve de sociaaldemocraten behoren ook de christendemocraten, de liberalen en de conservatieven tot die groep. De BBC produceerde dit grafiekje van het nieuwe Europees Parlement.
De christendemocraten (de EVP, hier de EPP) zijn de grootste verliezers. De groenen blijven gelijk; links (met bijvoorbeeld Syriza van Alexis Tsipras) wint, evenals erg rechts (EPD) en heel erg en eng rechts, zoals de PVV alhier, de Gouden Dageraad in Griekenland en het Front National in Frankrijk; in dit grafiekje vallen ze onder 'other'.
Ondanks het feit dat de christendemocraten forse klop hebben gehad doet hun chef Jean-Claude Juncker alsof er niets aan de hand is. Hij claimt het voorzitterschap van de Europese Commissie.
Dat wordt een interessant robbertje vechten met de Europese regeringsleiders.
Tot slot wil ik u dit kaartje niet onthouden. Een bijschrift is niet nodig.
zaterdag 17 mei 2014
Mijn blogjes gaan vaak over politiek en dat is niet zo vreemd. Politiek heeft me altijd al geboeid. Ik ben zelfs raadslid voor D66 geweest, in de tijd dat D66 nog een nette sociaal-liberale partij was. Eerder, in de jaren tachtig, was ik actief in de Jonge Democraten en uit die tijd vond ik deze foto: de redactie van de Demo, het landelijke blaadje van de JD. (Voor de jonge lezertjes: het internet bestond toen nog niet.) Overigens dateert ook het portretje bovenaan dit blog uit die tijd.
donderdag 15 mei 2014
22 mei gaan we de leden van dat kleine Nederlandse hoekje van het Europees Parlement verkiezen. Ik ben er echter nog helemaal niet uit op wie ik ga stemmen. Wat vind ik van 'Europa'?
Eerst moet ik de vraag beantwoorden: wat bedoel ik eigenlijk met 'Europa'? Het continent? De verzameling natiestaten? De culturele overeenkomsten (en verschillen) tussen de volkeren? De Europese Unie? De muntunie? De Europese Commissie? De directieven uit Brussel? Het Europees Parlement?
En tot hoever reikt Europa? Tot Polen? Wit-Rusland? Rusland zelf is geen Europa volgens Poetin (maar hij doet wel mee aan het Eurovisie Songfestival). Maar als Bulgarije en Roemenië wel tot Europa behoren, dan toch ook de Oekranië?
In de uitstekende documentaire De slag om Europa van Teun van de Keuken en Roland Duong (deel 2 zondag 18 mei: kijken!) wordt de recente geschiedenis van de Europese Unie verteld. Door insiders en direct betrokkenen wordt uit de doeken gedaan waarom het noodzakelijk gevonden werd om na de val van de muur en het instorten van de Sovjet-Unie de EU uit te breiden met landen van het voormalige Warschaupact. Die geopolitieke en historische dimensie speelde ook al een belangrijke rol bij het ontstaan van de eerste verschijningsvorm van de EU, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.
(Nationaal Archief, Den Haag)
Na het vraagstuk maximaal verbreed te hebben (een geliefd truukje van voorlichters) wordt het tijd om in te zoomen op wat ik belangrijk vind in Europa en welke rol de EU zou moeten vervullen. Daarbij wil ik eigenlijk niet lang stilstaan bij fouten uit het verleden, wel bij zaken die veranderd en fouten die vermeden moeten worden.
De Europese Unie moet niet verder uitbreiden. De landen met wie we een voldoende culturele achtergrond, democratische en rechtsstatelijke principes en organisatie en economische belangen delen zijn al lid van de Unie. Er is zelfs een aantal landen lid die in dit opzicht questieus zijn: Roemenië, Bulgarije, Hongarije, Griekenland en Italië. Maar goed, ze zijn lid. Ze moeten geholpen - gedwongen - worden hun corruptie aan te pakken en hun instituties op te schonen.
De staat - of unie van staten - heeft een verantwoordelijkheid daar waar de markt het laat afweten. Sterker nog: de markt heeft veel ongewenste uitwassen en bij-effecten. Op dit moment wordt het beleid van de EU vooral bepaald door de agenda van de grote bedrijven ('corpocratië' zoals Engelen het noemt) terwijl de EU betaald wordt door de burger. Hier is iets grondig mis. De EU moet daarom veel transparanter worden over de invloed van lobbyisten (nu wordt dit overgelaten aan clubs als Corporate Europe Observatory) en het lobbyen moet zo veel mogelijk aan banden worden gelegd.
Nu heeft de EU een veel te sterke focus op marktwerking. De welstand en welvaart van de burgers, hun sociale zekerheid en -voorzieningen en het onder democratische controle houden van publieke voorzieningen is daaraan ondergeschikt. Dit moet precies andersom. Die verkeerde focus - en de daarbij horende fixatie op de begrotingstekorten van de lidstaten - is dé reden waarom burgers zich van 'Europa' afkeren.
