Vanwaar toch die fixatie op een begrotingstekort van drie procent? Iedereen neemt voor zoete koek aan dat als we niet aan deze norm voldoen, de vier ruiters van de Apocalyps morgen over ons heen denderen, Armageddon nabij is en op de Maya-kalender de laatste dag wordt doorgestreept. Ook in het politieke debat worden daar geen vragen bij gesteld. Men vindt het vervelend of onontkoombaar dat er niet aan kan worden voldaan, maar de zin of onzin van de norm staat niet ter discussie.
Hoe gaat het in landen waar de overheid wel meer geld uitgeeft? Volgens de voorvechters van de drieprocentsnorm moet daar allang de pleuris zijn uitgebroken: de financiële markten, die op het punt staan ons mores te leren, zouden daar allang strafexpedities moeten hebben uitgevoerd.
Laten we eens kijken. De Verenigde Staten heeft op jaarbasis een begrotingskort van zo’n tien procent. Het Verenigd Koninkrijk ook. Japan zit net boven de negen procent. De staatsschuld van de Verenigde Staten (als percentage van het Bruto Nationaal Product) is 100%, die van het Verenigd Koninkrijk 77%, van Japan 226%. En nergens lees je berichten over strafexpedities van financiële markten. Voor de goede orde: het begrotingstekort van Nederland in 2011 was 4,8%. De staatsschuld bedraagt 67% van het BNP.
Ik ben geen econoom, maar op basis van deze cijfers durf ik wel te beweren dat het staatshuishoudboekje niet van doorslaggevend belang is voor de welvaart van een land en dat begrotingsevenwicht niet veel zegt over economisch welbevinden. De vraag blijft: wat is de zin van de drieprocentsnorm? Maar misschien moeten we vragen: wie heeft belang bij die norm?
In ons eigen landje wordt het dogma van de begrotingstucht vooral gehanteerd door rechts, inclusief D66. Zij zien in de drieprocentsnorm een prima middel om hun natte droom van een kleine overheid waar te maken. De verwijzing naar de drieprocentsnorm laat ze ontsnappen aan moeilijke vragen over de taken van de overheid en wat dat voor de samenleving betekent.
In Europa is Duitsland de grote promotor van de drieprocentsnorm. Duitsland wil begrotingsevenwicht, en vanuit Duits perspectief is dat te begrijpen. Duitsland had in 2011 een begrotingstekort van 0,9%. Dat dit bereikt kon worden door bij voorbeeld het minimumloon af te schaffen, waardoor er een onderklasse van werkende armen aan het ontstaan is, blijft daarbij onvermeld. Dat in de beginjaren van het Stabiliteitspact Duitsland zelf fors over de daarin opgenomen drieprocentsnorm ging, hoort men in Berlijn ook liever niet. Duitsers zijn alleen Prinzipienreiter als dat ze zelf goed uitkomt.
De Duitse angst voor grote begrotingstekorten wordt vaak vergoeilijkend verklaard door de angst voor economische ellende zoals die in de Weimarrepubiek in het interbellum van de vorige eeuw bestond. De enorme tekorten joegen een gierende inflatie aan. Een dagloon was een kruiwagen vol met geld en daarmee moest je meteen naar de bakker anders kon je zelfs met die kruiwagen vol geen brood meer kopen. En zoals we allemaal weten heeft het falen van Weimar geleid tot de opkomst van Hitler c.s.
De Duitsers maken handig gebruik van enerzijds het historisch besef van de Europeanen (of extremer gesteld: als jullie onze begrotingspolitiek niet volgen, dan sturen we de Nazi's weer op jullie af) en anderzijds van het feit dat een groot deel van de Zuideuropese landen aan het Duitse financiële infuus hangt. Eigenlijk gebruiken de Duitsers hun sterke positie voor een economische oorlog in Europa, tegen andere (vooral zuid-) Europese landen. Die strijd gaat harder worden als straks de socialist Hollande de nieuwe Franse president is: hij heeft al aangekondigd te gaan investeren.
Een belangrijke motivatie voor het oprichten van wat nu de Europese Unie is geworden, was de gedachte dat door het economisch inkapselen van Duitsland oorlogen als de Tweede Wereldoorlog nooit meer zouden plaatsvinden. Dat is tot nog toe gelukt. Maar nu trekken niet de Panzerdivisionen hun verwoestende sporen door Europa, maar richt het Duitse economische beleid een ravage aan.
dinsdag 24 april 2012
vrijdag 20 april 2012
We zijn een stuk linkser dan we aan onszelf toegeven. In een vorig blog was ik eerlijk over mijn 'Werdegang' en ruk naar links, maar de meeste mensen hebben niet door of willen niet weten dat ze zelf behoorlijk links zijn.
De Amerikaanse gedragseconoom Dan Ariely, verbonden aan Duke University, doet al geruime tijd onderzoek naar de verdeling welvaart, de ideeën die mensen daarover hebben en wat hun wensen over een rechtvaardige verdeling van welvaart zijn. Ariely past daarbij de 'veil of ignorance' van John Rawls in de praktijk toe.
De resultaten van de onderzoeken zijn opmerkelijk. We weten dat de welvaart in de Verenigde Staten zeer ongelijk is verdeeld. Het blijkt dat de Amerikanen de welvaartsverdeling minder extreem schatten dan deze in werkelijkheid is.
Dat kan ik me overigens voorstellen. Als doorgevraagd wordt over wat Amerikanen een rechtvaardige verdeling van welvaart vinden, komen er heel andere antwoorden. De welvaartsverdeling waar Amerikanen in overgrote meerderheid de voorkeur aan geven lijkt het meeste op die van ... Zweden. Voor de goede orde: Zweden is zo'n beetje het meest socialistische en egalitaire land ter wereld (na Noord-Korea) met bijpassende belastingdruk.
De onderzoeksmethode met de 'veil of ignorance' sluit uit dat de bevraagden hun politieke (voor)oordelen laten meewegen in hun antwoorden. Het is goed te vergelijken met het blind proeven van bier. Het maakt nogal wat uit voor je smaakbeleving of je een onbekend biertje uit een gewoon glas drinkt, of daarbij ook het flesje met etiket van de brouwer te zien krijgt. In dit korte filmpje legt Ariely het goed uit.
Als een dergelijk onderzoek in Nederland uitgevoerd zou worden, zouden de resultaten ten minste net zo hoopvol kunnen en moeten zijn. We zijn immers een socialere en meer solidaire samenleving dan de Amerikaanse. Hoe zijn we dan in hemelsnaam aan het huidige kabinet gekomen? En dan moet het onheil uit het Catshuis nog over ons uitgestort worden. De conclusie kan immers niet anders zijn dan: dit rechtse afbraakbeleid wil niemand.
In een goede functionerende democratie wordt de wil van het volk tot uitvoer gebracht maar kennelijk gaat er iets mis. Of het volk is zich onvoldoende bewust van de eigen wil en in de politieke uitdrukking daarvan, of ergens in het systeem wordt die politieke wil gekaapt. Ik vrees dat het laatste het geval is.