De interne markt voor goederen kent natuurlijk ook enorme voordelen. Door uniforme veiligheidseisen en productstandaarden worden veel kosten bespaard en kunnen bedrijven zich niet verschuilen achter landelijke wetgeving. Op het gebied van voedselveiligheid is er echter nog een wereld te winnen. Er is misschien wel voldoende regelgeving, maar de handhaving schiet volstrekt te kort.
En hoe vrij is het personenverkeer als je op Schiphol niet je paspoort hoeft te laten zien maar je je wel moet onderwerpen aan steeds bespottelijkere en privacy-aantastende veiligheidscontroles? Het vrije verkeer van personen kent daarbij als schaduwkant als dit en het vrije recht van vestiging uitmondt in een concurrentie op loon en arbeidsvoorwaarden. Arbeid moet betaald worden conform de eisen en gebruiken van het land waarin het wordt verricht. Daar moet streng op worden gehandhaafd. Gaat de EU daar iets aan doen of blijft dit een verantwoordelijkheid voor de lidstaten?
Zo niet het belangrijkste doel van de Europese eenwording indertijd was het in toom houden van de Duitse imperialistische ambities. We hebben dan wel geen oorlog meer gehad, maar economisch en financieel gezien is Duitsland op het continent oppermachtig. In die zin is het Europees project mislukt.
Achteraf gezien was de muntunie in de huidige omvang dus geen goed idee. Een euro van een handjevol noordwest-Europese landen die hun economieën al gelijkgeschakeld hadden aan de Duitse economie was beter geweest. Maar het is wat het is en solo uit de muntunie stappen is domweg geen optie.
Een echte oplossing zie ik niet. Duitsland uit de euro flikkeren gaat niet en dus zal Duitsland moeten blijven dokken voor de zwakkere Mediterrane economieën. En daar doet Nederland gewoon aan mee.
Op het gebied van de energievoorziening zie ik kansen. Wat zou het fantastisch zijn als we het hele continent zouden kunnen vergroenen, zodat onze lucht schoner wordt en we tegen Poetin kunnen zeggen dat hij die aardgasleiding in zijn reet kan steken.
Daarvoor moeten we wel een paar zaken Europees regelen. Als het nu een beetje waait levert Duitsland zoveel stroom dat het Nederlandse net bijkans opgeblazen wordt. Er moeten dus manieren gevonden worden om stroomoverschotten te verplaatsen naar plekken waar de vraag is, en om eventuele overschotten op te slaan. Dit kan echt alleen op Europese schaal en hier is dus een Europees energiebeleid voor nodig.
Het is tijd om de blik op Brussel te richten. Want los van het vraagstuk van wat de EU zou moeten doen, is er ook het vraagstuk van het besluitvormingsproces en de democratische controle daarop.
Dit besluitvormingsproces is schimmig. We hebben een Europese Commissie met door de regeringsleiders benoemde leden. De EC neemt zelf besluiten en laat deze uitvoeren, maar voert ook de besluiten uit die door de regeringsleiders en de diverse raden van ministers worden genomen. Het Europees Parlement kan dit allemaal een beetje controleren, maar heeft betrekkelijk weinig macht; ze kunnen nog geen eurocommissaris wegsturen. Ook kan het EP geen initiatiefwetten indienen.
En dan vergeet ik bijna Herman van Rompuy maar dat is niet zo gek.
De echte macht in de Europese Unie ligt bij de regeringsleiders en hun besluiten worden genomen met handjeklap in achterkamers. De controle op die regeringsleiders vindt echter niet Brussel plaats maar in de nationale parlementen en daar moeten zij dan ook veel meer ter verantwoording worden geroepen. Als Rutte roept 'Het moet van Brussel!' dan gaat het altijd om besluiten waar hij zelf mee heeft ingestemd en het debat daarover - en over het mandaat waarmee hij naar Brussel gaat - zou in Den Haag veel steviger gevoerd moeten worden.
Ook moet het EP meer macht krijgen. Het parlement moet de leden van de Europese Commissie benoemen en ze weer kunnen wegsturen. Ook moet het EP het recht van initiatief krijgen.
Om de burger meer te betrekken hebben de leiders van de grootste fracties in het EP - Guy Verhofstadt (liberalen), Jean-Claude Juncker (christendemocraten), Martin Schulz (sociaaldemocraten) en Ska Keller (groenen) besloten dat het parlement de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie mag aanwijzen. Zij zelf zijn kandidaat.
Er zijn hier twee - op zich interessante - debatten over gevoerd. Jammer is alleen dat het nog altijd de regeringsleiders zijn die de opvolger van Barroso gaan benoemen en zij zullen zich niets van het parlement aantrekken. De parlementariërs schieten hiermee dus in eigen voet: in plaats van meer betrokkenheid te genereren toont deze stunt alleen aan dat het parlement niets te vertellen heeft.