Als je de zetels van de partijen met een links sociaal-economisch programma bij elkaar optelt, is er een enorme linkse meerderheid in ons parlement. Wilders heeft immers, op de buitenlanderstandpunten na, zo'n beetje het programma van de SP overgeschreven. En toch staat Wilders op het punt z'n handtekening onder een sloopcontract te zetten, alleen maar om in de praktijk onuitvoerbare buitenlanderpolitiek in het regeeraccoord te houden.
De keuze is voor Wilders niet moeilijk. Als hij recht doet aan z'n kiezers, die hard geraakt gaan worden door de aankomende sloopplannen, zegt hij het gedoogaccoord op en verleent hij geen steun aan verdere bezuinigingsplannen. Hij kan dan vanuit de Kamer zijn sociale gezicht tonen en zijn overige onwelriekende standpunten blijven ventileren. Hij loopt het risico van zetelverlies ('wie breekt, betaalt') en hij kan het verwijt krijgen onbetrouwbaar te zijn. Maar hij blijft wel voor zijn kiezers opkomen.
Het alternatief voor hem is, zeker op de langere termijn, minder aantrekkelijk. Kiezers met voorkeur voor een sterk sociaal programma gaan terug naar het origineel, naar de SP. Wilders kan zich dan alleen nog profileren met zijn buitenlanderhaat, en juist daar heeft hij nauwelijks iets voor elkaar kunnen krijgen. Hij veroordeelt zichzelf dan tot schreeuwen op marginaal rechts.
Maar Wilders is in deze niet voorspelbaar en niet consistent. Hij wisselt vaker van standpunt dan ik van schone onderbroek. De verlokking van de macht kan te groot blijken en hij kan bij het kruisje tekenen. Ik durf er geen fles wijn op te verwedden. Ik wil in elk geval wel nieuwe verkiezingen. Nu.
De Amerikaanse gedragseconoom Dan Ariely, verbonden aan Duke University, doet al geruime tijd onderzoek naar de verdeling welvaart, de ideeën die mensen daarover hebben en wat hun wensen over een rechtvaardige verdeling van welvaart zijn. Ariely past daarbij de 'veil of ignorance' van John Rawls in de praktijk toe.
De resultaten van de onderzoeken zijn opmerkelijk. We weten dat de welvaart in de Verenigde Staten zeer ongelijk is verdeeld. Het blijkt dat de Amerikanen de welvaartsverdeling minder extreem schatten dan deze in werkelijkheid is.
Dat kan ik me overigens voorstellen. Als doorgevraagd wordt over wat Amerikanen een rechtvaardige verdeling van welvaart vinden, komen er heel andere antwoorden. De welvaartsverdeling waar Amerikanen in overgrote meerderheid de voorkeur aan geven lijkt het meeste op die van ... Zweden. Voor de goede orde: Zweden is zo'n beetje het meest socialistische en egalitaire land ter wereld (na Noord-Korea) met bijpassende belastingdruk.
De onderzoeksmethode met de 'veil of ignorance' sluit uit dat de bevraagden hun politieke (voor)oordelen laten meewegen in hun antwoorden. Het is goed te vergelijken met het blind proeven van bier. Het maakt nogal wat uit voor je smaakbeleving of je een onbekend biertje uit een gewoon glas drinkt, of daarbij ook het flesje met etiket van de brouwer te zien krijgt. In dit korte filmpje legt Ariely het goed uit.
Als een dergelijk onderzoek in Nederland uitgevoerd zou worden, zouden de resultaten ten minste net zo hoopvol kunnen en moeten zijn. We zijn immers een socialere en meer solidaire samenleving dan de Amerikaanse. Hoe zijn we dan in hemelsnaam aan het huidige kabinet gekomen? En dan moet het onheil uit het Catshuis nog over ons uitgestort worden. De conclusie kan immers niet anders zijn dan: dit rechtse afbraakbeleid wil niemand.
In een goede functionerende democratie wordt de wil van het volk tot uitvoer gebracht maar kennelijk gaat er iets mis. Of het volk is zich onvoldoende bewust van de eigen wil en in de politieke uitdrukking daarvan, of ergens in het systeem wordt die politieke wil gekaapt. Ik vrees dat het laatste het geval is.
Als je de zetels van de partijen met een links sociaal-economisch programma bij elkaar optelt, is er een enorme linkse meerderheid in ons parlement. Wilders heeft immers, op de buitenlanderstandpunten na, zo'n beetje het programma van de SP overgeschreven. En toch staat Wilders op het punt z'n handtekening onder een sloopcontract te zetten, alleen maar om in de praktijk onuitvoerbare buitenlanderpolitiek in het regeeraccoord te houden.
De keuze is voor Wilders niet moeilijk. Als hij recht doet aan z'n kiezers, die hard geraakt gaan worden door de aankomende sloopplannen, zegt hij het gedoogaccoord op en verleent hij geen steun aan verdere bezuinigingsplannen. Hij kan dan vanuit de Kamer zijn sociale gezicht tonen en zijn overige onwelriekende standpunten blijven ventileren. Hij loopt het risico van zetelverlies ('wie breekt, betaalt') en hij kan het verwijt krijgen onbetrouwbaar te zijn. Maar hij blijft wel voor zijn kiezers opkomen.
Het alternatief voor hem is, zeker op de langere termijn, minder aantrekkelijk. Kiezers met voorkeur voor een sterk sociaal programma gaan terug naar het origineel, naar de SP. Wilders kan zich dan alleen nog profileren met zijn buitenlanderhaat, en juist daar heeft hij nauwelijks iets voor elkaar kunnen krijgen. Hij veroordeelt zichzelf dan tot schreeuwen op marginaal rechts.
Maar Wilders is in deze niet voorspelbaar en niet consistent. Hij wisselt vaker van standpunt dan ik van schone onderbroek. De verlokking van de macht kan te groot blijken en hij kan bij het kruisje tekenen. Ik durf er geen fles wijn op te verwedden. Ik wil in elk geval wel nieuwe verkiezingen. Nu.
zondag 15 april 2012
Mannen in een rode trui sterven het eerst. Die les leerde ik toen ik als jongetje van zes de eerste afleveringen van Star Trek op Nederlandsche televisie bekeek. In iedere aflevering straalden captain Kirk en mr. Spock vanuit de Enterprise omlaag naar een geheimzinnige planeet en altijd gingen een aantal breedgeschouderde mannen in rode truien mee. Die mannen werden als eerste te grazen genomen door een gemene alien of ze bleken bij terugkomst op de Enterprise een nare uitheemse ziekte te hebben opgelopen.
Star Trek is mijn hele leven bij me gebleven. In 1979 kwam de eerste van een lange reeks Star Trek-speelfilms uit. In 1987 begon de tweede televisieserie: Star Trek: The Next Generation. Vervolgens kwamen spin offs Deep Space Nine en Voyager. Van 2001 tot 2005 werd de prequel Star Trek: Enterprise op de buis getoond. Er verscheen een speelfilm met een piepjonge Kirk en Spock. Maar na 40 jaar leek het toch echt afgelopen. Gelukkig heb ik de dvd's nog.
Ik heb er ook wat aan overgehouden, en niet alleen een fascinatie voor astronomie en ruimtevaart. Achteraf gezien werden in Star Trek consequent mooie waarden als zelfbeschikkingsrecht en gelijkwaardigheid ten tonele gevoerd en ik sluit niet uit dat dit is blijven plakken. Ook in ander opzicht was Star Trek baanbrekend: het zond de eerste kus van een witte man en een zwarte vrouw op televisie uit. Dat was wat, in het Amerika van de late jaren zestig. Als je nu 'interracial' in een zoekmachine typt krijg je ook plaatjes met ... eh ... laat ik zeggen interacties tussen witten en zwarten, maar die gaan iets verder dan een onschuldig kusje.
Maar Star Trek is niet dood, Star Trek leeft. In een hoekje van het internet ontdekte ik dat hardcore fans gewoon doorgegaan zijn met het maken van programma's. Zonder winstoogmerk, gewoon voor de lol, en variërend van tenenkrommend slecht tot best aardig.
Zo heeft voormalig Elvis-imitator James Cawley onder de naam New Voyages negen afleveringen opgenomen die verder gaan waar The Original Series is gestopt. In een verlaten garage in New York heeft hij de complete sets nagebouwd waarin hij en z'n vrienden enthousiast acteren. Helaas zijn de schuifdeuren niet ver weg.
Een andere crew heeft twee afleveringen van Starship Farragut gemaakt, die in het zelfde tijdperk spelen. Helaas maar twee, want de uitvoering is veel gelikter dan die van Cawley c.s.
Op basis van het Star Trek-universum van Deep Space Nine en Voyager zijn de series Hidden Frontier en Odyssey gecreëeerd. Daar moet ik me nog in verdiepen. Er is Star Ship Exeter, maar om een of andere reden krijg ik de bestanden niet van de site gedownload. En er bestaat ook nog een complete speelfilm, Of Gods And Men.
Er valt dus nog veel te ontdekken. Mijn rode trui blijft voorlopig in de kast.
Star Trek is mijn hele leven bij me gebleven. In 1979 kwam de eerste van een lange reeks Star Trek-speelfilms uit. In 1987 begon de tweede televisieserie: Star Trek: The Next Generation. Vervolgens kwamen spin offs Deep Space Nine en Voyager. Van 2001 tot 2005 werd de prequel Star Trek: Enterprise op de buis getoond. Er verscheen een speelfilm met een piepjonge Kirk en Spock. Maar na 40 jaar leek het toch echt afgelopen. Gelukkig heb ik de dvd's nog.
Ik heb er ook wat aan overgehouden, en niet alleen een fascinatie voor astronomie en ruimtevaart. Achteraf gezien werden in Star Trek consequent mooie waarden als zelfbeschikkingsrecht en gelijkwaardigheid ten tonele gevoerd en ik sluit niet uit dat dit is blijven plakken. Ook in ander opzicht was Star Trek baanbrekend: het zond de eerste kus van een witte man en een zwarte vrouw op televisie uit. Dat was wat, in het Amerika van de late jaren zestig. Als je nu 'interracial' in een zoekmachine typt krijg je ook plaatjes met ... eh ... laat ik zeggen interacties tussen witten en zwarten, maar die gaan iets verder dan een onschuldig kusje.
Maar Star Trek is niet dood, Star Trek leeft. In een hoekje van het internet ontdekte ik dat hardcore fans gewoon doorgegaan zijn met het maken van programma's. Zonder winstoogmerk, gewoon voor de lol, en variërend van tenenkrommend slecht tot best aardig.
Zo heeft voormalig Elvis-imitator James Cawley onder de naam New Voyages negen afleveringen opgenomen die verder gaan waar The Original Series is gestopt. In een verlaten garage in New York heeft hij de complete sets nagebouwd waarin hij en z'n vrienden enthousiast acteren. Helaas zijn de schuifdeuren niet ver weg.
Een andere crew heeft twee afleveringen van Starship Farragut gemaakt, die in het zelfde tijdperk spelen. Helaas maar twee, want de uitvoering is veel gelikter dan die van Cawley c.s.
Op basis van het Star Trek-universum van Deep Space Nine en Voyager zijn de series Hidden Frontier en Odyssey gecreëeerd. Daar moet ik me nog in verdiepen. Er is Star Ship Exeter, maar om een of andere reden krijg ik de bestanden niet van de site gedownload. En er bestaat ook nog een complete speelfilm, Of Gods And Men.
Er valt dus nog veel te ontdekken. Mijn rode trui blijft voorlopig in de kast.
zaterdag 14 april 2012
Ik word steeds linkser. Daar is ook alle reden toe. Rechts economisch beleid (ongebreidelde en ongecontroleerde marktwerking) heeft de huidige crisis veroorzaakt. De oorzaken van de crisis worden vervolgens niet aangepakt, maar de effecten van de crisis worden gebruikt om een rechtse agenda te legitimeren: een kleine overheid en wie het zelf niet redt, zoekt het zelf maar uit. Om het allemaal nog onverteerbaarder te maken, krijgen de zwakkeren in de samenleving te horen dat het eigenlijk hun eigen schuld is dat ze niet mee kunnen komen. Veel erger moet het niet worden.
Mijn politieke principes zijn eigenlijk niet zo heel links. De autonome mens staat centraal, maar autonomie is betrekkelijk. Ik wil voor iedereen gelijke mogelijkheden (dat is iets meer dan alleen 'kansen') voor ontplooiïng en deelname aan de samenleving. Ik vind dat de staat van en voor de burgers is (en niet andersom) en ik ben dus voor vergaande democratisering. En omdat we met z'n allen stinkend rijk zijn, moet er voor iedereen een fatsoenlijk bestaansminimum zijn (dat hoger ligt dan de armoede die we bijstand noemen), bij voorbeeld in de vorm van een basisinkomen.
Ik wil solidariteit en gelijkwaardigheid. Anders gezegd: zij die het geluk hebben van een gezond lichaam en een gezonde geest zijn solidair met hen die dat niet hebben.
Een goed gedachtenexperiment om te bepalen wat een rechtvaardige samenleving is, wordt door John Rawls beschreven in A theory of justice. Het staat bekend als de 'veil of ignorance'.
Het werkt heel eenvoudig: zet een groep mensen bij elkaar en laat ze bepalen wie in een samenleving welke rechten en plichten heeft. Hoeveel belasting wordt er betaald? Hoe gaan we om met zieken, ouderen en gehandicapten? Ga zo maar door. Om te voorkomen dat de deelnemers vanuit hun eigen, huidige positie gaan redeneren, is van te voren niet bekend welke plaats ze in die samenleving gaan innemen: de 'veil of ignorance'. Een gezonde dertiger met een huis in een Vinexwijk zou in die samenleving ook een zwarte lesbische bijstandsmoeder in een rolstoel kunnen zijn. Zonder gekheid: de uitkomst van dit experiment levert meestal een rechtvaardiger model op dan de samenleving die we nu hebben.
Maar we krijgen het kennelijk niet voor elkaar om de boel goed in te richten. Ingrijpen is geboden, maar hoe? Moet de staat alles regelen? Denken we dat de markt er wel in voorziet? Of vertrouwen we dat burgers het met elkaar wel zullen regelen? Het laatste, de natte droom van het CDA, heeft al bewezen niet te werken. Wat over blijft is de discussie over staat versus markt.