Jammer is ook dat aan de drie heren smetjes kleven. Juncker is zo pro-Europees dat hij als premier van Luxemburg jarenlang het bankgeheim daar in stand hield en zo belastingontduiking binnen de EU bevorderde. Guy Verhofstadt besteedt zo weinig tijd aan zijn lidmaatschap van het EP dat hij voor ruim twee ton per jaar kan bijklussen. Martin Schulz laat vervelende passages over hemzelf uit rapporten verwijderen. Alleen Ska Keller is van onbesproken gedrag, want nog jong.
Ska Keller.
De Nederlandse inzendingen naar Europa maken het er allemaal niet beter op. Het zijn helaas bijna allemaal hier afgekeurde en ongeschikt bevonden politici.
Het CDA stuurt als lijsttrekker Esther de Lange naar Brussel. Wie? De eerste bekende op die lijst staat op plaats drie en dat is het leerdragende en motorrijdende ex-Kamerlid Wim van de Camp, die overigens weigert zijn declaratiegedrag te verantwoorden.
De PvdA zet Paul Tang en Agnes Jongerius in. De een schijnt lid van de Tweede Kamer te zijn; de ander kent u als de vrouw die de FNV irrelevant maakte.
De VVD vaardigt Hans van Baalen af. Zijn twee 'claims to fame' zijn dat hij weinig in het parlement aanwezig is en dat hij in zijn studententijd het Horst Wessel-lied heeft gezongen. Er hangt een ietwat bruin luchtje om hem heen.
Het eurofiele D66 doet het beter en heeft in Sophie in 't Veld altijd een voortreffelijk parlementariër gehad en het is goed dat ze weer lijsttrekker is. Haar inzet rond bijvoorbeeld privacybescherming is zeer te prijzen. Jammer voor haar is dan weer wel dat rasoppurtunist en partijchef Pechtold haar in de wielen rijdt door uit het niets te roepen dat Europa een pas op de plaats moet maken.
Ook GroenLinks heeft met Judith Sargentini een gedegen Europarlementariër in huis. Lijsttrekker Bas Eickhout heeft zich nog onvoldoende bewezen.
Volgens de peilingen haalt de Partij voor de Dieren net wel of net niet een zetel in het Europees Parlement. Lijsttrekker Anja Hazekamp ken ik niet maar de PvdD heeft wel een aantal zeer aantrekkelijke lijstduwers. Behalve de altijd smakelijke Marianne Thieme staan Peter Nicolaï, Ewald Engelen, Paul Cliteur en de door mij zeer gewaardeerde schrijver en programmamaker Redmond O'Hanlon op de lijst.
O'Hanlon in de bibliotheek van Artis.
Alles overziende heb ik voor mijn Europese stem drie opties: GroenLinks, Partij voor de Dieren en LibDem.
Wordt het GroenLinks, die de sympathieke doelstellingen in een sterk Europa met zwakke natiestaten wil waarmaken? Ik ben bang dat Brussel teveel macht krijgt zonder dat die doelstellingen worden verwezenlijkt - en dan zijn de rapen gaar.
Wordt het de Partij voor de Dieren? Die de nagenoeg identieke en even sympathieke doelstellingen wil verwezenlijken zonder dat er (automatisch) meer macht naar Brussel gaat? De kans is echter groot dat de PvdD zelf ook niet naar Brussel gaat.
Of misschien totale outsider LibDem? Ze hebben een prima programma met een nadruk op sociaal-economische rechtvaardigheid en democratische controle. Maar ga ik mijn stem weggeven aan een club die nooit enige invloed zal hebben?
Ik twijfel nog.
woensdag 7 mei 2014
Het is niet onopgemerkt gebleven. Diederik Samsom zelf reageerde op mijn vorige blogje. Chapeau.
@hetkopje interessant. Maar je mist dat begrotingsbeleid en zorg ook gewoon in ons verkiezingsprogramma stonden. Hoezo concessie aan VVD?
— Diederik Samsom (@diederiksamsom) May 6, 2014
Daar heeft hij gelijk in.
@diederiksamsom Terecht punt. Maar dan was keuze in programma al fout. En de uitwerking in regeeraccoord blijft abject.
— Eric (@hetkopje) May 6, 2014
Samsom kwam terug.
@hetkopje als het programma al 'fout' was hebben we iig geen discussie over strategie en tactiek maar gewoon over inhoud
— Diederik Samsom (@diederiksamsom) May 6, 2014
Daarop kon ik niet anders. Tweetjes zijn te kort voor een genuanceerde discussie.
Tussen het gewone werk door heb ik een dagje kunnen nadenken over mijn reactie.
Allereerst: Samsom heeft gelijk als hij zegt dat het voldoen aan de begrotingsnorm van Brussel en het decentraliseren van de zorg naar gemeenten al in het PvdA-verkiezingsprogramma stonden. Hoewel ik er niets tegenin kan brengen, vind ik het een procedurele verdediging, een vluchtheuvel.
Want wie leest er een verkiezingsprogramma? (Ik zei de gek, en zelfs ik doe het kennelijk niet secuur genoeg.) Voor de kiezers echter zijn de reputatie van de partij en het imago van de politici belangrijker en die worden nauwelijks gevormd door het verkiezingsprogramma. Het zijn twee overwegend irrationele grootheden, maar ze kunnen wel herleid worden.
De reputatie en het imago van de PvdA stoelen zeker bij de oudere kiezers op het opbouwen van de sociale zekerheid na de Tweede Wereldoorlog, en het biefstuksocialisme van de late jaren zestig en begin jaren zeventig. Dit zijn kiezers die niet snappen dat hun sociale zekerheid wordt afgebroken.
De PvdA is niet in staat geweest duidelijk te maken waarom de bezuinigingen op de Rijksbegroting en daarmee het kortwieken van de sociale zekerheid noodzakelijk zouden zijn. (Ik blijf hier tot vervelens toe herhalen: in tijden van recessie moet de overheid niet bezuinigen, maar ik denk nu even mee met de PvdA). Dat komt mede doordat de identiteit van de partij, hoe ze zichzelf ziet, niet overeenkomt met het imago. De PvdA ziet zichzelf als een bestuurderspartij, als een club mensen die niet bang zijn moeilijke beslissingen te nemen, alles in het landsbelang. De reputatie en het imago die de partij had bij de traditionele achterban is zoals gezegd een heel andere.
Imago en identiteit vielen niet samen en dat leverde twee problemen op. Ten eerste deed de campagne van de PvdA ('Sterker en Socialer') niets om de nieuwe identiteit en de keuzes die de partij daarom maakte bij de kiezers voor het voetlicht te brengen. Bij voorkeur werd erover gezwegen. Integendeel, bijvoorbeeld de zorg was bij de PvdA in goede handen.
Ten tweede maakte de zelfgekozen identiteit van sterke bestuurders die niet bang zijn voor &c. het voor de VVD makkelijk daarop een beroep te doen. Je kan natuurlijk geen goede bestuurder zijn als je de kwaliteit van de zorg belangrijker vindt dan het aandeel daarvan op de Rijksbegroting.
Nu geef ik toe dat een links minderheidskabinet (PvdA, SP en GroenLinks) in de Tweede Kamer met gedoogsteun van de D66, CU en SGP het in de Eerste Kamer verdomd moeilijk zou hebben gehad. Maar met hulp van het CDA (al dan niet buiten het kabinet) had het gekund. De PvdA had in zo'n coalitie de geliefde middenpositie kunnen innemen.
Maar goed, de PvdA koos voor de VVD. Helaas heeft de partij daarna verzuimd aan de kiezers uit te leggen waarom dit een goede keuze was. Over het al dan niet noodzakelijke kleinere begrotingstekort (frappez, frappez toujours) heb ik het al gehad. Maar de wijzigingen in het zorgstelsel, die gepaard gaan met honderden miljoenen bezuinigingen, worden gebracht als verbeteringen. Daar raakt de PvdA het contact met de kiezers kwijt. Want ongeacht of het verbeteringen zijn (quod non, zie alhier en hier), de kiezer ervaart ze niet als verbeteringen. Dát moet de PvdA onder ogen zien en toegeven. Daar moet het PvdA-verhaal over gaan.
Ook heeft Samsom verzuimd vanuit zijn positie in de Kamer uit te leggen wat de PvdA anders had gedaan als hij niet met de VVD in zee was gegaan. Daarentegen wordt het kabinetsbeleid verdedigd als het enig zaligmakende. En nogmaals, zelfs al heeft Samsom hier en daar afstand genomen van het kabinetsbeleid, in de perceptie van de kiezer voert hij de VVD-agenda uit.
Diederik, ik ben altijd tot een nadere toelichting bereid.
dinsdag 6 mei 2014
De PvdA is vaak de gebeten hond. Niet alleen bij de kiezer, ook in mijn blogjes. Waarom krijgt de PvdA het van mij zo vaak voor de kiezen en niet de andere partijen, die zich even zo laakbaar opstellen? Een poging tot duiding van mijn ongenoegen.
Wat me aan PvdA stoort is de gapende kloof tussen hun pretenties en hun politieke daden. De PvdA is opgericht om op te komen voor de belangen van de arbeidersklasse. De arbeider bestaat niet meer maar er is nog steeds een grote groep mensen met lage lonen en hoge kosten (zorg) en geen mogelijkheden om op eigen kracht hun bestaan te verbeteren.
Daarentegen voert de PvdA de neo-liberale agenda van Mark Rutte en zijn VVD-companen uit.
Pretenties heeft de PvdA nog wel. Lees Van Waarde (februari 2013) van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Het is een wat overmodieus gecomponeerd stuk, maar de aanbevelingen in het rapport (onder het kopje Koers, aan het einde) zijn uitstekend.
Helaas is er niets mee gedaan. Het is besproken op een PvdA-congres maar ik heb niet kunnen ontdekken of de partij hieruit voor zichzelf bindende conclusies heeft getrokken. Waarschijnlijk niet, want kijk naar het beleid dat momenteel door de PvdA wordt ingevoerd. De WMO 2015 en de 'mantelzorgboete' zijn twee recente voorbeelden van beleid dat de positie van de zwakkeren in de samenleving alleen maar zwakker maakt - daar is iedereen het over eens.