Dat 'de markt' heeft gefaald behoeft nauwelijks betoog. Kijk om u heen. Terwijl we rijker zijn dan ooit, worden complete bevolkingsgroepen in de armoede gedrukt. Burgers en staten verliezen hun mogelijkheid tot zelfbeschikking omdat de financiële markten de dienst uitmaken. Alsof die markten niet te stuiten elementaire natuurkrachten zijn! Kolder! Markten zijn door mensen in het leven geroepen mechanismen en kunnen dus ook weer worden afgeschaft.
Maar staatssturing is ook niet de oplossing, zult u tegenwerpen. Kijk naar de voormalige Sovjet-Unie met hun vijfjaren-plannen, of naar Noord-Korea. Ik ben het met u eens. Staatssturing kan je ook overdrijven.
En de markt heeft ook zoveel goeds gebracht, zult u zeggen. Zonder markt waren we nooit zo rijk geworden als we nu zijn. Dat is niet helemaal waar. Duik in de geschiedenis en je ziet dat rijkdom van landen komt door technologische voorsprong, beschikbaarheid van natuurlijke grondstoffen, een voordelige geografische positie, marktmanipulatie, grof geweld of een combinatie van deze factoren. Dat heeft allemaal niets van doen met marktwerking.
Dan gooit u het laatste argument op tafel: zonder de markt geen innovatie. Maar dat is ook niet waar: de belangrijkste innovaties kwamen voort uit door staten geïnitieerde en betaalde programma's. Een aantal voorbeelden. Het internet is ontstaan uit een Amerikaans militair computernetwerk, Arpanet. Het World Wide Web is een bijproduct van CERN, de door Europa gefinancierde deeltjesversneller. Zonnepanelen: Amerikaans ruimtevaartprogramma. GPS: Amerikaanse militaire satelliettechnologie. Kernenergie: The Manhattan Project, en ga zo maar door.
Waar is de markt dan wel goed voor? Eigenlijk alleen om binnen strak geformuleerde randvoorwaarden producten goed en efficient te fabriceren. En ook dat leidt tot ongewenste effecten. Het enige namelijk waar iedere keer op beknibbeld kan worden, zijn de kosten van arbeid. Dat is een race naar het putje, kijk maar naar de arbeiders van Foxconn in China. Is dat wat we willen?
We hebben de boel behoorlijk laten sloffen. Want niet alleen de financiële markten richten een ravage aan, ook dichter bij huis is de boel ontspoord. Wat zijn we opgeschoten met de vrije energiemarkt? Energie is er niet goedkoper van geworden en het aanbod is volkomen ondoorzichtig. De voedselindustrie levert producten die niets meer met voeding te maken hebben. Kleuters zijn doelwit van marketeers.
Dan toch maar de staat? Bij gebrek aan beter, ja. Waarbij de staat marktwerking toestaat indien die geen schade aanricht aan mens en milieu. Om die staat te laten functioneren hebben we wel burgers nodig met ouderwetsche burgerzin, die niet alleen voor het kortzichtige eigenbelang strijden, maar ook voor de samenleving als geheel, die anderen gunnen wat zij zichzelf gunnen.
Ik denk, ik hoop dat er genoeg van dit soort burgers zijn. Aux armes, citoyens.
Mijn politieke principes zijn eigenlijk niet zo heel links. De autonome mens staat centraal, maar autonomie is betrekkelijk. Ik wil voor iedereen gelijke mogelijkheden (dat is iets meer dan alleen 'kansen') voor ontplooiïng en deelname aan de samenleving. Ik vind dat de staat van en voor de burgers is (en niet andersom) en ik ben dus voor vergaande democratisering. En omdat we met z'n allen stinkend rijk zijn, moet er voor iedereen een fatsoenlijk bestaansminimum zijn (dat hoger ligt dan de armoede die we bijstand noemen), bij voorbeeld in de vorm van een basisinkomen.
Ik wil solidariteit en gelijkwaardigheid. Anders gezegd: zij die het geluk hebben van een gezond lichaam en een gezonde geest zijn solidair met hen die dat niet hebben.
Een goed gedachtenexperiment om te bepalen wat een rechtvaardige samenleving is, wordt door John Rawls beschreven in A theory of justice. Het staat bekend als de 'veil of ignorance'.
Het werkt heel eenvoudig: zet een groep mensen bij elkaar en laat ze bepalen wie in een samenleving welke rechten en plichten heeft. Hoeveel belasting wordt er betaald? Hoe gaan we om met zieken, ouderen en gehandicapten? Ga zo maar door. Om te voorkomen dat de deelnemers vanuit hun eigen, huidige positie gaan redeneren, is van te voren niet bekend welke plaats ze in die samenleving gaan innemen: de 'veil of ignorance'. Een gezonde dertiger met een huis in een Vinexwijk zou in die samenleving ook een zwarte lesbische bijstandsmoeder in een rolstoel kunnen zijn. Zonder gekheid: de uitkomst van dit experiment levert meestal een rechtvaardiger model op dan de samenleving die we nu hebben.
Maar we krijgen het kennelijk niet voor elkaar om de boel goed in te richten. Ingrijpen is geboden, maar hoe? Moet de staat alles regelen? Denken we dat de markt er wel in voorziet? Of vertrouwen we dat burgers het met elkaar wel zullen regelen? Het laatste, de natte droom van het CDA, heeft al bewezen niet te werken. Wat over blijft is de discussie over staat versus markt.
Dat 'de markt' heeft gefaald behoeft nauwelijks betoog. Kijk om u heen. Terwijl we rijker zijn dan ooit, worden complete bevolkingsgroepen in de armoede gedrukt. Burgers en staten verliezen hun mogelijkheid tot zelfbeschikking omdat de financiële markten de dienst uitmaken. Alsof die markten niet te stuiten elementaire natuurkrachten zijn! Kolder! Markten zijn door mensen in het leven geroepen mechanismen en kunnen dus ook weer worden afgeschaft.
Maar staatssturing is ook niet de oplossing, zult u tegenwerpen. Kijk naar de voormalige Sovjet-Unie met hun vijfjaren-plannen, of naar Noord-Korea. Ik ben het met u eens. Staatssturing kan je ook overdrijven.
En de markt heeft ook zoveel goeds gebracht, zult u zeggen. Zonder markt waren we nooit zo rijk geworden als we nu zijn. Dat is niet helemaal waar. Duik in de geschiedenis en je ziet dat rijkdom van landen komt door technologische voorsprong, beschikbaarheid van natuurlijke grondstoffen, een voordelige geografische positie, marktmanipulatie, grof geweld of een combinatie van deze factoren. Dat heeft allemaal niets van doen met marktwerking.
Dan gooit u het laatste argument op tafel: zonder de markt geen innovatie. Maar dat is ook niet waar: de belangrijkste innovaties kwamen voort uit door staten geïnitieerde en betaalde programma's. Een aantal voorbeelden. Het internet is ontstaan uit een Amerikaans militair computernetwerk, Arpanet. Het World Wide Web is een bijproduct van CERN, de door Europa gefinancierde deeltjesversneller. Zonnepanelen: Amerikaans ruimtevaartprogramma. GPS: Amerikaanse militaire satelliettechnologie. Kernenergie: The Manhattan Project, en ga zo maar door.