Hoe heeft de PvdA dit zover laten komen? Wat is er met de partij van de spreiding van kennis, macht en inkomen gebeurd? Ik heb diverse analyses gelezen maar de juiste zit er naar mijn gevoel nog niet bij. Ook ik heb de wijsheid niet in pacht maar mijn analyse is ongeveer deze.
Het bestaansrecht van de PvdA als brede volkspartij was altijd het verbond tussen de te verheffen arbeidersklasse en het sociaal voelende deel van de burgerij die de arbeidersklasse wilde verheffen. Dat ging tot in de jaren zeventig goed.
Vanaf die tijd verdween de arbeidersklasse. De welvaart nam toe en industriële banen werden ingeruild voor werk in de dienstverlening. Daarmee verdween ook de achterban van de PvdA. Dit verlies werd nog een tijd gemaskeerd door stemmen te vergaren bij de nieuwe participanten aan de onderkant van de arbeidsmarkt: Turken en Marokkanen. Turken en Marokkanen zijn echter inmiddels of zo geëmancipeerd dat ze de PvdA niet meer nodig hebben of zo gemarginaliseerd dat ze politiek er niet meer toe doen (behalve in de misdaadstatistieken).
Ondertussen is er wel een nieuwe klasse van werkende armen ontstaan: denk aan de schoonmakers, de chauffeurs van taxibusjes en de verzorgenden in de verpleeghuizen. De PvdA is er nooit in geslaagd contact met deze groep te maken, laat staan ze te vertegenwoordigen. De SP is dat wel gelukt: zij weten met succes op te komen voor de belangen van deze groep en dat komt ook doordat de SP de facto de FNV heeft overgenomen; de FNV die vroeger het PvdA-bolwerk bij uitstek was. Wim Kok heeft plaatsgemaakt voor Lilian Marijnissen.
Lilian Marijnissen.
De PvdA heeft zijn electorale basis dus laten weglopen naar de SP. Wat overblijft zijn partijtijgers die verdwaasd om zich heen kijken en zich afvragen hoe het verder moet. In hun paniek maken ze desastreuze keuzes. Want hoe valt het regeeraccoord met de VVD anders te verklaren?
De strategische fout die de PvdA maakte is dat meegegaan werd in de waanzin van bezuinigen op de overheidsuitgaven juist als de economie krimpt. Sinds Keynes weten we dat we dat niet moeten doen. (Ik ga alle argumenten hier niet herhalen: lees Krugman en Engelen.) Ook het argument dat het van Brussel moet is onzin: Nederland had hierover een veto kunnen uitspreken.
De tactische fout volgde op de strategische fout: na de verkiezingen durfde de PvdA niet op links een coalitie te vormen en werd de kardinale misser begaan 'in het landsbelang' met de VVD te gaan regeren. Vervolgens werden de kosten van de crisis afgewenteld op de zwakkeren in de samenleving.
Ik ben ervan overtuigd dat er PvdA-ers zijn die weten dat ze hun partij en - belangrijker - de mensen voor wie ze claimen op te komen de vernieling in helpen. Anders valt de gekwelde blik van Diederik Samsom niet verklaren als hij de ontmanteling van de zorg als 'verbetering' verdedigt.
Het is nog niet te laat. PvdA-ers: laat je trots varen, erken dat je hebt misgekleund en stap uit dit kabinet. Nieuwe verkiezingen zullen jullie pijn doen maar zijn ook een nieuwe kans. Zullen we dan echt aan een sociaal en sterk Nederland gaan werken?
Zolang jullie dat niet doen, blijf ik jullie onder vuur nemen.
maandag 21 april 2014
We hebben dus een zorgaccoord. Deze week wordt het in de Tweede Kamer afgehamerd. Het leek erop dat Arie Slob van de ChristenUnie niet bereid was de vrije artsenkeuze in te leveren voor een paar honderd miljoen minder bezuinigingen, maar nadat er eventjes op hem geleund werd door Rutte en Asscher gaf hij zijn verzet op. Over hoe principieel Gristenpolitici zijn zometeen meer, maar eerst wil ik even het misplaatste gejuich uit het PvdA-kamp onder de aandacht brengen.
Het is gelukt. Wat meer zekerheden voor mensen bij de noodzakelijke, maar zeer ingrijpende veranderingen in de zorg. http://t.co/bE8Dd4taTW
— Diederik Samsom (@diederiksamsom) April 17, 2014
Beste Diedje, als je een miljardenbezuiniging met een klein beetje vermindert krijgen mensen niet 'meer zekerheid'. Aan je verbeten bekje - mag ik het een grimas noemen? - zien we allemaal dat je het zelf ook niet gelooft. Het lijkt wel een bezweringsformule, dat woord 'zekerheid', zo vaak gebruiken jij en je trawanten het.