Waar is de markt dan wel goed voor? Eigenlijk alleen om binnen strak geformuleerde randvoorwaarden producten goed en efficient te fabriceren. En ook dat leidt tot ongewenste effecten. Het enige namelijk waar iedere keer op beknibbeld kan worden, zijn de kosten van arbeid. Dat is een race naar het putje, kijk maar naar de arbeiders van Foxconn in China. Is dat wat we willen?
We hebben de boel behoorlijk laten sloffen. Want niet alleen de financiële markten richten een ravage aan, ook dichter bij huis is de boel ontspoord. Wat zijn we opgeschoten met de vrije energiemarkt? Energie is er niet goedkoper van geworden en het aanbod is volkomen ondoorzichtig. De voedselindustrie levert producten die niets meer met voeding te maken hebben. Kleuters zijn doelwit van marketeers.
Dan toch maar de staat? Bij gebrek aan beter, ja. Waarbij de staat marktwerking toestaat indien die geen schade aanricht aan mens en milieu. Om die staat te laten functioneren hebben we wel burgers nodig met ouderwetsche burgerzin, die niet alleen voor het kortzichtige eigenbelang strijden, maar ook voor de samenleving als geheel, die anderen gunnen wat zij zichzelf gunnen.
Ik denk, ik hoop dat er genoeg van dit soort burgers zijn. Aux armes, citoyens.
zaterdag 3 maart 2012
vrijdag 2 maart 2012
Drie dagen achter elkaar uit eten is wel een beetje veel van het goede. Ik doe het graag, daar niet van, maar ik was gisteravond oprecht blij gewoon weer thuis te zijn en boven de kranten een kommetje garlic noodles te kunnen eten, met een flesje bier erbij.
Dag 1
'Weense avond' in het Concertgebouw. U moet niet in de war raken met Nieuwjaarsconcert-achtige toestanden, waarbij uw scribent in rokkostuum zwierend met een Oostenrijkse schone in de armen zijpad noord van de grote zaal onveilig maakt (wat ik overigens met genoegen zou doen), nee, gewoon een 'Weens' programma van het Nederlands Philharmonisch Orkest: Ouverture Rosamunde van Schubert, Bruch vioolconcert no.1 en pianokwartet op.25 van Brahms, in de orkestbewerking van Arnold Schönberg.
Het was in een jaar tijd de derde keer dat ik het vioolconcert van Bruch hoorde uitvoeren: begin vorig jaar door Joshua Bell met het KCO, afgelopen zomer in een liefdadigheidsvoorstelling in de oude timmerfabriek van Ivars in Benissa en nu door Antje Weithaas met het NedPho. Dit stuk muziek is een soort volkorenboterham met roomboter en brokkelige oude kaas: eenvoudig, maar in een goede uitvoering onweerstaanbaar. En dat was nu ook weer het geval.
Schönbergs orkestbewerking van het pianokwartet van Brahms viel in de categorie: 'Kijk eens mama wat ik met een groot orkest kan!' Naar mijn smaak iets te veel effectbejag, maar dirigent Marc Albrecht hield de boel goed bij elkaar.
Voorafgaand prikte ik natuurlijk met E. een vorkje in het Concertgebouw Café. Tilapiafilet met gebakken aardappeltjes en doperwtjes en worteltjes was dit keer de dagschotel. We moeten maar eens ergens anders in de buurt gaan eten.
Dag 2
Uit eten met collega's bij Vis en meer in Utrecht. Er was al een menu samengesteld en dat bleek een beetje fantasieloos. Vooraf gegrillde zalm en zalmforel, tussen gegrillde roodbaars en zeeduivelwang en hoofd gegrillde tonijn. Er zijn echt meer manieren om vis te bereiden. Een vissoepje had niet misstaan, of een mooi stukje gepocheerde vis, of een hapje gravad lax misschien? Maar het was een geslaagde bijeenkomst, in goed gezelschap.
Dag 3
Ik werd wakker met een grillsmaak in mijn mond, alsof ik de avond ervoor de barbecue had schoongelikt. De smaak verdween pas toen ik bij Anak Depok mijn eerste biertje naar binnen liet glijden. Bij Anak Depok begonnen H., E. en ik in 2010 onze dinerreeks en herstartte ik dit blog. Een goede reden om weer eens terug te komen. De rijsttafel was als altijd uitstekend en de conversatie vanzelfsprekend sprankelend.
Gisteravond dus gewoon weer zelf een pannetje op de inductieplaat gezet. Ik geef toe, de garlic noodles van Bee zijn geen volwaardige maaltijd, maar het is een heerlijk recept voor als je snel iets in je maag wilt hebben. M., die even later mijn haar kwam milimeteren, was het niet helemaal met me eens.
Dag 1
'Weense avond' in het Concertgebouw. U moet niet in de war raken met Nieuwjaarsconcert-achtige toestanden, waarbij uw scribent in rokkostuum zwierend met een Oostenrijkse schone in de armen zijpad noord van de grote zaal onveilig maakt (wat ik overigens met genoegen zou doen), nee, gewoon een 'Weens' programma van het Nederlands Philharmonisch Orkest: Ouverture Rosamunde van Schubert, Bruch vioolconcert no.1 en pianokwartet op.25 van Brahms, in de orkestbewerking van Arnold Schönberg.
Het was in een jaar tijd de derde keer dat ik het vioolconcert van Bruch hoorde uitvoeren: begin vorig jaar door Joshua Bell met het KCO, afgelopen zomer in een liefdadigheidsvoorstelling in de oude timmerfabriek van Ivars in Benissa en nu door Antje Weithaas met het NedPho. Dit stuk muziek is een soort volkorenboterham met roomboter en brokkelige oude kaas: eenvoudig, maar in een goede uitvoering onweerstaanbaar. En dat was nu ook weer het geval.
Schönbergs orkestbewerking van het pianokwartet van Brahms viel in de categorie: 'Kijk eens mama wat ik met een groot orkest kan!' Naar mijn smaak iets te veel effectbejag, maar dirigent Marc Albrecht hield de boel goed bij elkaar.
Voorafgaand prikte ik natuurlijk met E. een vorkje in het Concertgebouw Café. Tilapiafilet met gebakken aardappeltjes en doperwtjes en worteltjes was dit keer de dagschotel. We moeten maar eens ergens anders in de buurt gaan eten.
Dag 2
Uit eten met collega's bij Vis en meer in Utrecht. Er was al een menu samengesteld en dat bleek een beetje fantasieloos. Vooraf gegrillde zalm en zalmforel, tussen gegrillde roodbaars en zeeduivelwang en hoofd gegrillde tonijn. Er zijn echt meer manieren om vis te bereiden. Een vissoepje had niet misstaan, of een mooi stukje gepocheerde vis, of een hapje gravad lax misschien? Maar het was een geslaagde bijeenkomst, in goed gezelschap.
Dag 3
Ik werd wakker met een grillsmaak in mijn mond, alsof ik de avond ervoor de barbecue had schoongelikt. De smaak verdween pas toen ik bij Anak Depok mijn eerste biertje naar binnen liet glijden. Bij Anak Depok begonnen H., E. en ik in 2010 onze dinerreeks en herstartte ik dit blog. Een goede reden om weer eens terug te komen. De rijsttafel was als altijd uitstekend en de conversatie vanzelfsprekend sprankelend.