En dat mensen 'als het nodig is' naar het verpleeghuis mogen is een leugen. Je vertelt er namelijk niet bij dat de voordeur van het verpleeghuis zo goed als op slot zit. Hoeveel verwaarloosde bejaarden, gehandicapten en chronisch zieken moeten straks half dood uit hun huis worden gehaald? Krijgen dan de gemeenten de schuld? Het is Pasen: wel eens van Pontius Pilatus gehoord?
Ouderen, gehandicapten en chronisch zieken ontlenen de zekerheid dat ze de zorg krijgen die ze nodig hebben niet alleen aan het macro-budget dat ter beschikking wordt gesteld maar ook aan de instrumenten die ze hebben om de overheid tot leveren te dwingen. En ook die macht heeft de PvdA weggenomen.
In de AWBZ is de zorg nu nog een recht. Met een indicatie in de hand kan zorg worden afgedwongen. Daarmee heeft de zorgvrager nog steeds een sterke positie, hoewel die toegang steeds moeilijker werd gemaakt. In de Wet voorzieningen gehandicapten (zie hier) waren de rolstoelen, trapliften &c. die door de gemeente werden verstrekt - nomen est omen - voorzieningen; ook die konden bij de rechter worden afgedwongen.
In de eerste versie van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning is dat recht op een specifieke voorziening verdwenen. Daarvoor in de plaats wordt het compensatiebeginsel gehanteerd: mensen met een beperking moeten net zo kunnen leven als ieder ander. De gemeente moet dit resultaat (de compensatie) bereiken. Het compensatiebeginsel is, hoewel algemener geformuleerd, een mooi emancipatoir instrument. (In dit artikel legt advocaat Matthijs Vermaat e.e.a. haarfijn uit.)
In de nieuwe WMO, die de PvdA per 1 januari wil invoeren, is dit compensatiebeginsel geschrapt. Gemeenten kunnen eindelijk doen waar ze zelf zin in hebben. Waar blijft dan de 'zekerheid', Diedje?
Terug naar de Gristenpolitici. Indertijd was in de Tweede Kamer André Rouvoet van de ChristenUnie een warm pleitbezorger van het compensatiebeginsel. Als atheïst heb ik niks met die club, maar ik heb Rouvoets inzet voor de belangen van de zwakkeren altijd zeer gewaardeerd. Het verbaasde me dan ook dat hij na zijn politieke carrière voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland werd.
Zonder nu in een uitgebreide analyse van het vaderlandse zorgstelsel te vervallen, denk ik dat iedereen het er wel over eens dat de zorgverzekeraars op kosten van de premie- en belastingbetaler risicovrij winst mogen maken. Daarmee is de zorg als alle andere sectoren: u en ik subsidiëren het grootkapitaal.
Dat de gepassioneerde en sociaal bewogen Rouvoet opeens woordvoerder van belangenclubje ZN werd, was een meesterzet van de zorgverzekeraars, maar Rouvoet werd daarmee de zoveelste Wim Kok. Uiteindelijk zal hij alleen vanwege zijn principeloosheid in onze herinnering blijven.
En nu blijkt Rouvoets opvolger, Arie Slob, al tijdens zijn politieke loopbaan weinig standvastig. De claim van morele superioriteit van deze Gristenpolitici blijkt niets waard.
dinsdag 15 april 2014
Ik heb nu ruim een decennium als communicatieadviseur in de zorg achter de kiezen. Ik leg overheidsbeleid uit aan cliënten en journalisten, ik leg de uitvoeringspraktijk uit aan cliënten, journalisten, bestuurders en politici en ik leg de grote boze buitenwereld van cliënten en andere burgers uit aan bestuurders, politici en overige beleidsmakers. Als de boel ontspoort doe ik er een scheutje crisismanagement bij.
Interessant en uitdagend, inderdaad. Maar het roept irritaties op die ik af en toe moet ventileren - vandaar dit blogje. Gelukkig zijn er ook leuke dingen, zoals dit hulpmiddel dat ik via Jozef Kok kreeg aangereikt.
maandag 14 april 2014
Vanmiddag was een hoorzitting in de Tweede Kamer over de nieuwe Wet langdurige zorg. Fractiespecialisten stelden vragen, vertegenwoordigers van cliënten, zorgaanbieders en andere partijen gaven hun visie. Al eerder was er zo'n bijeenkomst over de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning geweest, maar daar was ik helaas niet bij aanwezig. Deze sessie was echter fascinerend.
Wat viel op?
De huidige AWBZ wordt voor de intramurale zorg vervangen door de Wlz. De Wlz is echter minstens net zo ingewikkeld en zal na invoering nog veel bijstelling nodig hebben. (Ik heb ooit eens een onderzoek gelezen waaruit bleek dat het Ministerie van VWS met ruime voorsprong de ranglijst van ministeries aanvoert voor wat betreft reparatiewetgeving. Dat komt natuurlijk omdat gezondheidszorg een ingewikkeld onderwerp is, maar ook omdat de kwaliteit van wetgeving van VWS ronduit belabberd is.)
Jos de Blok van Buurtzorg Nederland herhaalde zijn standpunt dat in een nieuw stelsel op zorguitkomsten gestuurd moet worden - en dat gaat met deze voorstellen niet gebeuren.