Gisteravond dus gewoon weer zelf een pannetje op de inductieplaat gezet. Ik geef toe, de garlic noodles van Bee zijn geen volwaardige maaltijd, maar het is een heerlijk recept voor als je snel iets in je maag wilt hebben. M., die even later mijn haar kwam milimeteren, was het niet helemaal met me eens.
zondag 19 februari 2012
Mijn volgers op Twitter hebben gemerkt dat ik de laatste dagen veel jazz luisterde, en vooral bebop en hard bop. De jazz begeleidde het lezen van De man met de drietand, een biografie van Jan. G. Elburg (1919-1992) door Jan van der Vegt.
Het is een gek om een biografie te lezen van iemand die je hebt gekend. Niet zo goed gekend dat je zelf in het boek voorkomt maar wel zo goed dat je niet alleen de hoofdpersoon maar ook een aantal mensen om hem heen kent en hebt meegemaakt.
Ik heb al het nodige van en over de Vijftigers gelezen en gezien, zoals Hotel Atonaal van Hans Keller (er staan fragmenten op youtube). De man met de drietand beschrijft Elburg en zijn rol daarin, voor zover ik dat kan beoordelen, met precisie en inzicht. Cobra, waar Elburg aan gelieerd was, boeit me minder.
Het wordt voor mij persoonlijk als de jaren tachtig aanbreken. Ik raakte bevriend met Elburgs zoon Rengert en dochter Marlina. En zoals ik hier al eerder schreef, dan kom je ook wel eens bij de ouders thuis. Mijn herinneringen aan dat grote, donkere huis in Haarlem komen goed overeen met de beschrijvingen die Van der Vegt geeft. Hoewel, 'donker' is mijn eigen specifieke inkleuring: de jaren tachtig associeer ik vooral met donkere, natgeregende straten in de winter.
Ik was in die tijd een blaag van begin twintig en ik wist wel iets van de oude Elburg, maar hij was vooral 'de vader van'. De man die ik toen ontmoette, brengt Van der Vegt nu in zijn boek opnieuw tot leven. Meer dan twintig jaar later leer ik hem beter kennen.
Het is een gek om een biografie te lezen van iemand die je hebt gekend. Niet zo goed gekend dat je zelf in het boek voorkomt maar wel zo goed dat je niet alleen de hoofdpersoon maar ook een aantal mensen om hem heen kent en hebt meegemaakt.
Ik heb al het nodige van en over de Vijftigers gelezen en gezien, zoals Hotel Atonaal van Hans Keller (er staan fragmenten op youtube). De man met de drietand beschrijft Elburg en zijn rol daarin, voor zover ik dat kan beoordelen, met precisie en inzicht. Cobra, waar Elburg aan gelieerd was, boeit me minder.
Het wordt voor mij persoonlijk als de jaren tachtig aanbreken. Ik raakte bevriend met Elburgs zoon Rengert en dochter Marlina. En zoals ik hier al eerder schreef, dan kom je ook wel eens bij de ouders thuis. Mijn herinneringen aan dat grote, donkere huis in Haarlem komen goed overeen met de beschrijvingen die Van der Vegt geeft. Hoewel, 'donker' is mijn eigen specifieke inkleuring: de jaren tachtig associeer ik vooral met donkere, natgeregende straten in de winter.
Ik was in die tijd een blaag van begin twintig en ik wist wel iets van de oude Elburg, maar hij was vooral 'de vader van'. De man die ik toen ontmoette, brengt Van der Vegt nu in zijn boek opnieuw tot leven. Meer dan twintig jaar later leer ik hem beter kennen.
woensdag 8 februari 2012
Prentje en ik zijn uit elkaar. Anders gezegd: ik ben het slachtoffer van een zuivering. Gesneuveld in een pogrom. Gesneefd in een razzia. Verwijderd uit haar blogrol.
Ik weet dat vrouwen wreed kunnen zijn maar dit had ik niet achter de paashazen punnikkende Prentje gezocht. Waarom dan?
'Je detoneerde een beetje tussen alle crea vrouwen. Maar als je erg verdrietig bent, wil ik er nog wel even over nadenken.'
Verdrietig ben ik zeker. Maar ik huldig het talioprincipe en dus heb ik haar uit mijn blogrol gekieperd.
Prentje heeft natuurlijk wel een beetje gelijk. Als een van haar theemutsende virtuele vriendinnen per ongeluk naar dit blog doorklikte kwam ze opeens in een echte mannen-wereld van sterke drank, zware tabak, lekker eten, klassieke muziek, inspirerend theater en volwassen literatuur. Waar Prentje haakpatronen uit Alice in Wonderland bespreekt, verdiep ik me in de nieuwste interpretatie van Sherlock Holmes.
Zo, dat ben ik kwijt. In real life is ze gelukkig een leuke meid.
Ik weet dat vrouwen wreed kunnen zijn maar dit had ik niet achter de paashazen punnikkende Prentje gezocht. Waarom dan?
'Je detoneerde een beetje tussen alle crea vrouwen. Maar als je erg verdrietig bent, wil ik er nog wel even over nadenken.'
Verdrietig ben ik zeker. Maar ik huldig het talioprincipe en dus heb ik haar uit mijn blogrol gekieperd.
Prentje heeft natuurlijk wel een beetje gelijk. Als een van haar theemutsende virtuele vriendinnen per ongeluk naar dit blog doorklikte kwam ze opeens in een echte mannen-wereld van sterke drank, zware tabak, lekker eten, klassieke muziek, inspirerend theater en volwassen literatuur. Waar Prentje haakpatronen uit Alice in Wonderland bespreekt, verdiep ik me in de nieuwste interpretatie van Sherlock Holmes.
Zo, dat ben ik kwijt. In real life is ze gelukkig een leuke meid.
zaterdag 4 februari 2012
De politiek is de laatste tijd onderhoudend, belangwekkend, boeiend en zelfs amusant. U begrijpt direct dat ik het dan niet heb over het gesteggel dat hier voor politiek doorgaat. Hier staat een conservatief-socialist op winst in de peilingen, bezuinigt rechts de economie en het land stuk, zijn de sociaal-democraten op zoek naar een programma en een leider, is de Grote Blonde Leider van de populistische volksstorm buiten adem, laat het redelijk alternatief een boekje schrijven en is de enige echt progressieve partij nog niet bekomen van het afscheid van haar charismatische voorvrouw. Het enige opbeurende hier is de voortgaande zelfdestructie van de christen-democraten.
Voor boeiende politiek moeten we naar het westen. In het Verenigd Koninkrijk gaat het al een stuk beter, hoewel ook daar een rechts kabinet het land naar de galemiezen helpt. Maar het perfide Albion kent tenminste nog een reeds sappige schandalen, zoals de afluisterpraktijken van de pers die naar nu blijkt niet alleen door de schandaalpers, maar ook door instituten als The Times werden ingezet. Of de minister die werd geflitst en de strafpunten op zijn rijbewijs aan zijn ex-vrouw probeerde over te maken. En ook in Engeland is de enige enigszins progressieve partij die het land kent, de LibDems, volledig de weg kwijt.
Het Verenigd Koninkrijk heeft met de Verenigde Staten gemeen dat de politieke berichtgeving daar veel uitgebreider is dan hier. Niet noodzakelijkerwijs beter, maar er is in ieder geval meer aandacht voor politiek.
Op dit moment vindt in de US of A de voorverkiezing plaats voor de Republikeinse presidentskandidaat, de man die het in november tegen Obama mag opnemen. Er zijn twee serieuze kanshebbers: oud-gouverneur van Massachusetts Mitt Romney en oud-Speaker of the U.S. House of Representatives Newt Gingrich. Twee eersteklas engerds die staat voor staat een fascinerende politieke strijd uitvechten.
Romney heeft zijn geld verdiend met het opkopen en strippen van bedrijven. Hij zegt eerlijk dat hij houdt van mensen ontslaan. Volgens hem hebben de armen het goed in de Verenigde Staten. Hij heeft een goed gevulde campagnekas, zeker nu miljardair Donald Trump (de man met de meest ridicule 'combover' ooit) hem steunt.
Newt Gingrich is de man die Bill Clinton probeerde af te zetten. Clinton liet zijn sigaar niet door Hillary maar door een stagiaire roken en volgens Newt 'family values' Gingrich kon dat niet door de beugel. Gingrich is de man van drie huwelijken, de man die terwijl zijn eerste vrouw crepeerde aan kanker al met nummer twee aan de rol ging en toen die MS bleek te hebben nummer drie aan de haak sloeg. Gingrich benadrukt graag zijn eigen, hoogstaande moraal en geeft het woord hypocrisie een geheel nieuwe lading. Het is overigens lastig om de politieke opvattingen van Gingrich weer te geven, want hij wisselt vaker van standpunt dan ik van schone sokken. Grosso modo bevindt hij zich ergens tussen Genghis Khan en Adolf Hitler.
Weldenkende mensen als u en ik willen dat Obama straks de presidentsverkiezingen wint. Newt Gingrich zou dan de ideale tegenstander zijn, omdat de man zo extreem op de rechterflank staat dat hij nooit voldoende steun kan verwerven. En de politieke wijsheid leert ons dat om verkiezingen te winnen, je het midden moet winnen. Daar zitten de grote aantallen kiezers, de twijfelaars.
Maar is dat tegenwoordig nog steeds zo? De geleerden zijn het er niet over eens. Hoe groot is de steun voor de Tea Party en andere idioten echt? In veel landen zie je de kiezers naar de flanken opschuiven.
Dan is Romney misschien een betere kandidaat: mocht Obama verliezen, dan liever van Romney. Maar ik denk (ik hoop) dat Obama wint. Daar zijn twee redenen voor: de economie in de VS trekt aan en Obama heeft Michelle. Heeft u Michelle bij Ellen DeGeneres gezien? Met zo'n First Lady kan je niet verliezen.
Er zijn heel veel manieren om de voorverkiezingen in de VS te volgen. Omdat we het in deze niet van onze vaderlandse pers moeten hebben, doe ik u twee tips toekomen: het gerenommeerde tijdschrift The Atlantic (met uitstekend nieuws via Twitter) en The Daily Show met Jon Stewart. Deze show op Comedy Central is niet alleen hilarisch en actueel, maar legt ook de politieke praktijk op pijnbank. Verplichte kost.
Voor boeiende politiek moeten we naar het westen. In het Verenigd Koninkrijk gaat het al een stuk beter, hoewel ook daar een rechts kabinet het land naar de galemiezen helpt. Maar het perfide Albion kent tenminste nog een reeds sappige schandalen, zoals de afluisterpraktijken van de pers die naar nu blijkt niet alleen door de schandaalpers, maar ook door instituten als The Times werden ingezet. Of de minister die werd geflitst en de strafpunten op zijn rijbewijs aan zijn ex-vrouw probeerde over te maken. En ook in Engeland is de enige enigszins progressieve partij die het land kent, de LibDems, volledig de weg kwijt.
Het Verenigd Koninkrijk heeft met de Verenigde Staten gemeen dat de politieke berichtgeving daar veel uitgebreider is dan hier. Niet noodzakelijkerwijs beter, maar er is in ieder geval meer aandacht voor politiek.
Op dit moment vindt in de US of A de voorverkiezing plaats voor de Republikeinse presidentskandidaat, de man die het in november tegen Obama mag opnemen. Er zijn twee serieuze kanshebbers: oud-gouverneur van Massachusetts Mitt Romney en oud-Speaker of the U.S. House of Representatives Newt Gingrich. Twee eersteklas engerds die staat voor staat een fascinerende politieke strijd uitvechten.
Romney heeft zijn geld verdiend met het opkopen en strippen van bedrijven. Hij zegt eerlijk dat hij houdt van mensen ontslaan. Volgens hem hebben de armen het goed in de Verenigde Staten. Hij heeft een goed gevulde campagnekas, zeker nu miljardair Donald Trump (de man met de meest ridicule 'combover' ooit) hem steunt.
Newt Gingrich is de man die Bill Clinton probeerde af te zetten. Clinton liet zijn sigaar niet door Hillary maar door een stagiaire roken en volgens Newt 'family values' Gingrich kon dat niet door de beugel. Gingrich is de man van drie huwelijken, de man die terwijl zijn eerste vrouw crepeerde aan kanker al met nummer twee aan de rol ging en toen die MS bleek te hebben nummer drie aan de haak sloeg. Gingrich benadrukt graag zijn eigen, hoogstaande moraal en geeft het woord hypocrisie een geheel nieuwe lading. Het is overigens lastig om de politieke opvattingen van Gingrich weer te geven, want hij wisselt vaker van standpunt dan ik van schone sokken. Grosso modo bevindt hij zich ergens tussen Genghis Khan en Adolf Hitler.
Weldenkende mensen als u en ik willen dat Obama straks de presidentsverkiezingen wint. Newt Gingrich zou dan de ideale tegenstander zijn, omdat de man zo extreem op de rechterflank staat dat hij nooit voldoende steun kan verwerven. En de politieke wijsheid leert ons dat om verkiezingen te winnen, je het midden moet winnen. Daar zitten de grote aantallen kiezers, de twijfelaars.
Maar is dat tegenwoordig nog steeds zo? De geleerden zijn het er niet over eens. Hoe groot is de steun voor de Tea Party en andere idioten echt? In veel landen zie je de kiezers naar de flanken opschuiven.
Dan is Romney misschien een betere kandidaat: mocht Obama verliezen, dan liever van Romney. Maar ik denk (ik hoop) dat Obama wint. Daar zijn twee redenen voor: de economie in de VS trekt aan en Obama heeft Michelle. Heeft u Michelle bij Ellen DeGeneres gezien? Met zo'n First Lady kan je niet verliezen.
Er zijn heel veel manieren om de voorverkiezingen in de VS te volgen. Omdat we het in deze niet van onze vaderlandse pers moeten hebben, doe ik u twee tips toekomen: het gerenommeerde tijdschrift The Atlantic (met uitstekend nieuws via Twitter) en The Daily Show met Jon Stewart. Deze show op Comedy Central is niet alleen hilarisch en actueel, maar legt ook de politieke praktijk op pijnbank. Verplichte kost.
zaterdag 28 januari 2012
Ik win nooit wat. Ik speel al jaren mee in de Staatsloterij, maar veel meer dan een eigen geldje heeft dat nooit opgeleverd. Ik ben ook geen gokker. Nou ja, die ene keer in het casino in het Kurhaus in Scheveningen. Met studiegenoot M. en vergezeld door de aantrekkelijke blondines Karin en Renée gingen we daar stappen en een gokje wagen. Ik had mezelf een te vergokken limiet gesteld (niet veel, ik was een arme student) en die was snel bereikt. Mijn laatste fiche ging op de nul. Die viel.