Indicatiestelling werd door de aanwezigen niet begerepen: men denkt nog steeds dat daarmee de zorgvraag onafhankelijk wordt vastgesteld. (Het is een beleidsinstrument om het zorgvolume te knijpen.)
Aan het einde van de bijeenkomst stelde Mona Keijzer (CDA) de cruciale vraag: 'Wie van u denkt dat invoering van de Wlz (en de WMO en Zvw) per 1 januari verantwoord kan? Met de beloofde kwaliteitsverbetering?'
Stilte.
Uiteindelijk nam Jantine Kriens van de Vereniging Nederlandse Gemeenten het woord. In een warrig betoog stelde ze dat de invoering van het nieuwe stelsel moet doorgaan omdat het nu eenmaal in gang is gezet. Ze bevestigde niet dat het verantwoord is, en ook niet dat de kwaliteit van de zorg zal verbeteren.
Aad Koster van zorgaanbiederskoepel Actiz wil door met WMO en Zvw, maar wil uitstel van de Wlz. Hij gaf geen antwoord op de vraag over kwaliteit.
Ton van Houten herhaalde het standpunt van zijn collega-zorgverzekeraars: uitstel van de Wlz.
Jos de Blok benadrukte nogmaals dat er op uitkomsten gestuurd moet worden.
Aan het einde van de sessie bleef ik met één vraag over: wat is de positie van Otwin van Dijk? Hij is de PvdA-woordvoerder langdurige zorg, was wethouder in Doetinchem en belangrijker: hij zit in een rolstoel en ervaart dus aan den lijve hoe de zorg in Nederland werkt. Ik kan me niet voorstellen dat hij het eens is met deze voorstellen van zijn PvdA-staatssecretaris Van Rijn. Als dat wel zo is en hij tekent in het openbaar geen verzet aan, dan laat hij zich als schaamlap gebruiken. Als hij het er wel mee eens is, heeft hij waarschijnlijk meer dan alleen een storing aan het bewegingsapparaat.
Zijn standpunten op de PvdA-website doen vermoeden dat hij keurig de partijlijn volgt. Jammer.
zondag 13 april 2014
Die zag ik niet aankomen: afgelopen vrijdag stuurde Zorgverzekeraars Nederlandeen brief aan de Tweede Kamer met het verzoek of de invoering van de Wet langdurige zorg nog eventjes uitgesteld kan worden. Omdat de zorgvekeraars ook nog de de lichaamsgebonden thuiszorg en de wijkverpleging toegeschoven krijgen, wordt het allemaal een beetje veel van het goede.
Interessant is de vraag waarom ZN daar zo vlak voor de behandeling van de wetsvoorstellen pas achter komt: komende week moet de behandeling in de Tweede Kamer beginnen. En waarom kiest ZN dan niet voor het uitstellen van de lichaamsgebonden thuiszorg en wijkverpleging maar voor de Wlz?
Natuurlijk is het eerste argument van ZN dat waar politici, kiezers en klanten het meest gevoelig voor zijn: kwaliteit. En inderdaad: de zorgverzekeraars krijgen veel voor hun kiezen en ik kan me goed voorstellen dat ze daar meer tijd voor willen nemen. Maar ZN kiest de woorden precies: de termen 'capaciteit' en 'zorgvuldigheid' worden gebruikt; kwaliteit wordt in de brief vooral gesuggereerd.
Het tweede argument is echter belangrijker: geld. ZN wil een beter systeem voor risicoverevening. In mijn vorige blog schreef ik al dat de zorgverzekeraars geld op ouderen, gehandicapten en chronisch zieken moeten toeleggen en ze zijn die groep als klant dus liever kwijt dan rijk. Maar ZN (de roeptoeter van de zorgverzekeraars) wil niet zozeer betere risicoverevening, maar geen (of minder) risicodragendheid. Lees: meer poen van het Rijk.
Het derde punt van ZN is: eerlijke communicatie door het Ministerie van VWS. Ik moest even lachen. Ik weet uit ervaring dat VWS graag andere partijen de communicatieklus laat klaren. Die partijen worden daarmee medeplichtig aan het beleid en als er ongenoegen ontstaat (een zekerheid met de voorgenomen bezuinigingen) of er gaan dingen mis (ook een zekerheid gezien de te korte voorbereidingstijd) dan krijgen zij en niet VWS in eerste instantie de rotzooi voor de kiezen. Bovendien kan VWS claimen dat de problemen aan de kwaliteit van de uitvoering liggen, en niet aan het vastgestelde beleid.
De zorgverzekeraars zijn terecht bang voor enorme reputatieschade. Al die miljoenen die ze aan reclame uitgeven blijken dan in een keer weggegooid geld te zijn. Want slecht nieuws in de zorg voor ouderen, gehandicapten en chronisch zieken besmet ook hun zorgvuldig opgebouwde imago in de 'gewone' gezondheidszorg. Want een zorgverzekeraar die een bejaarde in een luier laat zitten is waarschijnlijk ook niet bereid om de goede specialisten te contracteren en wachtlijsten te voorkomen.