Ik besloot direct te stoppen en ging wisselen. Ik weet niet meer hoeveel het was, maar het voelde als een klein fortuin. Ik heb er later een mooie Georg Jensen-pijp van gekocht, en die heb ik nog steeds.
Vorige week kreeg ik een mailtje van De Groene Amsterdammer: stuur een mailtje naar de kassa van het Concertgebouw en maak kans op kaartjes voor een concert. Het was een concert uit de AAA-serie, niet iets waar uit mezelf toe zou gaan, maar ach, als je het cadeau krijgt ... en ik win toch nooit wat. Maandag kreeg ik een mailtje terug. De kaartjes lagen klaar bij de kassa. Ondertussen wist ik ook dat ik die middag naar een crematie in Schagen moest, maar het was allemaal wel te plannen.
Maar wie mee te vragen? Een rondje bellen onder de klassiek-liefhebbers in mijn vriendenkring leerde dat daar de agenda's vol zaten. Ik besloot mijn moeder te bellen. Ze houdt van muziek, maar misschien was dit een iets te avontuurlijk programma? Ze ging graag mee.
Donderdag was het naar weer: loodgrijze, laaghangende bewolking, koud, regen. Ik was blij toen de crematie voorbij was en ik uit de naargeestige Noordhollandse polder terug kon naar Amsterdam. De gin-and-tonic in het Concertgebouw Café smaakte opperbest. Moeders arriveerde even later en al snel zaten we aan de dagschotel, een lamsstoof dit keer. Heel behoorlijk.
Zoals gezegd, het was een concert uit de AAA-reeks. Die lettercombinatie wordt tegenwoordig vooral gebruikt bij dreigende kredietafwaardering, maar in deze context staat het voor actueel, avontuurlijk en aangrijpend. Nu snapt u waarom u mij hier normaal gesproken niet aantreft.
Het Koninklijk Concertgebouworkest met David Robertson speelde voor de pauze eerst een orkestrale bewerking door Bart Visman van de Images oubliées van Debussy, een wereldpremière. Ik weet Debussy wel te waarderen en Visman heeft fraai werk geleverd. Een mooi stuk muziek.
Daarna weer een wereldpremière: Providence van Klaas de Vries. Dat was gewoon een bak herrie, iets waar ik kennelijk niet modern genoeg voor ben. Ik heb me, op Simeon ten Holt na, nooit verdiept in moderne Nederlandse muziek en componisten, en dat ga ik niet doen ook. Ik neem echter aan dat het een geslaagde uitvoering was, want de componist betrad glunderend het podium en werd uitgebreid beapplaudiseerd.
Na de pauze werd het een stuk beter. Eerst mochten we zwelgen in het voorspel uit Wagners Tristan und Isolde, naadloos gevolgd door Schönbergs Erwartung, een mini-opera, een monodrama zo u wilt, voor sopraan (Deborah Polaski) en orkest. De synopsis is eenvoudig: een vrouw loopt het bos in en de waanzin slaat toe. De naadloze overgang van Wagner naar Schönberg werkte, het voegde een extra dimensie toe.
Een geslaagd concert, met een klein minpuntje. Vooraf gaf Jan Raes, directeur van het Concertgebouworkest, een korte toelichting. Dat was storend, want alles wat hij vertelde stond ook in het programmaboekje. En meneer Raes, wij kunnen lezen. Of was dit een knieval voor een jeugdiger publiek? Niet meer doen.
Ik besloot direct te stoppen en ging wisselen. Ik weet niet meer hoeveel het was, maar het voelde als een klein fortuin. Ik heb er later een mooie Georg Jensen-pijp van gekocht, en die heb ik nog steeds.
Vorige week kreeg ik een mailtje van De Groene Amsterdammer: stuur een mailtje naar de kassa van het Concertgebouw en maak kans op kaartjes voor een concert. Het was een concert uit de AAA-serie, niet iets waar uit mezelf toe zou gaan, maar ach, als je het cadeau krijgt ... en ik win toch nooit wat. Maandag kreeg ik een mailtje terug. De kaartjes lagen klaar bij de kassa. Ondertussen wist ik ook dat ik die middag naar een crematie in Schagen moest, maar het was allemaal wel te plannen.
Maar wie mee te vragen? Een rondje bellen onder de klassiek-liefhebbers in mijn vriendenkring leerde dat daar de agenda's vol zaten. Ik besloot mijn moeder te bellen. Ze houdt van muziek, maar misschien was dit een iets te avontuurlijk programma? Ze ging graag mee.
Donderdag was het naar weer: loodgrijze, laaghangende bewolking, koud, regen. Ik was blij toen de crematie voorbij was en ik uit de naargeestige Noordhollandse polder terug kon naar Amsterdam. De gin-and-tonic in het Concertgebouw Café smaakte opperbest. Moeders arriveerde even later en al snel zaten we aan de dagschotel, een lamsstoof dit keer. Heel behoorlijk.
Zoals gezegd, het was een concert uit de AAA-reeks. Die lettercombinatie wordt tegenwoordig vooral gebruikt bij dreigende kredietafwaardering, maar in deze context staat het voor actueel, avontuurlijk en aangrijpend. Nu snapt u waarom u mij hier normaal gesproken niet aantreft.
Het Koninklijk Concertgebouworkest met David Robertson speelde voor de pauze eerst een orkestrale bewerking door Bart Visman van de Images oubliées van Debussy, een wereldpremière. Ik weet Debussy wel te waarderen en Visman heeft fraai werk geleverd. Een mooi stuk muziek.
Daarna weer een wereldpremière: Providence van Klaas de Vries. Dat was gewoon een bak herrie, iets waar ik kennelijk niet modern genoeg voor ben. Ik heb me, op Simeon ten Holt na, nooit verdiept in moderne Nederlandse muziek en componisten, en dat ga ik niet doen ook. Ik neem echter aan dat het een geslaagde uitvoering was, want de componist betrad glunderend het podium en werd uitgebreid beapplaudiseerd.
Na de pauze werd het een stuk beter. Eerst mochten we zwelgen in het voorspel uit Wagners Tristan und Isolde, naadloos gevolgd door Schönbergs Erwartung, een mini-opera, een monodrama zo u wilt, voor sopraan (Deborah Polaski) en orkest. De synopsis is eenvoudig: een vrouw loopt het bos in en de waanzin slaat toe. De naadloze overgang van Wagner naar Schönberg werkte, het voegde een extra dimensie toe.
Een geslaagd concert, met een klein minpuntje. Vooraf gaf Jan Raes, directeur van het Concertgebouworkest, een korte toelichting. Dat was storend, want alles wat hij vertelde stond ook in het programmaboekje. En meneer Raes, wij kunnen lezen. Of was dit een knieval voor een jeugdiger publiek? Niet meer doen.
Abonneren op:
Posts (Atom)