Het gaat de zorgverzekeraars uiteindelijk om de centen. Dat wetende, waarom hebben de gezamenlijke belangenorganisaties van ouderen, gehandicapten en chronisch zieken dan zo fanatiek gelobbyd om de lichaamsgebonden thuiszorg en de wijkverpleging naar de zorgverzekeraars over te hevelen, en niet naar de gemeenten?
donderdag 10 april 2014
Diederik Samsom spreekt geruststellende woorden over de toekomst van de zorg voor ouderen, gehandicapten en chronisch zieken. De gemeenten gaan het regelen, en de wijkzuster zorgt ervoor dat het allemaal goed komt. Bovendien krijgen de gemeenten 200 miljoen extra (zie vorige blog).
Diederik Samsom liegt, of tenminste verzwijgt hij een belangrijk deel van de waarheid.
Een groot deel van de langdurige thuiszorg (de lichaamsgebonden zorg en verpleging) gaat namelijk niet over naar de gemeenten, maar naar de zorgverzekeraars. De zorgverzekeraars gaan contracten met zorgaanbieders opstellen, en de zorgverzekeraars gaan bepalen welke zorg en hoeveel zorg er geleverd gaat worden, aan wie en onder welke voorwaarden. De wijkzuster, in dienst van de zorgaanbieder, gaat het beleid van de zorgverzekeraars uitvoeren.
Dit is natuurlijk niets nieuws. In de huidige situatie (op enkele tijdelijke experimenten na) mag een zorgaanbieder alleen die zorg leveren die in de door het Centrum indicatiestelling zorg afgegeven indicatie vermeld staat. Hoewel ietwat bureaucratisch is die indicatiestelling een aanwinst: enerzijds voorkomt het dat de zorgaanbieders allerlei onnodige zorg gaan leveren om de bedrijfsresultaten op te schroeven, anderzijds kan een zorgvrager met een indicatie levering van zorg afdwingen. Op die manier wordt niet meer en ook niet minder dan de benodigde zorg daadwerkelijk geleverd.
(Jammer is wel dat de indicatiestelling in de loop der jaren verworden is van een strikt onafhankelijke beoordeling van een zorgvraag tot een beleidsinstrument om het zorgvolume te knijpen, maar daarover een andere keer meer.)
Je mag je afvragen of verpleging en lichaamsgebonden thuiszorg van ouderen, gehandicapten en chronisch zieken bij de zorgverzekeraars in goede handen is. Want alle (zorg)verzekeraars hebben uiteindelijk maar één doel: schadelastbeperking. Er moet zoveel mogelijk geld worden opgehaald en er moet zo min mogelijk worden uitbetaald, zelfs bij die verzekeraars die (in naam) zonder winstoogmerk werken. Maak maar eens een ritje langs hun hoofdkantoren en je ziet waaraan je premiegeld wordt besteed. Ook een bezoek aan het kantoor van koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland is wat dit betreft een eye-opener.
In het rapport Evaluatie Zorgstelsel en Risicoverevening - Acht jaar na invoering Zorgverzekeringswet: succes verzekerd? van de Erasmus Universiteit Rotterdam wordt duidelijk gemaakt dat zorgverzekeraars in de huidige Zorgverzekeringswet geld moeten bijleggen voor de zorg aan ouderen, gehandicapten en chronisch zieken. Het is dus een klantengroep die ze liever kwijt dan rijk zijn - en dit betekent dat een zorgverzekeraar niet zal investeren in kwaliteit om die klanten aan te trekken of te behouden. En aangezien dit voor alle verzekeraars geldt, is het switchen van verzekeraar om betere zorg te krijgen voor hen geen optie.
Het overhevelen van de langdurige zorg naar de Zvw zal dit effect alleen maar versterken. Er zal geen keuzevrijheid zijn voor gebruikers van langdurige zorg. Hier faalt het verzekeringsstelsel.
Zorgaanbieders gaan straks werken volgens de richtlijnen van de zorgverzekeraars. Dit betekent zo laag mogelijke kosten, en daarmee de laagst mogelijke kwaliteit. De wijkzuster mag, gewapend met mappen vol voorschriften en protocollen, de wijk in om de klanten uit te leggen waarom ze toch de zorg niet krijgen die eigenlijk nodig is.
Terwijl de discussie nu gaat over de overdracht van zorg naar de gemeenten, is staatssecretaris Van Rijn (PvdA) in alle stilte aan het onderhandelen met de zorgverzekeraars. Want net zoals de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de Wet langdurige zorg per 1 januari in werking moeten treden, moet dan ook de deal met de zorgverzekeraars rond zijn. Eigenlijk moet dit alles tegelijkertijd en in één keer door de Kamer worden behandeld, maar het lijkt erop dat Van Rijn voor de tactiek van het voldongen feit heeft gekozen: als de Kamer eerst accoord is gegaan met de WMO en de Wlz, dan heeft ze geen keuze ook de nieuwe Zvw te slikken, hoe slecht die ook zal uitpakken.